Sebastiaan Matheus Sigismund de Ranitz (1901-1987)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sebastiaan Matheus Sigismund De Ranitz (Amsterdam, 9 februari 1901 - Amsterdam, 2 juni 1987) was een Nederlandse jonkheer en jurist. Hij was een telg uit een bekend Gronings patriciërsgeslacht. Na zijn rechtenstudie werd hij advocaat.

Nadat Hermannus Reydon, de fungerend secretaris-generaal van het nationaalsocialistische Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) als gevolg van een aanslag in januari 1943 door de verzetsgroep CS-6 niet meer in staat was zijn functie uit te oefenen, werd De Ranitz benoemd tot waarnemend secretaris-generaal.

In een geheim memorandum voor Mussert presenteerde De Ranitz eind augustus 1944 een gedetailleerd uitgewerkt plan om het culturele leven ingrij­pend te beperken en het apparaat van het DVK te vereen­voudigen. Na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vertrok De Ranitz spoorslags naar Groningen. Zijn vertrek werd door ambtenaren die wel op hun post waren gebleven en door buitenstaanders als een lafhartige vlucht be­schouwd. Nadat de lucht enigszins was opgeklaard keerde de waar­nemend secretaris-generaal enkele dagen later terug naar Den Haag. Maar niet voor lang. Toen op 17 september 1944 geallieerde luchtlan­dingen bij Arnhem plaatsvonden, vertrok De Ranitz met een aantal naaste medewerkers 's ochtends de achttiende om vijf uur wederom overhaast naar Groningen.

In december 1948 werd hij door het Haagse Bijzondere Hof tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld met aftrek en ontzetting uit de kiesrechten voor de tijd van 12 jaar.[1]