Robert Merrill

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Merrill in de jaren 1950

Robert Merrill (New York, 4 juni 1917 - 23 oktober 2004) was een Amerikaans bariton en operazanger.

Levensloop[bewerken]

Merrill werd geboren in de wijk Williamsburg van Brooklyn als Moishe Miller, later gewijzigd in Morris Miller en nog later in Robert Miller. Zijn vader was de kleermaker Abraham Milstin die zijn naam wijzigde in Miller en zijn moeder Lillian Balaban. Ze waren Joodse migranten die uit Pultusk bij Warschau kwamen.

Zijn neiging tot stotteren verdween toen hij als kind zanglessen volgde. Later, met wat hij verdiende als straatventer, kon hij zich professionele baritontraining betalen.

Om den brode begon hij te zingen als crooner in radioprogramma's en op huwelijken en bar mitzvahs. De impresario Moe Gale, kon hem werk bezorgen bij Radio City Music Hall met de NBC Symphony Orchestra die geleid werd door Arturo Toscanini.

In 1944 kon hij voor het eerst in een opera optreden. Het werd Verdi's Aida in Newark, New Jersey, met als voornaamste zanger de bekende tenor Giovanni Martinelli. In 1945 won hij in een concours ingericht door de Metropolitan Opera en werd hij aangeworven om de rol van Germont te zingen in La traviata. In datzelfde jaar zong hij voor een platenopname, samen met Jeanette MacDonald, duetten uit de operette Up in Central Park.

In 1951 zong hij voor platenopnamen, samen met de Zweedse tenor Jussi Björling. Het jaar daarop waren beiden de hoofdacteurs, samen met Victoria de los Ángeles, voor een opname van Puccini's La bohème, onder de leiding van Sir Thomas Beecham. In 1953 werd het trio een kwartet, door toevoeging van Zinka Milanov. Samen deden ze de platenopnamen van de volledige Pagliacci en Cavalleria rusticana.

In 1951 verliet Merrill korte tijd de Metropolitan Opera, na een ruzie omdat hij in een muzikale film van het lichte genre was opgetreden, maar hij keerde terug en vanaf 1960 was hij de belangrijkste bariton in de Met. Hij nam ook deel aan de grote openluchtuitvoeringen onder leiding van Alfredo Antonini in het New Yorkse Lewison Stadium.[1][2][3][4]

Merrill bleef optreden voor radio en tv, en zelfs in nightclubs. In 1973 was hij samen met Richard Tucker de vedette van een concert in Carnegie Hall, dat de eerste stap werd naar wat later de Drie Tenors-concerten werd.

In 1976 verliet hij de Met. In 1977 trad hij in een tv-special "Sinatra & Friends," waarin hij "If I Were A Rich Man" zong en ook optrad samen met Frank Sinatra en Dean Martin. Gedurende vele jaren trad hij ook op tijdens religieuze joodse plechtigheden op Rosh Hashana en Yom Kippur.

Zijn belangrijke invloed op de Amerikaanse zang werd erkend in 1981 door de toekenning van de prestigieuze Award van de University of Pennsylvania Glee Club.[5]

In 1996 werd zijn vijftigjarige carrière geëerd door de verlening van de Lawrence Tibbett Award van de AGMA Relief Fund.

Merrill kreeg ook bekendheid als de zanger, gedurende vele jaren, van het nationaal volkslied bij grote sportevenementen, onder meer in het Yankee Stadium en het Giants Stadium.

Merril trouwde in 1952 met Roberta Peters, maar het huwelijk hield slechts korte tijd stand. Hij hertrouwde met de pianiste Marion Machno (†2010), met wie hij een zoon en een dochter had.

Optredens bij de Metropolitan Opera[bewerken]

Robert Merrill zong 769 maal en vervulde 21 rollen bij de Met:[6]

Publicaties[bewerken]

  • Once More from the Beginning, memoires, 1965.
  • Between Acts, memoires, 1976
  • The Divas, roman, als co-auteur, 1978.

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]