Prefix (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een voor-voegsel of (Romaans) pre-fix is een toevoeging (affix) die voor het grondwoord wordt geplaatst. Een prefix is altijd een gebonden morfeem (afhankelijk woorddeel), wat inhoudt dat het, i.t.t. een cliticum, niet als afzonderlijk woord (onafhankelijk) voorkomt. De tegenhanger van de prefix is de suffix, of achtervoegsel.

Het taalkundig verschijnsel waarbij een zelfstandig woord wordt voorafgegaan door een prefix, prefigering, is een studieobject binnen de morfologie.

Prefixen komen in bijna alle talen van de wereld voor, behalve in de isolerende talen. Voorbeelden van Nederlandse prefixen zijn her- in her-halen, her-inneren, her-kennen en ver- in ver-kijken, ver-zwikken, ver-anderen, zich ver-gissen en ver-gaan. Pre- (voor-), als in pre-fix, pre-destinatie, pre-matuur is een Latijns voorvoegsel dat in veel Latijnse leenwoorden in het Nederlands voorkomt. Daarnaast is pre- in het Nederlands zelf productief geweest in begrippen als pre-fabricage, pre-advies.

Zowel prefixen als suffixen komen in de meeste natuurlijke talen voor, maar suffixen vaker dan prefixen. Er zijn veel talen waarin voornamelijk suffixen worden gebruikt en bijna geen prefixen. Nog veel zeldzamer zijn echter disfixen, confixen, transfixen, infixen, suprafixen en simulfixen.

Zie ook[bewerken]


Icoontje WikiWoordenboek Zoek voorvoegsel op in het WikiWoordenboek.