Rinie Maas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geplaatst:
13-01-2022
Genomineerd: verbetering nodig   Verbetering gevraagd!

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past.

De pagina is daarom aangedragen op de beoordelingslijst. Daar is mogelijk ook een meer gedetailleerde reden voor de beoordelingsnominatie te vinden.

Help mee dit artikel te verbeteren, zodat het voldoet aan de conventies van Wikipedia.

Na plaatsing op de beoordelingslijst blijft dit artikel minstens twee weken staan, zodat eventuele bezwaren ingebracht kunnen worden. Als u het artikel zodanig kunt verbeteren dat daarmee de redenen voor verwijdering komen te vervallen, aarzel dan vooral niet om het te verbeteren. Vergeet niet om dit op de genoemde lijst te vermelden. Indien u van mening bent dat het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, vraag dan op de lijst (of aan de nominator) of dit sjabloon verwijderd mag worden.

NB: deze melding dient te blijven staan tot de beoordelingsdiscussie afgesloten is.
Algemene informatie is te vinden op Wat Wikipedia niet is en de uitleg bij "te beoordelen pagina's".

(//)

Marinus Wilhelmus (Rinie) Maas (Beek (Noord-Brabant), 5 mei 1948)[bron?] is een Nederlands kroniekschrijver van het volkse verleden van Breda.

Korte biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Maas werd geboren in Prinsenbeek en groeide op in verscheidene volksbuurten in Breda. Vanaf jonge leeftijd wilde hij al bij de krant werken.[1] Maas begon begon daarom als loopjongen bij BN De Stem.[2] Op zijn 21e kreeg hij een functie in de stedenbouw, waarin hij 25 jaar lang werkzaam zou blijven.[1] Rond 1993 werkte hij voor het Stadskantoor van Breda, waaraan hij in 2018 een boek wijdde.[3] Daarna belandde hij bij de Bredase Bode, een gratis huis-aan-huisblad in de regio, waar hij 26 jaar lang werkzaam zou zijn. Na Prinsenbeek en Breda woont Maas sinds 1973 in Princenhage.[2] Maas beschouwt zijn auteurschap als een uit de hand gelopen hobby.

Rinie Maas als columnist[bewerken | brontekst bewerken]

In de vaste rubriek "Het Breda van Weleer" in de Bredase Bode neemt Maas de lezer mee door historisch Breda en laat hem kennismaken met talloze kleurrijke figuren, verdwenen plaatsen en gebeurtenissen. Deze verhalen zijn doortrokken met een vleugje nostalgie. Maas schroomt hierbij ook niet de werkelijkheid en zijn soms hoogst persoonlijke interpretatie daarvan vloeiend in elkaar te laten overlopen.[bron?] Hierin toont hij zich de geestelijke erfgenaam van de Bredase schrijver Henri t' Sas.[bron?] Het bijzondere van "Het Breda van weleer" is dat Maas zijn lezers laat participeren door hen voortdurend te stimuleren ideeën, adviezen en reacties op te sturen die hij vervolgens in zijn stukken verwerkt. Wekelijks wordt hij hierdoor op het spoor gezet van nieuwe onderwerpen uit de Bredase geschiedenis vanaf ca. 1870, zijn historische bovengrens. Achter "Het Breda van weleer" heeft Maas na 26 jaar in 2020 een punt gezet.

Naast zijn historische rubriek schrijft Maas in dezelfde krant wekelijkse columns over actuele gebeurtenissen in en rondom zijn stad. Hij doet dat onder het pseudoniem "Tinus de Klopper", de bijnaam van een destijds alom bekende Bredase porder. Tal van Maas' krantenartikelen zijn in bewerkte vorm gebundeld in een aantal rijk geïllustreerde boeken.

De laatste jaren[(sinds) wanneer?] beperkt Maas zich niet tot de short track van de krantenrubriek. Zo publiceerde hij een gedenkboek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Den Hey-Acker, de Bredase tuchtschool, maar ook een verhandeling over de Princenhaagse voetbalvereniging RKSV Groen Wit. In zijn publicatie De Eeuwelingen herdenkt hij het Bredaas Mannenkoor, de toneelvereniging Jacob van Lennep, de Muziekschool Breda / Nieuwe Veste en Vrienden van het Chassé Theater die bij het verschijnen van zijn boek respectievelijk 145, 140, 135 en 130 jaar bestonden.[(sinds) wanneer?]

Tweede Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Alhoewel later geboren, voelt Maas zich persoonlijk sterk betrokken bij het wel en wee van de Bredanaars gedurende de oorlogsjaren.[bron?]

Zo werkte hij in 2004 mee bij het vergaren van feiten voor de herdenking - zestig jaar na dato - van Dolle Dinsdag in Breda voor het televisieprogramma Andere Tijden en het N.O.S. journaal.

Ook leidden zijn publicaties over bommen, die twee maanden na de bevrijding van Breda door Engelse piloten boven de stad werden gelost om Duitse jagers die hen achtervolgden sneller af te zijn, tot een burgerinitiatief om de twintig slachtoffers die daarbij omkwamen te eren met een monument.[bron?] Het gedenkteken werd op 25 december 2005 door burgemeester Peter van der Velden onthuld op de (herbouwde) brug die bij het incident volledig werd verwoest.

Hij zorgde er ook mede voor[bron?] dat ds. Herman Coolsma, die tientallen Joodse onderduikers in zijn pastorie verborgen wist te houden, in 2006 werd bedacht met een straatnaam in Princenhage.

Een al in 2006 ontstaan burgerinitiatief om de tijdens de oorlog weggevoerde 118 leden van de Joodse gemeenschap in Breda eindelijk te herdenken met een monument, werd opgepakt door Maas. Door onderhandelingen met de gemeente en in nauw overleg met betrokken instanties zoals de Nederlands Israëlitische Gemeente Breda kon op 7 april 2011 in het Wilhelminapark het monument worden onthuld: een grote liggende kei met een gedicht van van Pien Storm van Leeuwen.

Drie van zijn boeken gaan over de oorlog in en rondom Breda: over de deportatie van de leden van de kleine joodse gemeenschap in Breda; over het drama op de Vloeiweide, waarbij in een boswachterswoning in Zundert verzetsstrijders alsmede de vrouw van de boswachter en drie van haar kinderen op 4 oktober 1944 werden gedood door Duitse militairen en hun Nederlandse handlangers, kort daarna gevolgd door de fusillade van de overgebleven verzetsstrijders, en een boek over de rol van het vervallen Kasteel Boschdal, een oud landhuis in Beek waar daarna nog het plaatselijk verzet tegen de Duitsers zich concentreerde.

NAC[bewerken | brontekst bewerken]

Als levenslang supporter van de Bredase voetbalclub NAC[bron?] schreef Maas in 2016 een boek over deze club: 'Idolen en iconen, het NAC boek; 62 verhalen'. De niet-chronologisch gerangschikte 62 verhalen gaan over specifieke wedstrijden, wisselende elftallen en vooral over de voetballers. Gedenkwaardige NAC-spelers, waaronder een aantal oud-internationals, krijgen hun eigen 'verhaal', waaronder Kees Rijvers,[2] Frans Bouwmeester, Daan Schrijvers, Kees Kuijs, Peter van de Merwe, Hein van Gastel, Leo Canjels, Pierre van Hooijdonk. Ook wordt aandacht besteed aan een aantal vroegtijdig overleden spelers.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Abdijgasten en sfeerverhalen over streek, stad Breda en Princenhage. Breda: Eduard van den Wijngaard, 1992.
  • 'Het Sint Ignatiusziekenhuis' en 'Het Begijnhof', literair bekroonde verhalen voor de bundel Breda op Papier. Breda: Stichting Breda 3 Plus en Stichting Letteren, 1997.
  • Gaode mee door 't Aogje? (uitgegeven ter gelegenheid van het 800-jarig bestaan van Princenhage). Breda: Eduard van den Wijngaard, 1998.
  • De eeuw van onze ouders in Noord-Brabant. Breda: Eduard van den Wijngaard, 2000.
  • De Biemeewes / Carnaval in Breda / De mannen mee de perdjes / Het Bredase liedjesboek. Breda: Eduard van den Wijngaard, 2001.
  • Gouwe Gasten, goei volluk; het Breda van weleer 1920 - 2000 (uitgegeven ter gelegenheid van Breda 750 jaar in opdracht van de Stichting Breda 750 jaar). Zundert: Vorsselmans, 2002. ISBN 9080656615
  • Standbeeldje voor stadgenoten; het Breda van weleer. Zundert: Vorsselmans, 2003. ISBN 9080656623
  • Van Molen de Beer tot Molen de Beerstraat. Bij opening van de Molen de Beerstraat in Princenhage. Breda: heemkundekring 'Op de Beek', 2004.
  • De Klopperman; vrijmoedige Bredase volksverhalen. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2005. ISBN 9080828688
  • De Bredase scheurkalender 2005. Breda: Gianotten.
  • De Bredase scheurkalender 2006. Breda: Gianotten.
  • Jeugd van Den Hey-Acker; de Tuchtschool (1906-2006). Zundert: Vorsselmans, 2006. ISBN 908065664X
  • Giftum Kèès! 75 jaar Groen-Wit en driekwart eeuw dorpsleven in Princenhage. Breda: Jubileumcommissie Groen-Wit, 2007. ISBN 90 811062 1 X
  • Janske; haar wonderlijke leven. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2007. ISBN 9789078199069 (genomineerd voor de Publieksprijs der Brabantse Letteren 2007/2008, die werd uitgereikt in Breda op 15 maart 2009).
  • Stadshelden; het Breda van weleer III. Zundert: Vorsselmans, 2008. ISBN 978-90-806566-7-3
  • Tjerk Westerterp, een 'Friese' Brabander. Breda: Van Ierland Uitgeverij, 2009. ISBN 978-90-78071-62-4
  • De eeuwelingen; ons fier Breda. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2010 (gekandideerd voor de schrijversprijs der Brabantse letteren). ISBN 978-90-78199-19-9
  • De jodenvervolging in Breda. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2011. ISBN 978-90-78199-20-5
  • Brabants oorlogsdrama; het verbeten verzet op de Vloeiweide. Zundert: Vorsselmans, 2011 (2e dr., 2012).
  • Kasteel Boschdal, bolwerk van Beeks verzet. Oorlogsgeheim van een bezet dorp. Zundert: Vorsselmans, 2013.
  • Groot Breda in 55 verhalen. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2014. ISBN 978-90-78199-30-4
  • Weerwoord in de Bredase Bode op het essay over paus Franciscus van professor dr. Antoine Bodar in Dagblad Trouw, 4 februari 2015
  • Idolen en iconen; het NAC boek. Breda/Rotterdam: Trichis Publishing, 2016. ISBN 978-94-29077-50-3
  • Het Stadskantoor - de Bezemer. Breda/Rotterdam: Trichis Publishing, 2018. ISBN 978-94-92881-19-9[3]
  • Het dorpsleven; Princenhage en aangrenzende dorpen 1920-2020. Zundert: Vorsselmans, 2020 (geen ISBN).[2]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]