Spanning tree protocol

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Spanning Tree Protocol (STP) wordt gebruikt om redundantie van paden in een netwerktopologie te beheersen.

Om netwerken sneller en robuuster te maken worden verbindingen vaak redundant uitgevoerd. Omdat dit kan leiden tot dubbele pakketten wordt het STP gebruikt. Het STP is geïmplementeerd in veel netwerkapparatuur, tegenwoordig met name switches. Deze switches communiceren met elkaar via speciale datapakketten (bridge protocol data units (BPDUs)), en ze bepalen onderling de courante topologie van het netwerk op net niveau van OSI laag 2. Wanneer het protocol vaststelt dat pakketten meerdere keren naar eenzelfde segment worden gerouteerd, wordt een van de paden naar dat segment afgesloten door de desbetreffende switchpoort uit te schakelen.

Zie ook[bewerken]