Samenstelling Tweede Kamer 1853-1856

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1853-1856 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen op 17 mei 1853. De zittingsperiode ging in op 14 juni 1853.

Nederland was verdeeld in 38 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde. Om de twee jaar werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd, om die reden vonden op 13 juni 1854 periodieke verkiezingen plaats.

Gekozen bij de verkiezingen van 17 mei en 31 mei 1853[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (26 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Thorbeckianen (12 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (11 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (7 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberalen (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Katholieken (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Protestants (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigde liberalen (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 13 kieskringen was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 31 mei 1853 gehouden.
  • Jacobus Mattheüs de Kempenaer (conservatieven) werd verkozen in twee kiesdistricten, Amersfoort en Tiel. Hij opteerde voor Tiel, als gevolg hiervan werd op 6 juni 1853 een tussentijdse verkiezing gehouden in Amersfoort, waarbij Frederik van Rappard werd verkozen.
  • Johan Rudolf Thorbecke (thorbeckianen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Breda en Maastricht. Hij opteerde voor Maastricht, als gevolg hiervan werd op 17 juni 1853 een tussentijdse verkiezing gehouden in Breda, waarbij Lambertus Dominicus Storm werd verkozen, die op 27 juni 1853 werd geïnstalleerd.
  • Willem Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Gouda en Zwolle. Hij opteerde voor Zwolle, als gevolg hiervan vonden op 13 en 28 juni 1853 herverkiezingen plaats in Gouda. In de tweede stemronde werd Mari Aert Frederic Henri Hoffmann (conservatief-protestanten) verkozen, die op 12 juli 1853 werd geïnstalleerd.
  • Jean Chrétien Baud (conservatieven) werd in de tweede stemronde op 31 mei 1853 verkozen in drie kiesdistricten, Rotterdam, Amsterdam en 's-Gravenhage. Hij opteerde voor Rotterdam, als gevolg hiervan werden tussentijdse verkiezingen gehouden, op 16 juni in 's-Gravenhage en op 16 en 28 juni in Amsterdam. Hierbij werden respectievelijk Jules Constantijn Rijk en Gerrit Schimmelpenninck verkozen. Rijk werd geïnstalleerd op 23 juni 1853, Schimmelpenninck op 12 juli 1853.
  • De verkiezing van Johannes Dirk van der Poel (conservatieven) in de kieskring Dordrecht op 17 mei 1853 werd in eerste instantie geannuleerd wegens onregelmatigheden bij de stemming. Op 2 juli 1853 werden in Dordrecht nieuwe verkiezingen gehouden, waarbij van der Poel opnieuw werd verkozen. Hij werd op 12 juli 1853 geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1853[bewerken | brontekst bewerken]

  • 20 september: Willem Hendrik van Voorst (conservatief-liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot president van de arrondissementsrechtbank in Haarlem. Als gevolg hiervan vonden op 20 oktober en 3 november 1853 tussentijdse verkiezingen plaats in Haarlem. Bij de tweede stemronde werd Jan Heemskerk Bzn. (thorbeckianen) verkozen, die op 10 november dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 13 oktober: Louis van Heiden Reinestein (conservatieven) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn herbenoeming tot kantonrechter in Assen. Bij de tussentijdse verkiezingen in de kieskring Assen op 1 december 1853 werd van Heiden Reinestein opnieuw verkozen. Hij werd op 12 december 1853 geïnstalleerd.

1854[bewerken | brontekst bewerken]

  • 30 maart: Petrus van den Heuvel (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot rechter bij de arrondissementsrechtbank in Eindhoven. Bij tussentijdse verkiezingen in de kieskring Eindhoven op 27 april 1854 werd Johannes Franciscus van der Heijde verkozen, die op 15 mei 1854 werd geïnstalleerd.
  • 2 mei: Jules Constantijn Rijk (conservatieven) overleed. Daarom vonden er op 23 mei en 7 juni dat jaar tussentijdse verkiezingen plaats in 's-Gravenhage. In de tweede stemronde werd Isaac Paul Delprat verkozen, die bij de periodieke verkiezingen van 13 juni 1854 opnieuw moest worden verkozen. Na zijn herverkiezing werd hij op 11 juli 1854 geïnstalleerd.
  • 2 juni: Carolus Cornelius Aloysius Beens (thorbeckianen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn herbenoeming tot kantonrechter in Oosterhout. Bij tussentijdse verkiezingen op 22 juni dat jaar in Tilburg werd Beens herkozen en op 11 juli 1854 werd hij geïnstalleerd.
  • 3 juni: Cornelis Sleeswijk Vening (conservatieven) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot raadsheer bij het Provinciaal Gerechtshof in Leeuwarden. Bij tussentijdse verkiezingen op 13 juni dat jaar in Sneek werd Herman Ulrich Huguenin (liberalen) verkozen. Huguenin moest opnieuw verkozen worden bij de periodieke verkiezingen in Sneek, die op 30 juni dat jaar plaatsvonden, en na zijn herverkiezing werd hij op 24 juli 1854 geïnstalleerd.
  • 13 juni: bij periodieke verkiezingen werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd, in de kieskring Sneek vond die verkiezing pas op 30 juni 1854 plaats. Verschillende zittende Tweede Kamerleden werden die dag verslagen: Jean Chrétien Baud (conservatieven) in Rotterdam door Anthony Hoynck van Papendrecht (liberalen), Jean François Schuurbeque Boeije (conservatieven) in Zierikzee door Sebastiaan Hendrik Anemaet (thorbeckianen), Justinus van der Brugghen (antirevolutionairen) in Zutphen door Willem Hendrik Dullert (thorbeckianen) en Willem Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) in Zwolle door Jacob Pieter Pompejus van Zuylen van Nijevelt (thorbeckianen). Hoynck en van Zuylen van Nijevelt werden op 18 september 1854 geïnstalleerd, Anemaet op 19 september 1854 en Dullert op 20 september 1854.
  • 27 juni: in de kieskringen Amsterdam, Dordrecht en Utrecht was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. In Amsterdam werd Jean Chrétien Baud (conservatieven) verkozen, als opvolger van Gerrit Schimmelpenninck, die zich bij de periodieke verkiezingen van 1854 geen kandidaat meer had gesteld. In Utrecht werd zittend Kamerlid Hubert Alexander Maurits van Asch van Wijck (antirevolutionairen) verslagen door Nicolaas Pieter Jacob Kien (conservatieven). Beiden werden op 18 september 1854 geïnstalleerd.
  • 25 juli: Johannes Franciscus van der Heijde (liberalen), nog herkozen bij de periodieke verkiezingen van 13 juni 1854, overleed. Bij tussentijdse verkiezingen in Eindhoven op 22 augustus 1854 werd Antonius Alexis Josephus Meijlink (conservatief-katholieken) verkozen, die op 18 september 1854 werd geïnstalleerd.
  • 22 december: Maximiliaan Jacob de Man (liberalen), herkozen bij de periodieke verkiezingen van 13 juni 1854, overleed. Bij tussentijdse verkiezingen in de kieskring Almelo, op 19 januari 1855, werd Gijsbertus Martinus van der Linden (thorbeckianen) verkozen, die op 13 februari 1855 werd geïnstalleerd.

1855[bewerken | brontekst bewerken]

  • 10 maart: Johannes Donker Hzn. (conservatieven) overleed. Als gevolg hiervan vonden op 3 en 17 april dat jaar tussentijdse verkiezingen plaats in Hoorn. In de tweede stemronde werd Peter Marius Tutein Nolthenius verkozen, die op 8 mei 1855 werd geïnstalleerd.
  • 13 maart: Edmond van Wintershoven (thorbeckianen), herkozen bij de periodieke verkiezingen van 13 juni 1854, nam ontslag als Tweede Kamerlid wegens gezondheidsredenen. Daarom vonden op 3 en 17 april dat jaar tussentijdse verkiezingen plaats in Maastricht. In de tweede stemronde werd Charles de Limpens verkozen, die op 30 mei 1855 werd geïnstalleerd.
  • 1 april: Willem Engelbart Engelen (conservatieven) vertrok uit de Tweede Kamer omdat hij lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland werd. Op 31 mei en 14 juni 1855 werden daarom tussentijdse verkiezingen gehouden in Sneek. Bij de tweede stemronde werd Schelte Wybenga (conservatief-liberalen) verkozen, die op 28 juni dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 5 augustus: Johannes Baptista Bots (thorbeckianen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn herbenoeming tot kantonrechter in Helmond. Bots werd bij tussentijdse verkiezingen op 23 oktober dat jaar herkozen in het kiesdistrict Eindhoven en op 10 november 1855 geïnstalleerd.
  • 22 augustus: Willem Boreel van Hogelanden (gematigde liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot Commissaris des Konings in Noord-Holland. Bij tussentijdse verkiezingen op 20 september 1855 in 's-Gravenhage werd Willem Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) verkozen, die op 24 september dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 6 november: Herman Ulrich Huguenin (liberalen) nam ontslag uit de Tweede Kamer om schoolopzichter te worden in het achtste schooldistrict van Friesland. Op 4 en 18 december 1855 werden daarom tussentijdse verkiezingen gehouden in Sneek. Bij de tweede stemronde werd Pieter Benjamin Johan Vegilin van Claerbergen (conservatieven) verkozen, die op 14 februari 1856 werd geïnstalleerd.
  • 14 december: Karel Adriaan Meeussen (thorbeckianen), herkozen bij de periodieke verkiezingen van 13 juni 1854, vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot rechter in de arrondissementsrechtbank van Breda. Bij een tussentijdse verkiezing in de kieskring Breda op 8 januari 1856 werd Meeussen opnieuw verkozen. Hij werd op 8 februari dat jaar geïnstalleerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]