Samenstelling Tweede Kamer 1883-1884

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1883-1884 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen de Tweede Kamerverkiezingen van 12 juni 1883. De zittingsperiode ging in op 17 september 1883 en eindigde op 10 oktober 1884.

Nederland was verdeeld in 43 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde. Om de twee jaar werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd, om die reden werd op 12 juni 1883 slechts een tweede van de leden van de Tweede Kamer verkozen, de andere helft was immers verkozen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 14 juni 1881.

Samenstelling na de verkiezingen van 12 juni en 26 juni 1883[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (31 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (19 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bahlmannianen (14 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Kappeynianen (13 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Schaepmannianen (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In het kiesdistrict Delft was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 26 juni 1883 gehouden.
  • Jacobus Gerardus de Bruijn (Bahlmannianen), verkozen bij de periodieke verkiezingen van 14 juni 1881, nam op 16 augustus 1883 ontslag vanwege zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Bij een tussentijdse verkiezing op 11 september dat jaar in 's-Hertogenbosch werd Antonius Franciscus Vos de Wael verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 18 september 1883 geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1883[bewerken | brontekst bewerken]

  • 30 september: Marinus Bichon van IJsselmonde (antirevolutionairen) nam ontslag vanwege zijn verkiezing tot lid van de Provinciale Staten in Zuid-Holland. Bij een tussentijdse verkiezing op 30 oktober 1883 in Gouda werd Ulrich Herman Huber verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 28 november dat jaar geïnstalleerd.

1884[bewerken | brontekst bewerken]

  • 20 januari: Otto van Rees (liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Bij een tussentijdse verkiezing op 12 februari 1884 in Rotterdam werd Herman Cornelis Verniers van der Loeff verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 19 februari dat jaar geïnstalleerd.
  • 3 april: Carel van Nispen tot Sevenaer (Bahlmannianen) overleed. Als gevolg hiervan vond op 29 april 1884 een tussentijdse verkiezing plaats in Nijmegen, waarbij Maximilien Joseph Caspar Marie Kolkman (Schaepmannianen) werd verkozen, die op 6 mei dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 7 april: Herman Albrecht Insinger (conservatieven) nam ontslag om persoonlijke redenen. Daarom werden op 6 en 20 mei 1884 tussentijdse verkiezingen gehouden in Almelo. In de tweede stemronde werd Abraham van Laer (liberalen) verkozen, die op 26 mei dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 16 april: Idzerd Frans van Humalda van Eysinga (kappeynianen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Zijn opvolger Wilco Julius van Welderen Rengers (liberalen), op 13 mei dat jaar verkozen bij een tussentijdse verkiezing in Dokkum, werd op 28 mei 1884 geïnstalleerd.
  • 28 mei: Roeland van de Werk (liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot raadsheer in Amsterdam. Daarom werden op 24 juni en 8 juli dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Zevenbergen. In de tweede stemronde werd van de Werk verslagen door Allard van der Borch van Verwolde (antirevolutionairen), die op 29 juli 1884 werd geïnstalleerd.
  • 21 juni: Charles Jean François Mirandolle (kappeynianen) overleed. Als gevolg hiervan werden op 15 en 29 juli dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Haarlem. In de tweede stemronde werd Jacob Duyvis (liberalen) verkozen, die op 15 september 1884 werd geïnstalleerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]