Naar inhoud springen

Rommert Casimir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Rommert Casimir
Rommert Casimir
Persoonsgegevens
Geboortedatum 29 september 1877
Geboorteplaats Kollum
Overlijdensdatum 13 maart 1957
Overlijdensplaats Voorburg
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep pedagoog
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Rommert Casimir[1] (Kollum, 29 september 1877 - Voorburg, 13 maart 1957) was een Nederlands opvoedkundige en onderwijsvernieuwer.

Casimir bij zijn afscheid van het Nederlandsch Lyceum (1930)

Zijn vader Brugt Kasimier, boerenknecht en later marskramer, overleed toen hij een half jaar oud was, maar dankzij zijn moeder Gepke Meersma en zijn oudere broers, waaronder de latere architect Bonne Kazemier, kon hij de opleiding aan de gemeentelijke kweekschool te Groningen volgen. In zijn tijd als kwekeling droeg hij bij aan Baknieuws. Hij werd onderwijzer en al in 1899 leraar Nederlands en onderwijskunde aan de kweekschool. Een van zijn studenten, de onderwijzeres Teunezien Dina Borgman, werd op 3 augustus 1905 zijn vrouw. Ze kregen een zoon en twee dochters. De zoon, Hendrik Casimir, werd een bekende en productieve natuurkundige.

Intussen studeerde Rommert Casimir wijsbegeerte en psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (doctoraal in 1910). Bij wijsbegeerte was hij onder de indruk van zijn leermeester Gerard Heymans en hij nam diens opvatting over dat ervaring de grondslag voor kennis is, evenals zijn sterk psychologische blik op de werkelijkheid.[2]

In 1906 vertrok hij naar Den Haag om, mede op voorspraak van Jan Ligthart, de stichting van een nieuw soort school voor te bereiden, wat in 1909 resulteerde in het Nederlandsch Lyceum. Casimir omschreef de omgang met Ligthart als een vader-zoonrelatie[2] en bleef tot 1930 rector van dit eerste lyceum in Nederland. In 1928 bracht hij het boek Hij, wij en ik uit, een roman met jeugdherinneringen.[3][4][5] Hij koos daarvoor het pseudoniem B. Meersma, verwijzend naar de achternaam van zijn moeder.

Van 1918 tot 1947 was hij bijzonder hoogleraar in de opvoedkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden, van 1935 tot 1947 tevens bijzonder hoogleraar in de empirische psychologie.

Casimir was van huis uit gereformeerd, maar werd al jong remonstrant, omdat hij de voorbestemming niet kon accepteren. Politiek gezien behoorde hij tot de Vrijzinnig Democratische Bond, waarvoor hij nooit een publieke functie vervulde. Hij schreef een groot aantal artikelen over onderwijs en opvoeding, maar ook over andere onderwerpen, waaruit een encyclopedische kennis bleek. Een aantal van deze artikelen is gebundeld in Opbouw en Voor school en leven. Zijn krantenartikelen zijn beschikbaar via Delpher. Met Jozef Emiel Verheyen redigeerde hij omstreeks 1940 de Paedagogische Encyclopaedie.[6] In 1950 kreeg hij een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Gent.

Casimir woonde in Den Haag aan de Wassenaarseweg, maar moest tijdens de oorlog naar Voorburg verhuizen. De hongerwinter bracht hij door in zijn buitenhuis "de Holterhoek" bij Groenlo. Daar gaf hij les aan ondergedoken leerlingen van gesloten kleinseminaries, voornamelijk boerenzoons, die hem van extra voedsel voorzagen.

Het Rommert Casimir Institute of Developmental Psychopathology from a Cultural and Educational Perspective aan de Universiteit Leiden is naar hem genoemd evenals enkele lagere en middelbare scholen

Het Lorentz Casimir Lyceum te Eindhoven is vernoemd naar Hendrik Lorentz en Rommert Casimir. In verschillende plaatsen in Nederland, waaronder Voorburg en Kollum, zijn basisscholen vernoemd naar Casimir.

Het Casimir Institute aan de TU Eindhoven is vernoemd naar zowel Hendrik als Rommert Casimir, om de link naar zowel onderwijs (Rommert) als wetenschap en industrie (Hendrik) te leggen.[7]

Selectie uit het werk van Rommert Casimir

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Lessen in letterkunde, Kluwer, Deventer, 1909
  • Beknopte geschiedenis der wijsbegeerte, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1910
  • Over domheid, 2 dln., Hollandia-Drukkerij, Baarn, 1910
  • Zelf aan 't stuur: een bundel toespraken, Ploegsma, Zwolle, 1916
  • Hoe beoefent men wijsbegeerte, Wolters, Groningen, 1920
  • Wij en de wereld, Becht, Amsterdam, 1927
  • Opbouw: een bundel verzamelde opstellen, Wolters, Groningen, 1927
  • Langs de lijnen van het leven, Becht, Amsterdam, 1927
  • Met 'De Telegraaf' naar de oorden der oudheid: reisbrieven, 1928, met bijdragen van A.W. Byvanck en F.M.Th. de Liagre Böhl.[8] Verslag van een groepsreis, 'de eerste instructieve ontspanningsreis, onder leiding van Professor Byvanck';[9] mede gebaseerd op verslagen in De Telegraaf, maar de reeks was onregelmatig geweest[10] en de krant moest het in de tussentijd stellen met foto's.[11]
  • Het Nederlandsch Lyceum van 1909 tot 1934, Wolters, Groningen, 1934
  • De psychische structuur der democratie, Assen, 1937
  • Met J.E. Verheyen: Paedagogische encyclopaedie, Groningen, Wolters, 1941
  • Voor school en leven: verzamelde opstellen van R. Casimir, Wolters, Groningen 1949
  • Geschiedenis der opvoeding en opvoedkunde. Antwerpen, Sikkel, 1949
  • Gesprek der opvoeders: een liber amicorum voor R. Casimir. Amsterdam, Wereldbibliotheek, 1952
Portret van Casimir door Isaac Israëls

Er zijn twee portretten bekend van Casimir, een portret door Georg Rueter en een portret door Isaac Israëls.

Ter ere van het vertrek van Casimir als rector van het Nederlandsch Lyceum werd hem in april 1931 tijdens de feestelijkheden in het City Theater in de Venestraat aangeboden een portret te laten maken. De keuze viel op Isaac Israëls, die toen aan de Koninginnegracht woonde. Israëls ging bij Casimir op bezoek en enkele uren later was het portret klaar. Casimir en de opdrachtgeefster Anna Ahn waren tevreden, maar anderen vonden het te vluchtig geschilderd. Het schilderij heeft nooit op school gehangen. Later hing het bij Casimir toen hij in Voorburg woonde. Het schilderij, dat in particulier bezit is, werd in 2012 geëxposeerd in het Haags Historisch Museum.

Georg Rueter kreeg daarna opdracht een beter portret te maken. Met de trein reisde Rueter enkele keren van Slotervaart naar Den Haag om Casimir te portretteren. Het portret van Rueter werd op 27 mei 1931 onthuld. Het was een portret van een patriarch, niet van een onderwijsvernieuwer. Het kreeg een plaats naast de bronzen buste van Lighthart in de aula van de school.

Paul Gerretsen beschreef in het Jaarboek 2009 van de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe hoe het portret van Rueter gevonden werd bij het huisvuil en toevallig gezien en herkend werd door een oud-leerlinge. Zo ging het niet verloren.

[bewerken | brontekst bewerken]