Salomon Müller

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Salomon Müller
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Salomon Müller
Geboren Heidelberg, 7 april 1804
Overleden Freiburg im Breisgau, 29 december 1863
Nationaliteit Vlag van Duitsland Duitsland
Beroep zoöloog
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Salomon Müller (7 april 1804 in Heidelberg - 29 december 1863 in Freiburg im Breisgau) was een Duitse zoöloog, die in dienst van het Nationaal Natuurhistorisch Museum van Leiden onderzoek deed in Nederlands Oost-Indië en Nieuw Guinea aan vogels en zoogdieren.

Biografie[bewerken]

Jeugd en opleiding[bewerken]

Salomon Müller werd geboren als zoon van een zadelmaker en herbergier in Heidelberg. Hij kreeg lager onderwijs en nam privéles in het Latijn. In 1823 bezocht hij colleges in de zoölogie aan de Universiteit van Heidelberg. Hij was daar overigens niet officieel ingeschreven. In zijn vrije tijd werkte hij als jager op vogels en werkte als preparateur. Hij zette vogels op of maakte balgen.

Hij ontmoette in de herberg van zijn ouders de jonge wetenschappers Heinrich Boie en Heinrich Christian Macklot. Heinrich Boie was sinds 1817 conservator zoölogie aan de universiteit van Heidelberg en Macklot had daar in 1822 zijn doctorstitel gehaald. Beiden waren door Coenraad Jacob Temminck benaderd om onderzoek te gaan doen in Nederlands Oost-Indië. Boie en Macklot ontdekten het talent van Salomon Müller voor het bemachtigen en prepareren van vogels en zorgden ervoor dat Salomon ook mee mocht met deze expeditie.

Expedities door Nederlands Oost-Indië[bewerken]

In december 1825 kreeg hij officieel zijn aanstelling tot lid van de Natuurkundige Commissie en kon mee als verzamelaar en taxidermist om de collectie van het Leidse museum uit te breiden met objecten uit in Oost-Indië. Op 6 juni 1826 kwamen zij in Java aan. Tot 1828 verzamelde hij met deze groep planten en dieren op Java en daarna weer in 1831. Van 1828 tot en met 1829 maakte hij reizen door de Molukken, naar Nieuw Guinea en naar Timor. Van 1833 tot en met 1835 reisde hij door westelijk en midden Sumatra.

In 1837 had hij aldus 6500 balgen van vogels, 700 skeletten, 150 vogelnesten en 400 vogeleieren verzameld, daarnaast ook nog zoogdieren, vissen, reptielen, planten en mineralen. Hij beschikte over een uitstekende gezondheid want gedurende zijn reizen door Indonesië (1826-1837) overleden vier van zijn naaste collega's aan malaria, waaronder Heinrich Boie en éen (Macklot) door politiek geweld. Overigens kwamen van de 18 door de Natuurkundige Commissie uitgezonden onderzoekers slechts zes levend in Europa terug.

Terug in Europa[bewerken]

In 1837 kwam hij terug naar Nederland. Hij kreeg van de Universiteit van Heidelberg in absentia (bij afwezigheid) de doctorstitel en hij kreeg het Nederlands staatsburgerschap. Hij werkte van 1837 tot en met 1850 aan het beschrijven en catalogiseren van zijn omvangrijke collectie, samen met Hermann Schlegel.

De Natuurkundige Commissie werd echter in 1850 opgeheven en daarop vertrok Müller naar Freiburg. Daar leidde hij een teruggetrokken bestaan en overleed in 1863.

Zijn werk[bewerken]

Talrijke beschrijvingen van nieuwe soorten en geslachten zoals die van het geslacht Otocyon (grootoorvos) en Dendrolagus (boomkangoeroe) en de Tomistoma schlegelii (onechte gaviaal) zijn door Müller gemaakt.

Boeken:

  • Salomon Müller: Bijdragen tot de kennis van Sumatra: bijzonder in geschiedkundig en ethnographisch opzigt. Hrsg. S. & J. Luchtmans, Leiden, 1846.
  • Salomon Müller: Reizen en onderzoekingen in Sumatra: gedaan op last der Nederlandsche Indische regering, tusschen de jaren 1833 en 1838, door Dr. S. Müller en Dr. L. Horner. Hrsg. K. Fuhri, Gravenhage, 1855.
  • Salomon Müller: Reizen en Onderzoekingen in Den Indischen Archipel: Gedaan Op Last der Nederlandsche Indische Regering, Tusschen de Jaren 1828 en 1836 Uitgave Frederik Muller, Amsterdam, 2 delen, 1857.
  • Salomon Müller & Hermann Schlegel: Over de Krokodillen van den Indischen Archipel. – In: Coenraad Jacob Temminck: Verhandlingen over de Naturlijke Geschiedenis der Nederlandsche Oberzeesche Bezittingen door de leden der Natuurkundige Kommissie in Indie en andere schrijvers. Uitgever: S. & J. Leuchtmans & C. C. van de Hoeck, Leiden, 1839-1844.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Cornelis Andries Backer: Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen: de namen van de in Nederland en Nederlands-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken gekweekte varens en hogere planten. Uitgever: L. J. Veen, Amsterdam, 704 S.
  • Huibert Johannes Veth: Overzicht van hetgeen, in het bijzonder door Nederland, gedaan is voor de kennis der fauna van Neder landsch-Indië. Academisch Proefschrift, Leiden, 1879: 204 S.
  • Encyclopaedie van Nederlandsch-Indie. 1918, Part 2, H-M, Gravenhage.