Sifra en Pua

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sifra en Pua zijn twee vroedvrouwen die genoemd worden in Exodus 1:15-22 van de Bijbel. Hun namen betekenen Schoonheid en Meekrap. De woorden kunnen vertaald worden als "Hebreeuwse vroedvrouwen" of "vroedvrouwen van de Hebreeuwers", wat niet wil zeggen dat ze dan ook Hebreeuws zijn.[1] In het verhaal wordt onder meer gemeld dat de farao van Egypte de Israëlieten wilde uitroeien. Hij beval daartoe dat de vroedvrouwen de pasgeboren jongetjes van de Israëlieten moesten doden. De vroedvrouwen weigerden dat omdat zij ontzag hadden voor God. Tegenover de farao echter zeiden deze vrouwen dat zij de kinderen niet konden doden omdat "de Hebreeuwse vrouwen anders dan de Egyptische vrouwen zijn. Ze zijn zo sterk dat voordat één van ons is gekomen, het kind al geboren is."

In de christelijke ethiek is het verhaal van Sifra en Pua van belang als casus van de noodleugen. De Bijbel keurt deze daad niet expliciet af; daarentegen wordt vermeld dat God deze vrouwen zegende.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]