Slag bij Othée

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Slag van Othée
Monument ter herdenking aan de Slag van Othée
Monument ter herdenking aan de Slag van Othée
Datum 23 september 1408
Locatie Othée, Provincie Luik, Prinsbisdom Luik
Resultaat Overwinning van de prins-bisschop en zijn Bourgondische bondgenoten
Strijdende partijen
Blason liege.svg Luikse rebellen Blason fr Bourgogne.svg Bourgondische bondgenoten
Leiders en commandanten
Hendrik van Horne Jan zonder Vrees
Troepensterkte
50.000 (?) 35.000 (?)
Verliezen
15 à 25.000 (?) 600 (?)

De Slag bij Othée is een veldslag die plaatsvond op 23 september 1408 in de omgeving van de Waalse plaats Othée (Nederlands: Elch) tussen de prins-bisschop van Luik en zijn Bourgondische bondgenoten en Luikse rebellen. Deze laatsten leden grote verliezen door gebrek aan ervaring.

De aanleiding[bewerken]

In het jaar 1389 kreeg de 15-jarige Jan van Beieren de zeggenschap over het prinsbisdom Luik. Door zijn wreedaardige houding tegenover zijn onderdanen en een nakende opstand, werd hij verplicht te vluchten naar Maastricht, dat ook deel uitmaakte van het prinsbisdom. Landvoogd Hendrik van Horne werd aangesteld om de heerschappij over te nemen, waarop Jan van Beieren zijn familie vroeg om hem te hulp te komen. Zijn broer Willem IV, graaf van Henegouwen, zijn zwager Jan Zonder Vrees, hertog van Bourgondië en zijn neef Willem II, graaf van Namen verenigden zich en trokken richting Luik.

De veldslag[bewerken]

De rebellerende Luikenaars vormden, met de hulp van inwoners van Tongeren, een leger van 50.000 ongetrainde strijders, onder leiding van Hendrik van Horne. Hun manschappen bestonden uit burgerij en ambachtslieden die opkwamen voor hun rechten en vrijheden. De prins-bisschoppelijke alliantie bestond uit 35.000 geoefende militairen die aangevoerd werden door Jan Zonder Vrees, hertog van Bourgondië. De confrontatie vond plaats in de open velden tussen Othée, Rutten en Herstappe op 24 september 1408 in de namiddag. Ondanks hun strijdlust verloren de Luikenaars de veldslag door gebrek aan ervaring en lieten 15 à 25.000 rebellen het leven. Het hoofd van hun aanvoerder werd als teken van overwinning overgemaakt aan Jan van Beieren.

De gevolgen[bewerken]

Jan van Beieren zette zijn heerschappij van het prinsbisdom voort en ontnam die de inwoners van de “Vurige Stede” hun charters en vrijheden. De stad diende een schuld te vereffenen van 220.000 kronen.

Door zijn heldhaftig optreden kreeg Jan I, hertog van Bourgondië zijn bijnaam Jan zonder Vrees.