Spoorspatting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spoorspatting bij Landgraaf, juli 2006
Spoorspatting op de spoorbrug over de Delaware nadat de brug in brand was geraakt. (1935)

Een spoorspatting is het horizontaal knikken ofwel verbuigen van spoorrails. Er ontstaan dan kronkels of slingers in het spoor. In de meeste gevallen verhinderd de spoorconstructie dat de rails kunnen uitzetten. Als gevolg van opwarming bij warm weer ontstaat er daarom een drukkracht ofwel een mechanische drukspanning in de lengterichting van de rail.

Spoorspattingen ontstaan vooral op hete zomerdagen. Bij erg warm weer kan de temperatuur van de spoorstaven oplopen tot meer dan 70 °C. Doordat de in de lengterichting niet kunnen uitzetten ontstaan er dan drukspanningen van honderden kilonewton (tientallen tonnen) per rail[1]. Als de drukspanning te hoog wordt, knikt de rail en zoekt het materiaal een uitweg naar opzij zodat een uitstulping, een kronkel in het spoor ontstaat. Door de dwarsliggers blijft het verband tussen de spoorstaven bestaan, zodat de twee spoorstaven op dezelfde plaats kromtrekken.

Gevolgen[bewerken]

Een spoorspatting vormt een gevaarlijke situatie. Een railvoertuig ontspoort op een spoorspatting al bij lage snelheden omdat het de kronkels in het spoor niet kan volgen. Op Europese schaal zijn spoorspattingen de op één na belangrijkste oorzaak van spoorwegongevallen.[2]

Zie ook[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

  1. Prof.dr.ir. C. Esveld, Deel D. Constructief ontwerp van spoorwegen (pdf). Geometrisch en constructief ontwerp van wegen en spoorwegen pagina 16 (september 2005) "Enige orde-grootten: ademlengte 70 m, schuifweerstand 10 kN/m per dwarsligger, maximale verplaatsing 15 mm en de normaalkracht in de spoorstaaf 800 kN!"
  2. De meest voorkomende oorzaak van spoorwegongevallen is gebroken rails. Zie Spoorwegbureau van de Europese Unie, RAILWAY SAFETY PERFORMANCE IN THE EUROPEAN UNION — 2016 (pdf) pagina 38 (september 2016)