Ronnie Hawkins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Ronnie Hawkins
Ronnie Hawkins tijdens het Festival of Friends in Hamilton, Ontario, Canada
Ronnie Hawkins tijdens het Festival of Friends in Hamilton, Ontario, Canada
Algemene informatie
Volledige naam Ronald Cornett Hawkins
Bijnaam The Hawk
Rompin' Ronnie
Mr. Dynamo
Geboren 10 januari 1935
Geboorteplaats Huntsville, Arkansas, Verenigde Staten
Land Verenigde Staten
Werk
Genre(s) Rockabilly, rock-'n-roll, rhythm-and-blues, country, bluegrass
Instrument(en) zang, gitaar
Label(s) Roulette, Columbia, Cotillion, Monument, Atlantic, Polydor, Pye, United Artists, Epic
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Ronald "Ronnie" Hawkins (Huntsville, 10 januari 1935) is een Amerikaanse rockabilly-artiest. Hij begint zijn carrière in Arkansas, Verenigde Staten, maar breekt pas echt door als hij naar Ontario, Canada vertrekt. Hawkins heeft een grote invloed gehad op de (Canadese) muziekwereld[1]. Hawkins neemt in totaal meer dan vijfentwintig albums op. Relatief bekende nummers zijn Who Do You Love?, Hey Bo Diddley, en Suzie Q, de laatste geschreven door zijn neef Dale Hawkins.

In de jaren zestig van de vorige eeuw is Hawkins, die ook bekendstaat onder de namen "Rompin' Ronnie", "Sir Ronnie", "Mr. Dynamo" en "The Hawk", een van de belangrijkste figuren in de wereld van rock-'n-roll in Toronto, Canada. Maar uiteindelijk is hij bekender geworden om de rol die hij heeft gespeeld in de carrières van andere artiesten. Uit zijn begeleidingsband The Hawks, die steeds wisselt van samenstelling, stromen veel artiesten door tot zelfstandige acts. De succesvolste uitloper is The Band. Andere bekende alumni zijn Janis Joplin's Full Tilt Boogie Band[2], David Clayton Thomas van Blood, Sweat & Tears[3], Crowbar[4], Bearfoot[5], Skylark [6], Lawrence Gowan[2], en The Weber Brothers[7].

Levensloop[bewerken]

Hawkins wordt in 1935 geboren in Huntsville, Arkansas, Verenigde Staten. Op negenjarige leeftijd verhuist zijn familie naar Fayetteville, Arkansas. Aan de Universiteit van Arkansas in Fayetteville studeert Hawkins lichamelijke opvoeding. Hier richt hij ook zijn eerste band op; met The Hawks toert hij door Arkansas, Oklahoma en Missouri. Hawkins staat bekend om zijn extravagante podiumpersoonlijkheid: "His camel walk predated Michael Jackson’s moonwalk by three decades, and his back flips became an integral part of his live act".[8]

Hawkins is eigenaar van de Rockwood Club in Fayetteville; zijn vriend Dayton Stratton is er manager. Hier treden enkele rock-'n-roll-helden op, onder wie Jerry Lee Lewis, Carl Perkins, Roy Orbison, Roy Buchanan en Leon Russell.[9]

Hawkins maakt zijn opleiding niet af, en is korte tijd gestationeerd in Fort Chaffee, Fort Smith, als militair.[8] Op advies van Conway Twitty start hij in 1958 met een tour door Canada. Hawkins verhuist zelfs daarheen; in 1964 ontvangt hij zijn permanente verblijfsvergunning. Hij gaat wonen in Peterborough (Ontario), de plek waar hij nog steeds woont.[2]

Twee van de drie Hawks willen niet meeverhuizen naar Canada. Pianist Will “Pop” Jones en gitarist Jimmy Ray “Luke” Paulman gaan terug naar de Verenigde Staten om te trouwen. Alleen de drummer, Levon Helm, blijft. De lege plekken worden opgevuld door vier Canadezen: gitarist Robbie Robertson, bassist Rick Danko, pianist Richard Manuel en toetsenist Garth Hudson.[9] Deze samenstelling zal een aantal jaren later goud blijken. In 1963 zal deze band, die zich The Band noemt, zich eerst aansluiten bij Bob Dylan om zich daarna succesvol als zelfstandige act te bewijzen. In 1976 treedt Hawkins op tijdens het afscheidsconcert van The Band. Hiervan wordt onder de naam The Last Waltz een concertfilm gemaakt door Martin Scorsese.[10]

The Last Waltz. Hawkins is de man met hoed achteraan.

John Lennon en Yoko Ono doen Hawkins' Canadese boerderij aan tijdens een van hun vredesreizen. In december 1969 verblijven zij bij Hawkins in Mississauga, Ontario. Lennon signeert hier zijn litho's uit de Bag One-serie en neemt een radiopromo op voor een single van Ronnie Hawkins: Down in the Alley. In de vroege jaren zeventig raakt Hawkins onder de indruk van de Canadese muzikant Pat Travers, die optreedt in de nachtclubs van Ontario. Travers, dan 19 jaar, treedt een jaar lang op met Hawkins. Hij vervolgt zijn carrière in de hardrock.[11]

Hawkins is te zien in enkele kleine filmrollen. In 1975 speelt hij bijvoorbeeld de rol van Bob Dylan in de film Renaldo and Clara. Van september 1981 tot maart 1982 presenteert Hawkins op de Canadese zender CTV wekelijks een eigen televisieshow Honky Tonk van een half uur, waarin hij muzikale gasten ontvangt. De show "captured the flavour of the urban cowboy craze"[12].

Op 8 januari 1995 viert Hawkins zijn zestigste verjaardag met een concert in Massey Hall, Toronto, waarvan de opnames te horen zijn op het album Let It Rock. Gastoptredens zijn er door Carl Perkins, Jerry Lee Lewis, The Band (die zich opnieuw heeft geformeerd in gewijzigde samenstelling) en Lawrence Gowan. De blinde gitarist Jeff Healy begeleidt Hawkins grotendeels, samen met zijn eigen band The Hawks.

Ziekte[bewerken]

In 2002 krijgt Hawkins alvleesklierkanker, die terminaal lijkt. Na een conventionele operatie weigert hij medicatie. Hij toont zich een tegenstander van conventionele medicijnen. Hawkins verklaart: "Put that chemical shit [painkillers] in your veins, that's what will get ya in trouble".[13] Wel rookt hij marihuana, "the greatest healer in the world"[13] en probeert hij naar eigen zeggen alle soorten alternatieve medicatie. Robbie Robertson, ex-lid van The Hawks en The Band, brengt Hawkins in contact met Indiaanse genezers. Gitarist Lonnie Mack brengt Hawkins op het spoor van een monnik die een brouwsel maakt van de bast van een witte eik. Ook laat Hawkins zich behandelen door alternatief genezer Adam, een jongetje van 16 uit Vancouver, Canada. Op 5000 km afstand zou deze Adam door middel van een foto energiebehandelingen aan Hawkins hebben gegeven. Ronnies tumor is verdwenen.[14] Hawkins verklaart dat misschien één of een combinatie van deze alternatieve behandelingen hem heeft genezen, maar laat zich nergens sluitend uit. 'The way I feel is that there is only one healer, the Big Rocker up there", he says pointing to the sky.[13]. Over Hawkins' ziekte en genezing is een documentaire gemaakt, waarin onder meer oud-president van de Verenigde Staten Bill Clinton aan het woord komt.[15]

Prijzen en andere eerbetonen[bewerken]

Ronnie Hawkins' ster op de Walk of Fame in Toronto, Canada.
  • In 2014 wordt Hawkins benoemd tot Officier in de Orde van Canada (honorair)[16].
  • In 2008 is Hawkins opgenomen in de Arkansas Entertainers Hall of Fame[8].
  • In november 2007 krijgt Hawkins een Special Achievement Award tijdens de Society of Composers, Authors and Music Publishers (SOCAN) Awards voor zijn verdiensten voor de Canadese muziekindustrie[2].
  • In 2005 krijgt Hawkins een eredoctoraat van Laurentian University, Ontario, Canada als "Professor of Rock 'n' Roll" [17].
  • In 2002 roept de stad Toronto 4 oktober uit tot Ronnie Hawkins Day[18].
  • In 2002 krijgt Hawkins een ster op de Walk of Fame in Toronto voor zijn verdiensten voor de muziek en zijn bijdragen aan goede doelen[18].
  • Op 4 maart 2004 wordt Hawkins opgenomen in de Canadese Music Industry Hall of Fame[8]. * In 1996 ontvangt Hawkins de Walt Grealis Special Achievement Award van de Canadian Academy of Recording Arts and Sciences voor zijn rol in de Canadese muziekindustrie[2].
  • Met de LP "Making it Again" uit 1984 wint Hawkins een Juno Award in de categorie Canada's best Country Male Vocalist (Canada's beste mannelijke countryzanger)[2].
  • Hawkins is ook opgenomen in de Rockabilly Hall of Fame[8].

Literatuur[bewerken]

  • Ian Wallis, The Hawk: The Story of Ronnie Hawkins & The Hawks. Quarry Press, 1996.

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Year Album CAN NL Album Top 100[19] Label
1959 Ronnie Hawkins Roulette
1960 Mr. Dynamo
Folk Ballads of Ronnie Hawkins
1961 Sings the Songs of Hank Williams
1963 The Best
1964 Mojo Man
1970 The Best
Ronnie Hawkins 12 Cotillion
1971 The Hawk 91
1972 Rock and Roll Resurrection Monument
1974 Giant of Rock'n Roll
1977 Rockin' Pye
1979 The Hawk United Artists
1981 A Legend in His Spare Time Quality
1982 The Hawk and Rock Trilogy
1984 Making It Again Epic
1987 Hello Again ... Mary Lou
1995 Let It Rock]] Quality
2002 Still Cruisin' Hawk

Singles[bewerken]

Jaar Single Positie Album
CAN CAN AC CAN Country US
[20]
NL Top 40[21] NL Single Top 100[22]
1959 "Forty Days" 45 Ronnie Hawkins
"Mary Lou" 26
1963 "Bo Diddley" 117 singles only
1965 "Bluebirds Over the Mountain" 8
"Goin' to the River" 34
1970 "Home from the Forest" 29 Ronnie Hawkins
"Down in the Alley" 20 75
"Bittergreen" 36 118
1971 "Patricia" 84 2 38 The Hawk
1972 "Cora Mae" 71 Rock and Roll Resurrection
1973 "Lonesome Town" 8 39 Giant of Rock'n Roll
1981 "(Stuck In) Lodi" 7 8 A Legend in His Spare Time
1983 "Wild Little Willie" 45 The Hawk and Rock
1985 "Making It Again" 44 Making It Again
1987 "Hello Again Mary Lou" 17 39 Hello Again ... Mary Lou
1995 "Days Gone By" 51 Let It Rock