Staatsveiligheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Staatsveiligheid, of ook wel nationale veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermde maatregelen tegen deze potentiële oorzaken in een staat.

Inhoud[bewerken]

Wat er onder staatsveiligheid wordt verstaan is sterk afhankelijk van de cultuur die er in een land heerst en de definitie kan dan ook per land verschillen. In een land met een dictatoriaal regime kan bijvoorbeeld het uiten van een afwijkende mening als schadelijk gezien worden, terwijl dat in een ander land valt onder de vrijheid van meningsuiting.

In enge zin kan het begrip nationale of staatsveiligheid betrekking hebben op de veiligheid van de staatsstructuur met al haar instellingen. In ruime zin kan het betrekking hebben op de veiligheid van een staat met al haar instellingen en burgers, inclusief de openbare orde.

Waarborgen[bewerken]

Functies binnen het staatsbestel waarbij kennis en/of bevoegdheden horen die bij misbruik de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen worden in Nederland vertrouwensfuncties genoemd. Deze mogen alleen worden vervuld door personen die een veiligheidsonderzoek hebben ondergaan, waarna voor hen een verklaring van geen bezwaar (VGB) is afgegeven.

Ook bepaalde informatie van de overheid, de krijgsmacht en van bedrijven en wetenschapsinstellingen op het gebied van bijvoorbeeld de ontwikkeling van wapens, kan de staatsveiligheid in gevaar brengen wanneer deze in verkeerde handen valt. Om dat te voorkomen wordt zulke informatie geclassificeerd (in Nederland: gerubriceerd) en als staatsgeheim aangemerkt.

Veiligheidsdiensten[bewerken]

Om de staatsveiligheid te waarborgen hebben veel landen een geheime dienst opgericht die moet waken over de staatsveiligheid en inlichtingen tracht te verkrijgen over op handen zijnde pogingen om deze te ondermijnen. Dit zijn in België en Nederland: