Stiefouder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een stiefouder is de echtgenoot, echtgenote of partner van een van iemands ouders op grond van een later huwelijk van die ouder. Stief betekent oorspronkelijk 'beroofd van de bloedband', 'iets missend'. Kinderen uit het eerste huwelijk zijn voor de stiefouder dus stiefkinderen. Deze kinderen worden ook de voorkinderen genoemd. Kinderen uit het tweede huwelijk zijn dan halfbroer en halfzus ten opzichte van de kinderen uit het eerste huwelijk, want zij hebben één gemeenschappelijke ouder. Kinderen uit het eerste huwelijk van de nieuwe partners zijn dan stiefbroer/stiefzus ten opzichte van elkaar, want zij hebben geen gemeenschappelijke (natuurlijke) ouder.

Aanvankelijk werd de term vaak alleen gebruikt voor een latere echtgenoot van een weduwe of weduwnaar. Sinds het einde van de 20e eeuw wordt de term in Nederland en Vlaanderen ook gebruikt voor een persoon die een relatie aangaat met iemand die geen weduwe of weduwnaar is, maar die toch één of meerdere kinderen heeft. Dit oneigenlijke gebruik van het woord stiefouder wordt echter niet door iedereen aanvaard of in die zin gebruikt. In Nederland zijn naar schatting ongeveer 500.000 stiefgezinnen.[bron?]

De slechte reputatie van de stiefmoeder is terug te vinden in sprookjes. Daar speelt de stiefmoeder vaak een dubieuze rol - bekend is de boze stiefmoeder uit Assepoester en Sneeuwwitje.

Externe links[bewerken]