Schoolmeester (beroep)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Schoolmeester is een ouderwets woord voor wat nu onderwijzer of leerkracht heet. Naast het doceren waren ze vaak ook werkzaam in de kerk.

Een schoolmeester (meestal een man) was vaak een telg uit een schoolmeestersfamilie. Ook komt het voor dat de vader van een schoolmeester een ambachtsman, boer of handelaar was.

Men kan vaststellen dat er twee soorten schoolmeesters waren betreft hun maatschappelijke status: de schoolmeesters op het platteland en in de stad. De schoolmeesters op het platteland behoorden tot de intellectuelen naast de arts, burgemeester en predikant. Hij was dan ook een raadsman voor vele dorpelingen. In de stad behoorden de schoolmeesters tot de middenstanders, de kleine ambtenaren.

Aanvankelijk bestond er geen officiële opleiding om schoolmeester te worden. Men leerde het vak van bijvoorbeeld hun vader of andere schoolmeesters. Eerst waren ze ondermeester waarna ze na enkele jaren schoolmeester werden. De Stad Antwerpen had een schoolmeestersgilde, de Sint Ambrosiusgilde, opgericht op 19 mei 1530 en ontbonden door het Frans bewind in 1795.

Sedert de negentiende eeuw bestaat de kweekschool (normaalschool) (thans de pedagogische academie voor het basisonderwijs geheten) waar men wordt opgeleid om te doceren in het lager onderwijs.

Bekende schoolmeesters[bewerken]

Zie ook[bewerken]