Pekelborg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kaart van Egbert Haubois uit 1647 met rechtsonder naast de Veendyck het terrein waar de borg zou kunnen hebben gelegen.

De Pekelborg was een borg aan de Pekel A. De precieze locatie is onbekend. In de jaren 1950 werden twee mogelijke locaties nabij de huidige buurtschap Zuiderveen aangewezen. Uit onderzoek uit 2015 blijkt echter dat er ook een terrein aan de voormalige Veendijk in Oude Pekela de locatie kan zijn geweest.[1] De borg diende vooral om de handelsroute van Groningen naar Westfalen en de Pekelbrug over de Pekel A te bewaken.

Geschiedenis[bewerken]

De borg werd omstreeks 1482 gebouwd in opdracht van de stad Groningen. In de periode ervoor had de familie Addinga (in de persoon van Hajo van Westerwolde) gepoogd om hun macht over de heerlijkheid Westerwolde uit naam van de bisschop van Münster en de abt van de Abdij van Corvey uit te breiden door de rechtspraak te verplaatsen naar hun stamslot, de Wedderborg, hetgeen echter in strijd was met het Westerwoldse landrecht. De bevolking was het hier niet mee eens en kwam in opstand tegen de Addinga's en riep daarbij de hulp in van de stad Groningen, die een twistpunt had met de Addinga's over onder welk rechtsgebied een aantal dorpen in het Oldambt behoorden; onder Westerwolde of onder de Stad. Deze strijd culmineerde in 1478 in de verwoesting van de Wedderborg door de Groningse troepen. Tegen deze achtergrond werd door de stad Groningen het besluit genomen om zelf een borg te bouwen (deels met stenen van de Wedderborg) met een bolwerk en een gracht.

De Peeckelborch wordt in 1483 voor het eerst met name genoemd. Hij werd beheerd door Reijnier Jarchs ... casteleijn te Winschote. Een jaar eerder was al sprake van de Pekelbrugge en een stuk land op de Pekelham dat door het klooster van Heiligerlee werd overgedragen aan de kerk van Winschoten. Ook de kastelein kreeg hier landerijen toegewezen, zoals blijkt uit een akte van 1563. De burcht diende vermoedelijk vooral om de handelsweg over het Pekelmoer naar Duitsland te bewaken. De kroniekschrijver Sicke Benninge spreekt rond 1530 over het voormalige slot by de Pekell.

Op de borg werden een kastelein (drost) geplaatst die het recht zou uit mogen oefenen over het Wold-Oldambt en Westerwolde. Tegelijkertijd werd een andere kastelein in Oterdum aangesteld over de dorpen in het Klei-Oldambt. In 1482 wordt gesproken over een twist tussen de bisschop en de stad Groningen over een borg in Westerwolde, wat waarschijnlijk duidt op de bouw van de Pekelborg. De bisschop verpandde en beleende daarop de stad Groningen dat jaar voor 25 jaar de kerspelen Wedde, Vlagtwedde, Onstwedde, Sellingen en Vriescheloo voor de som van 2.000 Overlandsche rijnsguldens en de belofte dat er niet meer Groningse borgen zouden volgen in het land van de bisschop. De betreffende kerspelen waren de tachtig jaar daarvoor aan de Addinga's beleend. In 1486, toen Hajo de steun voor herbouw van de Wedderborg had verkregen van de bisschop in afgeslankte vorm, ging Hajo akkoord met de overdracht van de leen.

In 1499 werd de borg veroverd en tijdelijk bezet door Edzard I van Oost-Friesland. Deze liet de borg slopen. De kastelein in Winschoten wordt in 1503 voor het laatst genoemd. In 1567 was echter nog sprake van een hoogbejaarde getuige die op up de Peeckelborch woonde.[2]

De handelsroute naar Westfalen werd omstreeks 1544 vervangen door een kortere route over de nieuwe zeedijk bij Winschoterhogebrug. Op een kaart van omstreeks 1590 staan zowel de nieuwe Heerwech als de Olde Heerwech langs de ruïnes van de Peekelborch afgebeeld.[3]

Van de borg is niets overgebleven. Aan de vroegere Veendijk in Oude Pekela is op de kaart van Egbert Haubois uit 1647 een omgracht terrein te zien, dat deels ook nog te zien is op de kadastrale minuut begin 19e eeuw. De locatie ligt iets ten westen van de Raadhuislaan, ten zuiden van de Burgemeester Snaterlaan, ten noorden van de Veendijkstraat en ten westen van de Scheepshellingstraat. Op deze plek staan nu huizen. De aangegeven locatie strookt echter niet met de eerdergenoemde kaart van omstreeks 1590.