Peter Dicker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Peter Dicker (Arnhem, 21 september 1952) is een Nederlandse journalist, letterkundige, dichter en schrijver.

Peter Dicker werd geboren in Arnhem (Nederland) op de achttiende verjaardag van de Canadese dichter en zanger Leonard Cohen, 21 september 1952. In 1956 verhuisde hij van de stad aan de Rijn met zijn ouders en broer naar Heemskerk, een dorp aan Noord-Hollands Noordzeekust, waar in 1957 zijn tweede broer werd geboren. Hij bleef wonen in Heemskerk, onderbroken door episodes in Corfu (1983), Amsterdam (1984), Curaçao (1990-1993) en Zutphen (1995).

Na het gymnasium α studeerde hij Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, afwisselend met reizen door Zuid-Europa en Klein-Azië en freelance werk in de journalistiek. Werkte een klein jaar op het eiland Corfu. Na zijn doctoraal examen (afstudeeronderwerp: Slauerhoff) werd hij verslaggever bij Dagblad Kennemerland en aansluitend eindredacteur, en chef kunstredactie van het Noordhollands Dagblad. Eind 1990 werd hij hoofdredacteur van de Amigoe, toonaangevend Nederlandstalig dagblad op de Nederlandse Antillen.

Eind 1993 won hij met het epische gedicht Otzens happy hour de belangrijkste literaire prijs van de Antillen (Jaarprijs Corps Consulaire). Teruggekeerd in Nederland wijdde hij zich naast freelance werkzaamheden in de journalistiek aan het schrijverschap. Een publieksjury bezorgde zijn reisverhalenbundel De Wolvebron in 1995 een van de tien nominaties voor de Debutantenprijs (einduitslag: vierde plaats). Hij was Freek de Jonge behulpzaam bij de eindredactie van diens roman Opa’s wijsvinger en stelde voor hem de bloemlezing De rode draad samen (1995). Van 1996 tot 1997 schreef hij een tweewekelijkse column voor de Heemskerkse Courant.

In 1997 verscheen zijn vertaling uit het Nieuwgrieks van de roman K van Vassilis Vassilikos en een jaar later zijn historische roman Curaçao, mijn hart. Voorjaar 2000 zag de roman Ithaka het licht en in het najaar de documentaire-roman Soldaat in de woestijn. Die laatste werd onderwerp van een tv-documentaire van de NPS en beleefde in korte tijd vier drukken. Het kreeg een Amerikaanse versie en de filmrechten werden verkocht aan een Engelse filmmaatschappij. De film werd opgenomen op Corsica, maar niet uitgebracht.

Vanaf 2000 werkte hij als communicatieadviseur bij de overheid. Van augustus 2002 tot april 2004 schreef hij een wekelijkse column in Dagblad Kennemerland. In 2009 publiceerde hij met co-auteurs Jan Butter en Frans Koopman Dwalend door Heemskerk : langs literaire wandel- en fietspaden. Verhalen, reisreportages, recensies en gedichten van zijn hand verschenen in de tijdschriften Koprol, Plugliterair, Ricochet, Kruispunt, Kristóf, Roetz Magazine, Griekenland Magazine, Lychnari en in het Noordhollands Dagblad.

Het Noordhollands Dagblad bekroonde een gedicht van zijn hand in 2007 met de derde prijs in een gedichtenconcours. Twee jaar later haalde zijn gedicht Drie haiku’s de voorpagina van de GPD-bladen in een volgende editie van de gedichtenwedstrijd.

In 2019 publiceerde hij een herziene uitgave van Curaçao, mijn hart onder de titel Curaçao, eiland in de stroom (1499-1649) en in 2020 een uitgebreide en herziene uitgave van Soldaat in de woestijn, getiteld Sergeant Baraka : Een Nederlandse jongen in het Franse Vreemdelingenlegioen.

Freek de Jonge ondersteunde hij in de zomer van 2021 bij de afronding van het eerste deel van diens memoires, het op 14 oktober verschenen Kom verder!


Peter Dicker heeft twee dochters en een zoon uit zijn eerste huwelijk met Nelleke Kiepe (1953-1995). In 1998 hertrouwde hij met journaliste en schrijfster Hennie Harinck.    


Reacties in de pers

Anton den Boer (Boekdelen) over Soldaat in de Woestijn: ‘De combinatie van literaire roman, historische roman, autobiografie en oorlogsroman pakt goed uit. (…) Overigens benadruk ik graag nogmaals dat Dicker niet alleen een boeiend verhaal vertelt, maar ook goed schrijft. (…) Vergelijkbaar bij voorbeeld met de journalistieke toon van Geert Mak in De eeuw van mijn vader.’

Jos de Roo (Trouw) over Curaçao, mijn hart: ‘Deze roman is (…) meer dan een historische vertelling door zijn creatie van de Indiaanse zieneres Paraná. (…) Dicker drukt niet alleen uit dat het populaire verhaal van de ontdekkingsreizigers (…) moet worden bijgesteld. (…) Hij wijst op de totale vernietiging van de Caiquetíos en maakt duidelijk dat dit een verarming van de wereld is.’

Ton Verbeeten (De Gelderlander) over Curaçao, mijn hart: ‘(…) met de stem van zijn hart heeft hij de mythe van de Caiquetíos geschreven en daarmee hun bestaan eeuwigheid gegeven.’

Inez van Eijk (Trouw) over De Wolvebron: ‘Dicker hanteert een soepele stijl, die duidelijk zijn journalistieke ervaring verraadt. Hij is goed in sfeertekening, zet bekwaam het dreigend broeierige klimaat in een Grieks plaatsje neer, en benadert Garcia Márquez in zijn beschrijving van de uitzichtloze, klamme, in goedkope whisky gedrenkte stemming op een aanlegsteigertje ergens in Zuid-Amerika. (…) Als dit reisverhalen zijn, dan wel van het betere soort.’

Trouw over: Ithaka. ‘Een journalist verlaat in maart 1999 de hel van Kosovo, om op het Griekse eiland Corfu tot rust te komen. Van ontspanning komt echter weinig terecht: de journalist ontmoet een ten dode opgeschreven kunstenaar die hem betrekt bij een plan om onsterfelijk te worden.’

Freek de Jonge in 1994 over De wolvebron: ‘Ik vind dat je mooi schrijft. De sfeer van je verhalen is ongekend in het Nederlandse proza omdat kopjes en schoteltjes, muren en schuurtjes ontbreken.’ Freek schreef over de samenwerking aan het eerste deel van zijn memoires in de periode juli-september 2021 in de ‘Verantwoording’ van Kom verder!: ‘Een speciaal woord van dank wil ik graag richten aan Peter Dicker, die zich met een bewonderenswaardige toewijding heeft ingezet om dit boek de laatste fase door te loodsen.’


Bibliografie (selectie)

Slauerhoff Slodderhoff : Over de muze en de slordigheid van J.J. Slauerhoff (essay, 1986)

Otzens happy hour (episch gedicht, 1993)

De Wolvebron : Reisverhalen (1994)

Rorschach-test en Rorschach-test II (gedichten, 1994)

De verborgen werkelijkheid (journalistiek, co-auteur, 1995)

De Rode Draad : Een bloemlezing 1969-1995 (samengesteld uit het oeuvre van Freek de Jonge, 1995)

Van Heemskerck (columns, februari 1996 - januari 1997)

Breakfast with Dylan (kort verhaal, 1996)

K (documentaire-roman van Vassilis Vassilikos, vertaald uit het Nieuwgrieks, 1997)

Curaçao, mijn hart - Corazón Curaçao (historische roman, 1998)

Aan zee (verhalen en gedicht, co-auteur, 1998)

In Memoriam Jan Makkes (gedicht, 1999)

De purperslak (gedicht, 2000)

Wegwijzer (gedicht, 2000)

Ithaka. Een dooltocht van Kosovo naar Corfu. (roman, 2000)

Lokaal-taal (gedicht, 2000)

Soldaat in de woestijn. Wim Vaal in het Franse vreemdelingenlegioen (1955-1960) en in buitenlandse geheime dienst (1960-1970) (documentaire-roman, 2000)

PETER (columns, augustus 2002 - maart 2004)

Wegen naar Rome (kort verhaal, 2003)

1000 jaar uit het leven van Heemskerk en Klatovy (historische blik op twee gemeenten, in schilderingen, 2003)

De Herder (kort verhaal, 2003)

Europa en de stier (essay, 2003)

Rookoffer; Wegwijzer; Dood van een Dichter; Scherven (gedichten, 2003)

Haiku (gedicht, 2007)

Breestraat 77 (kort verhaal, 2007)

Drie haiku’s (gedicht, 2009)

Dwalend door Heemskerk (literaire gids, co-auteur, 2009)

Voor de thuisblijvers (gedicht 2009)

Schuim en as: de urn van Slauerhoff (kort verhaal, 2010)

Château Marquette, rosarium (gedicht, 2011)

Hells Belles’ Maidentrip (gedicht, 2017)

Een zwarte zon (kort verhaal, 2019)

Curaçao, eiland in de stroom (1499-1649) (historische roman, 2019)

De rare sprongen van het Hert van Pompon (kort verhaal, 2019)

Sergeant Baraka : Een Nederlandse jongen in het Franse Vreemdelingenlegioen (documentaire-roman, 2020)

Een dozijn olijfbomen (kort verhaal, 2020)

Eindstation Uitgeest (gedicht, 2021)


Referenties[bewerken | brontekst bewerken]