Payrolling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij payrolling geeft een bedrijf de verantwoordelijkheid voor zijn werkgeverschap uit handen en komt het personeel in dienst van een salariëringsbedrijf.

Zo'n bedrijf besteedt juridische en administratieve aangelegenheden zoals de salarisadministratie, afdracht van sociale premies en bijvoorbeeld pensioenen uit aan een payrollonderneming. Personeel dat volgens een payrollconstructie betaald wordt, kan geen beroep doen op de afspraken uit de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van de betreffende bedrijfstak.

Payrolling is wel gebruikt om werknemersbescherming te omzeilen. Deze rol staat echter onder druk sinds uitspraken van de kantonrechter Rotterdam op 21 december 2012 en de kantonrechter Almelo op 21 maart 2013.[1][2]

Geen uitzendbureau[bewerken]

Het verschil tussen een payrol-firma en een uitzendbureau is dat in geval van payrolling het inlenende bedrijf de werknemer zelf werft en dat de terbeschikkingstelling door het payrollbedrijf veelal voor onbepaalde tijd is.

Kleinere uitzendbureaus maken zelf ook wel gebruik van payrolling door hun geplaatste werknemers bij een payrollonderneming onder te brengen. Dit heet ook wel back office service.

Payrolling is een groeiend fenomeen in Nederland, vooral in de horecasector. Er is een aantal grote aanbieders actief, maar door de groter wordende vraag zijn ook steeds meer kleinere aanbieders op de payroll-markt actief.

Freelancers[bewerken]

Naast personeel en uitzendbureaus is payrolling ook geschikt voor freelancers, die geen verklaring arbeidsrelatie (VAR) hebben. De payrollondernemingen nemen de freelancers in dienst en verzorgen de facturatie aan de opdrachtgever en de salarisadministratie. De freelancer behoudt zo de vrijheden van het ondernemen maar heeft tevens de zekerheden van loondienst met de daarbij behorende sociale regelingen.

Overheid[bewerken]

Agentschap NL, een overheidinstelling, maakt gebruik van payrolling. Minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft de Stichting van de Arbeid gevraagd hoe wordt aangekeken tegen de ontwikkeling van payrolling, mede in het licht van de gevolgen voor werknemers als het gaat om ontslag. Hij heeft de Stichting verzocht hem daarover zo mogelijk in september 2011 te berichten. Vervolgens zal hij de Tweede Kamer inlichten over zijn bevindingen ter zake, en ook ingaan op het beleid ten aanzien van de inhuur van payrollmedewerkers bij de rijksoverheid.

Uitzend-cao[bewerken]

In 2011 hebben de vakbonden, het FNV, CNV en De Unie payrolling via VPO CAO in de ban gedaan. Gezamenlijk hebben zij de CAO VPO opgezegd. Volgens de vakbonden werd de constructie voornamelijk gebruikt door werkgevers om contracten te bieden die slechter zijn dan de geldende cao's.

Sinds 1 januari 2012 is op de arbeidsovereenkomsten tussen payrollondernemingen en payrollkrachten de Collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten van toepassing geworden.[3] Enkele grotere payrollbedrijven hebben een eigen CAO en kregen een ontheffing.[4]

Kleine ondernemingen[bewerken]

Er is discussie over de meerwaarde welke de payrollingconstructie zou hebben voor verschillende bedrijven. Met name voor kleine ondernemingen waar slechts een gering aantal medewerkers werkzaam zijn en geen professionele HR-afdeling beschikbaar is, wordt payrolling ingezet als dienstverlening ter ontzorging en professionalisering van het werkgeverschap. Hier ligt de prioriteit juist vaak op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en het correct naleven van alle wet- en regelgeving, een taak waar de eigenaar/ondernemer onvoldoende tijd en kennis voor beschikbaar heeft.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties