Regenpijp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regenpijp
Verzinkt stalen afvoerpijp

Een regenpijp is een buis die aan een dakgoot of een plat dak is bevestigd en dient om neerslag van het dak af te voeren.

Een regenpijp wordt in bouwtechnisch jargon "hemelwaterafvoer" (HWA) of "regenwaterafvoer" (rwa, wat tegenwoordig staat voor Rook en Warmte Afvoer) genoemd, in tegenstelling tot DWA, droogweerafvoer. De diameter is afhankelijk van de te verwerken hoeveelheid water. Er is een vuistregel voor woningbouw waarmee snel de afvoercapaciteit kan worden bepaald: voor iedere vierkante meter dakoppervlak moet 1 cm² regenpijpdoorsnede te worden geïnstalleerd. Een gemiddelde regenpijp heeft een diameter van 70–100 mm, wat overeenkomt met ongeveer 40–80 cm².

De regenpijp voert het regenwater af naar een regenton, een regenput of het riool. Tegenwoordig worden regenwaterafvoeren soms weer afgekoppeld van de hoofdriolering. Met een zogenoemd gescheiden rioolstelsel wordt het regenwater niet naar een rioolwaterzuivering maar rechtstreeks naar het oppervlaktewater afgevoerd. Hierdoor wordt bij zware regenval overbelasting van en overstorten uit het riool voorkomen. Indirect levert dit ook een bijdrage aan het voorkomen van verdroging.

Traditioneel werden regenpijpen van zink gemaakt. Doordat de kosten van zink als basismateriaal zijn gestegen worden er tegenwoordig ook regenpijpen van kunststof, veelal (pvc) gebruikt. De zinkprijs is de laatste jaren weer gedaald, terwijl de kosten van aardolie (grondstof voor kunststof) flink zijn gestegen. Hierdoor is de zinken regenpijp weer een bruikbaar alternatief.

Op kwetsbare plekken, bijvoorbeeld aan de straatzijde, is het gebruikelijke om het onderste gedeelte van de regenpijp uit te voeren in sterkere materialen, bijvoorbeeld een verzinkt stalen buis.

Er werd vroeger beweerd dat door het jarenlange gebruik van zink in dakgoten en regenpijpen in Nederland in de stedelijke gebieden bijna overal sprake zou zijn van diffuse bodemverontreiniging met zink. Het is echter wetenschappelijk bewezen dat deze afspoel-effecten niet schadelijk zijn.[bron?] Zink is een betrouwbaar materiaal dat oneindig kan worden gerecycled en een lage CO2 footprint heeft.

Bij restauratie van historische gebouwen worden naast zinken soms koperen regenpijpen gebruikt.

Afvoeren voor het regenwater kunnen behalve rond, ook uitgevoerd zijn in rechthoekige vorm. Met name als de afvoer binnen het metselwerk van de gevel valt, wordt vaak de rechthoekige vorm gebruikt.

UV-systeem[bewerken]

UV staat voor het Finse Umpi Virtaus, wat "gesloten stroming" betekent.

Werking[bewerken]

Dit afvoersysteem functioneert op basis van het hevel principe. Regenwater op het dak, stroomt in speciale afvoertrechters. De trechters zijn ontworpen om de luchttoevoer naar de standleiding af te sluiten. Als de luchttoevoer eenmaal is afgesloten, de stroming door de afvoerleiding geremd zodat zich onder de trechter een watermassa vormt. Met de watermassa, bouwt zich ook een krachtige onderdruk op. Bij een kleine watertoevoer functioneert UV zoals een traditionele afvoer, waarbij het water onder vrij verval afvloeit. Wanneer de hevel in werking treedt, stroomt het regenwater met een snelheid van enkele meters per seconde door de afvoerleidingen. Des te heviger de regenbui, des te beter dit afvoersysteem functioneert.

Kenmerken[bewerken]

Door het efficiënte gebruik van het leidingvolume (volledige vulling) en de hevelwerking, volstaat het UV-systeem zonder afschot en met relatief kleine diameters (40 – 100 mm). De stromende watermassa veroorzaakt ook grote dynamische krachten op het leidingstelsel. Om geluid of lekkages te vermijden, moeten de leidingen steviger bevestigd worden dan gebruikelijk bij het traditionele overlaatsysteem.

Noodoverlaat[bewerken]

Uit kostenoverwegingen worden primaire afvoersystemen berekend op 0,03 l/(s·m2)[1]. Eens per 5 jaar doen zich in Nederland extreme regenbuien voor tot wel 0,06 l/(s·m2). Het primaire afvoersysteem is hier niet op berekend. Om de integriteit van de dakconstructie te garanderen, worden alle gebouwen uitgerust met een noodoverlaat. De noodoverlaat voert het regenwater niet af naar een grondleiding, maar zichtbaar rondom het gebouw. Bij extreme regenval mogen de noodoverlaten spuien. Als de noodoverlaten spuien bij een normale regenbui, dan is dit een teken dat er iets mis is met de primaire afvoer - het is dus belangrijk om het probleem te onderzoeken, omdat de dakconstructie gevaar loopt wanneer zich een extreme regenbui voordoet.

UV is ook geschikt als noodoverlaat.

Het fysieke bouwwerk wijkt altijd af van het ontwerp. De aannemer en installateur mogen redelijkerwijs en onafhankelijk van elkaar, enkele centimeters afwijken van de millimetermaatvoering op de bouwtekeningen. Hierdoor kan de situatie zich voordoen dat de afstand tussen een inlaat van een noodtrechter en het dak 4 cm groter is dan ontworpen, waardoor de watermassa 40 kg/m2 groter kan worden dan berekend. Bij extreme regenval vormt zich een watermassa op het dak waardoor de dakconstructie enigszins zal doorbuigen. Deze vervorming is normaal. De werking van de noodoverlaat komt echter in gevaar als de doorbuiging verhinderd dat de waterlijn de noodtrechters bereikt. De UV-noodoverlaat zal namelijk niet in werking voordat de noodtrechter geheel onder water staan. Als de noodoverlaat niet in werking treedt, kan het dak instorten. Om de werking van de noodoverlaat te garanderen, moeten de installateur en constructeur onderling afstemmen over het ontwerp van de dakconstructie en de noodafvoertrechters[2].

Afkoppeling[bewerken]

Tot voor kort werden regenwater en afvalwater via één gemengd openbaar rioolstelsel afgevoerd. Deze aanpak heeft drie belangrijke nadelen:

  1. het relatief schone regenwater wordt eerst vermengd met ontlasting en vuil, waarna het eerst gezuiverd moet worden voordat het weer in de waterkringloop terug kan;
  2. de gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie vereist een grotere verwerkingscapaciteit dan noodzakelijk;
  3. bij hevige regenval kunnen de riolen overbelast raakten, waardoor fecaliën en vuil de straat op stromen of overstorten in oppervlaktewater.

Het vervangen van de bestaande riolering is voor veel gemeentes een meerjarenplan (GRP). De aanleg van nieuwe gescheiden van de regenwater en afvalwater is ongeveer anderhalf maal zo duur als een enkele rioolbuis[3].

Sinds enkele jaren zijn installateurs bij renovatie of nieuwbouw verplicht, om het regenwater apart te verzamelen en af te voeren tot aan de perceelgrens. Vooruitlopend op de vorderingen van de gemeentes, worden zo steeds meer aansluitingen geschikt gemaakt om van openbare rioolstelsel te worden afgekoppeld. Zolang er geen gescheiden afvoer beschikbaar is worden beiden aangesloten op de beschikbare grondleiding.

Regenwater kan ook op het eigen perceel of op wijkniveau worden verwerkt. In sommige gemeentes is hiervoor een subsidie of korting op rioolheffing beschikbaar.