Naar inhoud springen

Sociale werkplaats

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Werkplaats in Ülpenich in 2013

Een sociale werkplaats of beschutte werkplaats is een bedrijf dat werkplekken biedt aan mensen die geen werk vinden in een regulier bedrijf, zoals langdurig werklozen en mensen met een verstandelijke, lichamelijke, psychische of andere beperking.[1]

Werknemers met een beschutte werkplek krijgen meer begeleiding en aanpassing van hun werkplek dan van een reguliere werkgever is te verwachten. De werkzaamheden kunnen eenvoudig werk zijn, maar ook hoogwaardig productiewerk.[2]

Zie Maatwerkbedrijf voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vlaanderen kende tot eind 2018 beschutte werkplaatsen voor werknemers met een handicap en sociale werkplaatsen voor laaggeschoolde langdurig werklozen. Sinds 2019 worden deze beiden maatwerkbedrijven genoemd. In Wallonië en Franstalig Brussel spreekt men van een entreprise de travail adapté (onderneming voor aangepast werk) of atelier protégé (beschermde werkplaats)[3][4].

In Nederland was de sociale werkplaats lange tijd nauw verbonden met de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De Wsw bood mensen die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking niet onder reguliere omstandigheden konden werken de mogelijkheid om aangepast te werken. Met de invoering van de Participatiewet op 1 januari 2015 werd de Wsw gesloten voor nieuwe instroom. Werknemers die op 31 december 2014 al een vast Wsw-dienstverband hadden, behielden hun baan en arbeidsvoorwaarden. Voor nieuwe instroom verloopt ondersteuning naar werk sindsdien via onder meer de Participatiewet.

Binnen de Participatiewet bestaat beschut werk voor mensen die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking zoveel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig hebben dat niet van een reguliere werkgever kan worden verwacht dat deze ondersteuning zonder meer wordt geboden.

De gemeente kan het UWV vragen om te beoordelen of iemand voor beschut werk in aanmerking komt. Iemand kan ook zelf bij het UWV een advies beschut werk aanvragen. Na een positief advies is de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van een passende betaalde werkplek. Iemand met beschut werk kan in dienst zijn van een gemeente, een sociaal ontwikkelbedrijf of een andere werkgever. Beschut werk kan daardoor ook bij een reguliere werkgever worden georganiseerd.

In ministeriële regelingen wordt jaarlijks bepaald hoeveel beschutte werkplekken gemeenten minimaal moeten aanbieden. Daarmee is de eerdere landelijke formulering dat gemeenten op termijn gezamenlijk 30.000 werkplekken moesten realiseren niet meer de meest actuele beschrijving van de systematiek.

Beschut werk is niet hetzelfde als de banenafspraak. Wanneer iemand volgens het UWV niet is aangewezen op beschut werk omdat werken bij een reguliere werkgever met ondersteuning mogelijk is, kan bijvoorbeeld werk binnen de banenafspraak een alternatief zijn.

Van SW-bedrijf naar sociaal ontwikkelbedrijf

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de invoering van de Participatiewet is de rol van veel voormalige SW-bedrijven veranderd. De Rijksoverheid gebruikt hiervoor onder meer de benaming sociaal ontwikkelbedrijf. Sociaal ontwikkelbedrijven richten zich op het aan het werk helpen en houden van mensen met een arbeidsbeperking die niet direct bij reguliere werkgevers aan het werk kunnen. Daarnaast begeleiden zij mensen steeds vaker naar werk bij reguliere werkgevers.

Een sociaal ontwikkelbedrijf is daarmee niet zonder meer hetzelfde als de klassieke sociale werkplaats. De precieze taken en organisatie verschillen per gemeente en regio. Sommige organisaties richten zich voornamelijk op de uitvoering van de Wsw en beschut werk, terwijl andere organisaties ook taken uitvoeren op het gebied van re-integratie, arbeidsontwikkeling, plaatsing bij werkgevers en andere onderdelen van de Participatiewet.

De inrichting van sociaal ontwikkelbedrijven verschilt sterk. In een landelijke handreiking over organisatiemodellen worden onder meer bedrijven die uitsluitend de Wsw uitvoeren, bedrijven voor beschutte arbeid, geïntegreerde sociaal ontwikkelbedrijven, gecombineerde sociaal ontwikkelbedrijven, partiële sociaal ontwikkelbedrijven en zogenoemde mixed-modelbedrijven onderscheiden. Bij geïntegreerde en gecombineerde modellen zijn onderdelen van de gemeentelijke uitvoering van werk, re-integratie en soms inkomen samengebracht met de infrastructuur van het voormalige SW-bedrijf.

Toekomstbestendige sociale infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 2025 stelt het Rijk extra middelen beschikbaar om de sociale infrastructuur en sociaal ontwikkelbedrijven verder te versterken. Voor de periode 2025–2034 is onder meer een impulsbudget beschikbaar voor het aanpassen van organisatiestructuren, het versterken van de doorstroom naar reguliere werkgevers, het verbeteren van de bedrijfsvoering en het realiseren van duurzame werkplekken.

Daarnaast stelt het Rijk middelen beschikbaar voor 10.000 werkplekken via sociaal ontwikkelbedrijven voor mensen die niet in aanmerking komen voor beschut werk, maar wel ondersteuning nodig hebben bij hun ontwikkeling richting regulier werk of tijdelijk een passende werkplek nodig hebben.

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Sheltered workshops van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.