Assepoester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Assepoester en de goede fee
Assepoester en de fee, er wordt een rijtuig gemaakt van een pompoen. Illustratie door Gustave Doré.
Assepoester op het bal door Gustave Doré
Assepoester en de vogels door Alexander Zick (1845 - 1907)
Assepoester verliest haar muiltje
Assepoester en de prins gaan naar het kasteel
Slot Neuschwanstein inspireerde Walt Disney voor het kasteel van Assepoester
Kasteel van Assepoester in Disney World
Assepoester en de vogels
Assepoester huilt en de fee (of overleden moeder) verschijnt

Assepoester (Frans: Cendrillon; Engels: Cinderella; Duits: Aschenputtel; Afrikaans: Aspoestertjie) is een oud volkssprookje dat thema's rondom onrechtvaardige behandeling en de overwinning daarvan bevat. In Europa zijn er vele varianten bekend.

Oorsprong[bewerken]

De oude Grieks-Egyptische versie van het verhaal, waar de hoofdpersoon de naam Rhodopis draagt, wordt beschouwd als de oudste versie die er is.[1] Het sprookje werd voor het eerst opgetekend in de eerste eeuw voor Christus, door de Griekse geschiedschrijver Strabo.

De bekendste versie van het sprookje stamt uit 1697 en is afkomstig uit de bundel Sprookjes van moeder de gans van de Franse schrijver Charles Perrault. Deze versie was weer gebaseerd op een literair sprookje door Giambattista Basile (La Gatta cenerentola, 1634). Een andere bekende versie, waarin het meisje Aschenputtel wordt genoemd, is in de 19e eeuw gepubliceerd door de Duitse gebroeders Grimm. Het verscheen in hun serie Kinder- und Hausmärchen als nummer KHM21.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Versie van Perrault[bewerken]

Assepoester moet het vuur aanmaken

Een meisje wordt verplicht al het huishoudelijke werk te doen voor haar gemene stiefmoeder en de twee gemene dochters hiervan. Omdat ze alle vuile karweitjes moet opknappen, zoals 's ochtends het aanmaken van de haard, wordt ze spottend 'Assepoester' genoemd.

Op een dag beveelt een brief van de koning, dat alle meisjes uit het hele land naar het bal moeten komen, opdat zijn zoon, de prins, kan trouwen met het meisje van zijn dromen. Dan blijkt nogmaals de onrechtvaardige stiefmoederlijke behandeling van Assepoester. De dochters van de gemene stiefmoeder krijgen mooie jurken, Assepoester moet het met lompen stellen en wordt zo verhinderd naar het bal te kunnen gaan. Een goede fee tovert haar echter een baljurk met glazen muiltjes en tovert een pompoen en een stelletje muizen om tot een koets met paarden. Om middernacht zal de betovering echter verbroken worden. Assepoester charmeert de prins uitermate, maar niemand herkent haar. Om middernacht ontvlucht zij het paleis, waarbij ze de derde nacht één van haar glazen muiltjes verliest. De prins vindt het muiltje en zweert dat hij het bijzondere meisje zal vinden om met haar te trouwen. Vele meisjes proberen uit alle macht hun voet in het schoentje te wringen. Uiteindelijk past de schoen alleen Assepoester, waardoor alles goed afloopt.

Versie van Grimm[bewerken]

De vrouw van een rijke man wordt ziek. Ze vraagt haar dochtertje altijd goed en vroom te blijven, dan zal God haar helpen. De moeder belooft voordat ze sterft vanuit de hemel op haar dochtertje te blijven letten.

Het volgende voorjaar huwt de vader een nieuwe vrouw en hij krijgt met haar nog twee dochters. Deze meisjes zijn mooi, maar hebben een lelijk hart. De oudste dochter van de rijke man wordt nu behandeld als een keukenmeid en moet zich in lompen kleden. Haar gemene jongere zusters gooien erwten en linzen in de as, die de oudste zus op handen en knieën weer opraapt. Ze heeft geen bed, maar moet slapen in de as naast de haard. Ze krijgt hierdoor de bijnaam Assepoester.

De vader gaat naar een jaarmarkt en de oudste dochters vragen edelstenen en mooie kleren. Assepoester wil graag het eerste twijgje dat op zijn reis tegen de hoed van vader stoot, als cadeau. Een hazelaartwijg strijkt langs de hoed van de man. Assepoester plant de hazelaar op het graf van haar moeder en begint te huilen. Haar tranen vallen op de twijg, die hierdoor uitgroeit tot een mooie boom. Driemaal daags gaat Assepoester naar het graf en bidt, een wit vogeltje vervult al haar wensen.

De koning geeft een feest dat drie dagen zal duren en alle mooie meisjes worden uitgenodigd. De koningszoon zal namelijk een bruid kiezen en de zussen laten Assepoester helpen als ze zich mooi maken voor het feest. De stiefmoeder geeft Assepoester toestemming naar het bal te gaan, als ze binnen twee uur vele linzen uit de as haalt. Dit lukt Assepoester doordat ze hulp krijgt van de tortelduiven. Maar de stiefmoeder geeft nog steeds geen toestemming, omdat Assepoester geen mooie kleren heeft en niet kan dansen.

Assepoester en de vogels door Ludwig Richter (1803-1884)
Het muiltje past, Aschenbrödel door Carl Offterdinger

Assepoester gaat naar de hazelaar op het graf van haar moeder en smeekt de boom om goud en zilver. De vogels gooien een gewaad van goud en zilver naar beneden en muiltjes die met zijde en zilver zijn geborduurd. Assepoester gaat in deze vermomming naar het feest, waar ze niet herkend wordt door haar zussen en stiefmoeder. De koningszoon danst de hele avond met haar en wil haar thuisbrengen, maar ze springt in de duiventil en ontkomt. De koningszoon praat met Assepoesters vader en vraagt zich af of het mooie meisje zijn dochter kan zijn. De duiventil wordt doormidden gehakt, maar niemand wordt gevonden. Assepoester is al naar de hazelaar gerend en heeft haar grijze jakje weer aangetrokken.

De volgende dag gaat Assepoester opnieuw naar de hazelaar en vervolgens komt ze in een nog mooiere jurk naar het feest. Opnieuw danst de koningszoon alleen met haar en hij wil haar volgen, om te zien waar ze woont. Assepoester kan ontkomen en klimt in een perenboom. De vader vraagt zich opnieuw af of het mooie meisje zijn dochter is en de boom wordt omgehakt. Assepoester is dan echter al weer thuis en zit in de keuken in haar grijze jakje. De derde dag gaat ze weer naar het boompje en krijgt een nog mooier gewaad dan de vorige dag, ze heeft nu gouden muiltjes. Alle gasten zijn sprakeloos als ze haar op het feest zien.

De koningszoon danst de derde avond opnieuw alleen met Assepoester. Hij heeft de hele trap met pek laten besmeren, zodat Assepoester niet kan ontkomen zoals de vorige avonden. Het linkermuiltje van Assepoester blijft steken op de trap en de koningszoon ziet dat het klein en sierlijk is. De volgende ochtend laat de koningszoon het meisje zoeken in zijn rijk. Alleen de vrouw die het muiltje past, zal zijn vrouw kunnen worden.

De twee stiefzussen van Assepoester passen de muil, maar hun voeten zijn te groot. De stiefmoeder pakt een mes en hakt de teen van haar dochter af, als koningin hoeft het meisje toch niet meer te lopen. De stiefzus verbijt haar pijn en gaat naar de koningszoon. Hij rijdt met het meisje naar het kasteel, maar komen langs het graf en twee duifjes zitten in de hazelaar. De duifjes roepen dat het niet de ware bruid kan zijn, de muiltjes zijn veel te klein. De koningszoon ziet dan het bloed uit het muiltje lopen en brengt de valse bruid weer thuis. De andere zuster hakt nu een stuk van haar hiel af op aanraden van haar moeder en stapt met veel pijn in het muiltje. Ook zij wordt meegenomen op het paard van de koningszoon, maar de duifjes waarschuwen opnieuw. De koningszoon ziet dat de kousen van dit meisje rood kleuren en ook zij wordt thuisgebracht.

De koningszoon vraagt de vader of hij niet nog een dochter heeft, waarop de vader vertelt over het onooglijke oudste meisje. Assepoester wordt geroepen, waarop de koningszoon haar herkent en meeneemt. De duifjes gaan op de schouders van Assepoester zitten. Tijdens de bruiloft komen de valse zusters, ze willen profiteren van het geluk van Assepoester. De duiven pikken de twee valse zusters hun beide ogen uit, waardoor ze levenslang voor hun valsheid zijn gestraft met blindheid.

Achtergronden[bewerken]

  • De versie die is opgetekend door de gebroeders Grimm komt uit Hessen en is samengesteld uit drie verhalen, waarvan één uit Zwehrn.
  • Assepoester houdt in de versie van de gebroeders Grimm een band met haar overleden moeder en het hemelse rijk, de duiven zijn er boden van. Er komt in deze versie geen goede fee voor.
  • In de versie van de gebroeders Grimm krijgt Assepoester drie soorten muiltjes, ze verliest een gouden muiltje.
  • "Poesten" is een Middelnederlands woord voor blazen. Assepoester betekent dus "zij die in de as blaast om het vuur aan te wakkeren". Dit wordt uitgelegd als de nederigste plaats, maar verwijst anderzijds juist naar degene die voor het heilige haardvuur zorgt (een priesteres).
  • Middernacht is het tijdstip waarop volgens de overlevering vaak griezelige of magische dingen plaatsvinden. Dit motief terug te vinden in allerlei sprookjes en volksverhalen.
  • In een preek over Efeziers 4:1-10 uit 1544[2] gebruikt Luther Assepoester (Aschenbrödel) als metafoor voor Maria die door God gekozen wordt in plaats van de rijke dochters van Annas en Kajafas.
  • De Oud-Noorse Assepoester wordt Askungen (ask = as / unge = kind) genoemd, zij is telg van de edele es Yggdrasil.

Parallellen met andere verhalen[bewerken]

De glazen muiltjes[bewerken]

Over de herkomst van de glazen muiltjes van Assepoester bestaat geen eenduidigheid.

Een mogelijke verklaring is dat ze eerst van eekhoornbont waren. Het bont van de tweekleurige Russische eekhoorns heet in het Frans vair en is onder die naam ook in de heraldiek bekend. Dit woord klinkt in het Frans hetzelfde als verre (glas). Bij het vertellen van het verhaal zouden Assepoesters sloffen, door de generaties van vertellers of wellicht door Perrault zelf, in glazen muiltjes zijn veranderd.[3] Niet iedereen accepteert deze verklaring echter; volgens André Lefèvre (bewerker van Perraults Contes) vormen de glazen muiltjes een oorspronkelijk element van het verhaal en zijn ze te herleiden tot een zonnemythe.[4]

In de versie van de gebroeders Grimm gaat het om muiltjes met borduursel. Assepoester verliest op de derde avond een gouden muiltje op de trap.

Bewerkingen[bewerken]

Cinderella (1911)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui