Morfologie (taalkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Morfologie is in het algemeen de leer van de woordstructuur en de woordvorming. De morfologie houdt zich bezig met morfemen, de kleinste betekenisdragende eenheden in een woord.

In zowel de fonologie, de grammatica, de historische taalkunde als de taaltypologie speelt morfologie een zeer belangrijke rol, aangezien morfemen de fundamentele bouwstenen vormen van iedere taal die enige mate van flexie kent, en in het algemeen ook veel stabieler zijn, dat wil zeggen minder snel veranderen dan klanken (fonemen) en woorden (lexemen).

De morfologie van een taal levert daarmee over het algemeen betrouwbare informatie over de oudere fasen van een taal. Ook helpen deze kenmerken bij het verklaren van de meeste fonologische kenmerken van een taal.

De opbouw van het woord wordt dus bekeken in de morfologie. Op grond hiervan worden in de morfologische taaltypologie talen met elkaar vergeleken. Afgezien van de klankvormen is een woord in elke niet geheel isolerende taal opgebouwd uit afzonderlijke eenheden, die een herkenbare bijdrage aan de betekenis leveren: de morfemen. De analyse van het woord in morfemen is voor een aantal taalkundige doelstellingen van belang. Een groot deel van de woorden is ooit ontstaan door agglutinatie ofwel het combineren van morfemen, en er ontstaan nog vrijwel dagelijks nieuwe woorden (neologismen) door middel van hetzelfde oude procedé.

Dit heeft verstrekkende gevolgen. Wie tegenwoordig bijvoorbeeld met behulp van een tekstverwerker een automatische analyse van actuele taal wil maken (bijvoorbeeld voor automatische afbreking, spellingscontrole of informatietechnologie), kan niet volstaan met een grote woordenlijst van alle woorden uit de taal. Ook de nieuwvormingen zullen door de spellingscontrole als morfologisch correcte combinatie herkend moeten worden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Externe link