Progressieve openbaring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Progressieve openbaring is een van de leringen van het bahá'í-geloof die beschrijft dat religieuze waarheid geleidelijk door God wordt onthuld en cyclisch is in de tijd door een serie goddelijke boodschappers en dat de leringen zijn afgestemd op de behoeften van de tijd en de plaats van hun verschijning. Zo erkennen de bahá'í-leringen de goddelijke oorsprong van de verschillende wereldreligies als verschillende stadia in de geschiedenis van één godsdienst, terwijl de openbaring van Bahá'u'lláh wordt gezien als de meest recente (maar niet de laatste, er zal nooit een laatste zijn) en dus het meest relevant is voor de moderne samenleving.

Deze lering is een interactie van eenvoudiger leringen en hun implicaties. Het concept heeft betrekking op de bahá'í-visie op Gods essentiële eenheid en de aard van de profeten, aangeduid als manifestaties van God. Het is ook gerelateerd aan bahá'í-standpunten over het doel en de aard van godsdienst, wetten, cultuur en geschiedenis. Goddelijke openbaring wordt gezien als geleidelijk, ononderbroken en onophoudelijk.

Bronnen[bewerken]