De laarzen van buffelleer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De laarzen van buffelleer / De laars van buffelleer
Illustr. door Otto Ubbelohde, 1909
Auteur gebroeders Grimm
Originele titel Der Stiefel von Büffelleder
Origineel gebundeld in Kinder- und Hausmärchen
Uitgiftedatum 1815
Land Duitsland
Taal Duits
Genre sprookje
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De laarzen van buffelleer of De laars van buffelleer is een sprookje, opgetekend door de gebroeders Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen als KHM199. De oorspronkelijke naam is Der Stiefel von Büffelleder.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Een soldaat die nergens bang voor is heeft ontslag gekregen en trekt in armoede door het land, hij heeft een oude regenmantel en nog een van zijn rijlaarzen van buffelleer. Hij komt in een bos en ziet een man op een omgehakte boomstam met een groene jagersjas. De soldaat geeft hem een hand en gaat zitten en praat met de man. Hij vraagt broeder Poetslaars waar hij heen gaat en hoort dat de man verdwaald is in het bos. Ze besluiten samen verder te gaan en zien een lichtje. Een oude vrouw doet open en ze zegt dat het een rovershuis is, maar de mannen hebben zoveel honger dat ze toch naar binnen gaan (alhoewel de jager eerst tegenwerkt).

De vrouw verbergt de mannen achter de haard en twaalf rovers komen binnen en eisen eten van de vrouw. De soldaat begint te hoesten en de twee worden ontdekt. De soldaat wil eerst voedsel en daarna mogen de rovers doen wat ze willen en hij eet. De jager wil niet eten en kijkt verbaasd naar de soldaat die ook nog om drinken vraagt. De oude vrouw haalt een fles wijn uit de kelder en de kurk knalt er uit. De soldaat brengt een toost uit op het hele stel en zwaait met de fles, waarna hij een slok neemt.

De mannen zijn roerloos alsof ze van steen zijn en de jager wil naar huis, maar de oude vrouw moet nog een fles wijn halen van de soldaat. Ze drinken en eten en als het licht wordt wil de soldaat weg. Ze gaan naar de stad en de soldaat zoekt oude bekenden op. Ze gaan naar een nest vol gladde vogels en ze omsingelen de rovers. De soldaat brengt hen weer tot leven en ze slaan de boeven neer en binden hen vast. In zakken worden ze op een kar gegooid en naar de gevangenis gebracht. De twee mannen lopen naar de stad en een menigte zwaait met groene takken.

De lijfwacht komt er aan en vertelt dat de koning lang uit zijn rijk is geweest, maar vandaag komt hij terug. De jager vertelt dat hij de koning is en doet zijn jagersjas open. De soldaat schrikt en valt op zijn knieën en vraagt om vergeving omdat hij de koning als een gelijke heeft behandeld. Hij heeft de koning ook vele bijnamen gegeven. De koning reikt hem de hand en zegt dat hij zijn leven te danken heeft aan de soldaat. Hij zal voor hem zorgen en hij mag altijd naar de koninklijke keuken komen. Maar als de soldaat een toost wil uitbrengen, moet hij de koning eerst om toestemming vragen.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel)
  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·