Steven Van Gucht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Steven Van Gucht (21 april 1976) is een Belgisch viroloog bij Sciensano en gastprofessor aan de Universiteit Gent.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Afkomst en opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Steven Van Gucht groeide als kind op in een boerderij in Merchtem waar hij ook naar de lagere school ging. Op twaalfjarige leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Opwijk waar hij tijdens het middelbaar in het Vrij Katholiek Onderwijs natuurwetenschappen volgde.[1] Als jonge man begon hij zich te interesseren voor dierenziekten. Hij ging diergeneeskunde studeren en behaalde een master in de Diergeneeskunde aan de RUG in 2000. Vijf jaar later behaalde hij met zijn onderzoek over respiratoire virussen (waaronder het coronavirus) bij varkens zijn doctoraat in de Diergeneeskundige Wetenschappen.

Professionele loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Na het behalen van zijn doctoraat begon Van Gucht in december 2005 zijn loopbaan bij het Belgische Instituut voor Gezondheid, de voorloper van het 2018 opgerichte Sciensano, als wetenschappelijk medewerker van het Nationaal Referentielaboratorium voor Rabiës. In 2010 werd hij er benoemd tot Hoofd van de Dienst Virale Ziekten.[2]

Sinds 2014 is Van Gucht ook gastprofessor aan het Laboratorium voor Virologie van de Faculteit Diergeneeskunde aan de Universiteit Gent.

Coronavirus[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 in België in 2020 was Van Gucht samen met zijn Franstalige collega Emmanuel André interfederaal woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum. Zij gaven dagelijks en later wekelijks persconferenties met de actuele stand van zaken van de uitbraak van het coronavirus in België.[3] Tot eind augustus 2020 was hij ook voorzitter van het eerste Celeval (Cellule d'évaluation/Evaluatiecel), het federale Adviescomité van het het crisiscentrum .

Midden december 2020 werd hij geëerd met de Wablieft-prijs voor zijn helder en duidelijk taalgebruik in zijn communicatie tijdens de coronacrisis.[4]