Rinie Maas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Marinus Wilhelmus (Rinie) Maas (Beek (Noord-Brabant), 5 mei 1948) is de Nederlandse anekdotische kroniekschrijver van het volkse verleden van Breda.

Rinie Maas als columnist[bewerken]

In de vaste rubriek "Het Breda van Weleer" in De Bredase Bode, een gratis huis-aan-huisblad, neemt Maas de lezer mee door historisch Breda en laat hem kennismaken met talloze kleurrijke figuren, verdwenen plaatsen en gebeurtenissen waarover hij interessante of smakelijke verhalen weet te vertellen. Deze verhalen zijn onmiskenbaar Brabants: sfeervol, altijd goedmoedig en doortrokken met een vleugje weemoedige nostalgie. Maas schroomt hierbij ook niet de werkelijkheid en zijn soms hoogst persoonlijke interpretatie daarvan vloeiend in elkaar te laten overlopen. Hierin toont hij zich de geestelijke erfgenaam van de Bredase schrijver Henri t' Sas. Het unieke van "Het Breda van weleer" is dat Maas zijn lezers laat participeren door hen voortdurend te stimuleren ideeën, adviezen en reacties op te sturen die hij vervolgens in zijn stukken verwerkt. Wekelijks wordt hij hierdoor op het spoor gezet van nieuwe onderwerpen uit de Bredase geschiedenis vanaf ca. 1870, zijn historische bovengrens.

Naast zijn historische rubriek schrijft Maas in dezelfde krant ook wekelijkse columns over actuele gebeurtenissen in en rondom zijn stad. Hij doet dat onder het pseudoniem "Tinus de Klopper", de bijnaam van een destijds alom bekend Bredaas volkstype dat in het grauw van de ochtend de arbeiders wekte door op de voordeur van hun huisjes te bonzen onder de luide vermaning "Wakker worre, hoogste tijd, opstaon". Tal van Maas' krantenartikelen zijn in bewerkte vorm gebundeld in een aantal aantrekkelijk uitgegeven en rijk geïllustreerde boeken.

De laatste jaren beperkt Maas zich niet tot de short track van de krantenrubriek. Zo publiceerde hij een ambitieus, in sociologisch opzicht niet onbelangrijk gedenkboek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Den Hey-Acker, de Bredase tuchtschool, maar ook een lichtvoetige verhandeling over de Princenhaagse voetbalvereniging Groen-Wit. In zijn meest recente publicatie De Eeuwelingen herdenkt hij het Bredaas Mannenkoor, de toneelvereniging Vereniging Jacob van Lennep, de Muziekschool Breda / Nieuwe Veste en Vrienden van het Chassé Theater die bij het verschijnen van zijn boek respectievelijk 145, 140, 135 en 130 jaar bestonden. Deze boeken geven geen opsommingen van jaartallen, bestuursbesluiten en beleidsveranderingen (al worden die niet vergeten), maar - zoals altijd bij Maas - vooral en in de eerste plaats verhalen over mensen van vlees en bloed die deze 'kleine geschiedenissen' van lokale instellingen en verenigingen gestalte hebben gegeven: bestuurders, voetballers, acteurs, zangers en voordrachtskunstenaars, jeugdige delinquenten en hun opvoeders, een opmerkelijke kastelein en veel andere memorabele persoonlijkheden. Voor Rinie Maas is geschiedenis altijd humane geschiedenis.

Uitspraak[bewerken]

"Wat, waarin en hoeveel ik ook nog schrijf, het zal altijd met liefde zijn. Want ik ben niet van plan, hoewel ik menige tijd een harder leven heb geleid dan een legionair, van mijn hart een doodskist te maken waarin die liefde is dichtgesoldeerd. Of het technisch perfect of op enig ogenblik nog niet volmaakt zal zijn zal de lezer, gegrepen door de gebeurtenissen en de personen die uit het leven lijken te zijn geplagieerd, een zorg zijn. Ik schrijf niet voor de literatuur. Ik schrijf het leven!"

(In een interview uit 2003 met Breda's stadsdichter Olaf Douwes Dekker voor stadstelevisie Breda tijdens een uitzending van "broodje cultuur").

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Alhoewel later geboren, voelt Maas zich persoonlijk sterk betrokken bij het wel en wee van de Bredanaars gedurende de oorlogsjaren.

Zo werkte hij in 2004 mee bij het vergaren van feiten voor de herdenking - zestig jaar na dato - van Dolle Dinsdag in Breda voor het televisieprogramma Andere Tijden en het N.O.S. journaal.

Ook leidden zijn publicaties over bommen, die twee maanden na de bevrijding van Breda door Engelse piloten boven de stad werden gelost om Duitse jagers die hen achtervolgden sneller af te zijn, tot een burgerinitiatief om de twintig slachtoffers die daarbij omkwamen te eren met een monument. Het gedenkteken werd op 25 december 2005 door burgemeester Peter van der Velden onthuld op de (herbouwde) brug die bij het incident volledig werd verwoest.

Met succes zorgde Maas er ook voor dat ds. Herman Coolsma, die tientallen Joodse onderduikers in zijn pastorie verborgen wist te houden, in 2006 werd bedacht met een straatnaam in Princenhage.

Op 24 oktober 2009 werd door Maas in het Generaal Maczek Museum de tentoonstelling 'Oorlogsslachtoffers Breda 1940 - 1945' geopend. Hij onthulde daarbij een tableau met daarop alle bekende namen van de oorlogsslachtoffers uit en in Breda.

Een al in 2006 ontstaan burgerinitiatief om de tijdens de oorlog weggevoerde 118 leden van de Joodse gemeenschap in Breda eindelijk te herdenken met een monument, werd opgepakt door Maas. Mede door zijn jarenlange onderhandelingen met de gemeente Breda en in nauw overleg met betrokken instanties zoals de vertegenwoordigers van de Nederlands Israëlitische Gemeente Breda kon op 7 april 2011 in het Wilhelminapark het monument worden onthuld: een grote liggende kei met een gedicht van drie strofen van Pien Storm van Leeuwen.

Drie van zijn laatste boeken gaan over de oorlog in en rondom Breda: over de deportatie van de leden van de kleine joodse gemeenschap in Breda; over het drama op de Vloeiweide, waarbij in een boswachterswoning in Zundert verzetsstrijders alsmede de boswachtersvrouw en drie van haar kinderen op 4 oktober 1944 werden gedood door Duitse militairen en hun Nederlandse handlangers, kort daarna gevolgd door de fusillade van de overgebleven verzetsstrijders, en een boek over de rol van het vervallen Kasteel Boschdal, een oud landhuis in Beek waar daarna nog het plaatselijk verzet tegen de Duitsers zich concentreerde.

Door de inzet van Maas is in 2014 onder de noemer ‘het Bredaas verhaal’ een lespakket tot stand gekomen over de Tweede Wereldoorlog dat op 51 scholen in Breda wordt onderwezen.

NAC[bewerken]

Als een levenslange supporter en bewonderaar van de Bredase voetbalclub NAC schreef Maas, geboren in de schaduw van het oude voetbalstadion, in 2016 een boek over deze club: 'Idolen en iconen, het NAC boek; 62 verhalen'. Het boek is geen geschiedenis die begint bij het stichtingsjaar van de club en eindigt met de laatste wapenfeiten maar een hink-stap-sprong voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts. De niet chronologisch gerangschikte 62 verhalen gaan over specifieke wedstrijden, wisselende elftallen en, zoals altijd bij Maas, vooral over de mannen van vlees en bloed achter de voetballers. Hij beperkt zich daarbij niet tot het stadion en de grasmat maar gaat Breda in en beschrijft voor sommigen de omgeving waarin ze opgroeiden, de lagere school die ze bezochten en hun typerende karaktereigenschappen. Gedenkwaardige NAC spelers, waaronder een aantal oud-internationals, krijgen zo hun eigen sociologische ‘verhaal’, waaronder Kees Rijvers, Frans Bouwmeester, Daan Schrijvers, Kees Kuijs, Peter van de Merwe, Hein van Gastel, Leo Canjels, Pierre van Hooijdonk. Met ook aandacht voor de vroegtijdig overleden spelers, de uitbater van een frietkot op het terrein van NAC, de mondige moeder van keeper Peter van de Merwe, de schroothandel van de Bouwmeesters en meer van deze terzijdes, is Idolen en iconen de beschrijving geworden van een aloude Bredase subcultuur waarin het knusse en nooit kapot te krijgen NAC-gevoel de kern vormt.

Bibliografie[bewerken]

  • Abdijgasten en sfeerverhalen over streek, stad Breda en Princenhage. Breda: Eduard van den Wijngaard, 1992.
  • 'Het Sint Ignatiusziekenhuis' en 'Het Begijnhof', literair bekroonde verhalen voor de bundel Breda op Papier. Breda: Stichting Breda 3 Plus en Stichting Letteren, 1997.
  • Gaode mee door 't Aogje? (uitgegeven ter gelegenheid van het 800-jarig bestaan van Princenhage). Breda: Eduard van den Wijngaard, 1998.
  • De eeuw van onze ouders in Noord Brabant. Breda: Eduard van den Wijngaard, 2000.
  • De Biemeewes / Carnaval in Breda / De mannen mee de perdjes / Het Bredase liedjesboek. Breda: Eduard van den Wijngaard, 2001.
  • Gouwe Gasten, goei volluk; het Breda van weleer 1920 - 2000 (uitgegeven ter gelegenheid van Breda 750 jaar in opdracht van de Stichting Breda 750 jaar). Zundert: Vorsselmans, 2002. ISBN 9080656615
  • Standbeeldje voor stadgenoten; het Breda van weleer. Zundert: Vorsselmans, 2003. ISBN 9080656623
  • Van Molen de Beer tot Molen de Beerstraat. Bij opening van de Molen de Beerstraat in Princenhage. Breda: heemkundekring 'Op de Beek', 2004.
  • De Klopperman; vrijmoedige Bredase volksverhalen. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2005. ISBN 9080828688
  • De Bredase scheurkalender 2005. Breda: Gianotten.
  • De Bredase scheurkalender 2006. Breda: Gianotten.
  • Jeugd van Den Hey-Acker; de Tuchtschool (1906-2006). Zundert: Vorsselmans, 2006. ISBN 908065664X
  • Giftum Kèès! 75 jaar Groen-Wit en driekwart eeuw dorpsleven in Princenhage. Breda: Jubileumcommissie Groen-Wit, 2007. ISBN 90 811062 1 X
  • Janske; haar wonderlijke leven. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2007. ISBN 9789078199069 (genomineerd voor de Publieksprijs der Brabantse Letteren 2007/2008, die werd uitgereikt in Breda op 15 maart 2009).
  • Stadshelden; het Breda van weleer III. Zundert: Vorsselmans, 2008. ISBN 978-90-806566-7-3
  • Tjerk Westerterp, een 'Friese' Brabander. Breda: Van Ierland Uitgeverij, 2009. ISBN 978-90-78071-62-4
  • De eeuwelingen; ons fier Breda. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2010 (gekandideerd voor de schrijversprijs der Brabantse letteren). ISBN 978-90-78199-19-9
  • De jodenvervolging in Breda. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2011. ISBN 978-90-78199-20-5
  • Brabants oorlogsdrama; het verbeten verzet op de Vloeiweide. Zundert: Vorsselmans, 2011 (2e dr., 2012).
  • Kasteel Boschdal, bolwerk van Beeks verzet. Oorlogsgeheim van een bezet dorp. Zundert: Vorsselmans, 2013.
  • Groot Breda in 55 verhalen. Breda: Hollaers van Elkerzee, 2014. ISBN 978-90-78199-30-4
  • Weerwoord in de Bredase Bode op het essay over paus Franciscus van professor dr. Antoine Bodar in Dagblad Trouw, 4 februari 2015
  • Idolen en iconen; het NAC boek. Breda/Rotterdam: Trichis, 2016. ISBN 978-94-29077-50-9

Externe link[bewerken]