Knappe Elsje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Knappe Elsje
Knappe Elsje
Auteur gebroeders Grimm
Originele titel Hanses Trine, Die kluge Else
Origineel gebundeld in Kinder- und Hausmärchen
Uitgiftedatum 1812
Land Duitsland
Genre sprookje
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Knappe Elsje of Pientere Elsje is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM34. De oorspronkelijke naam is Die kluge Else.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Vader en moeder willen dat knappe Elsje gaat trouwen en er komt iemand van verre oorden om haar hand te vragen. Zijn naam is Hans, maar hij wil alleen trouwen als Elsje echt slim is. Na het eten moet Elsje bier uit de kelder halen en ze klappert onderweg vrolijk met het deksel van de kruik. Ze zet een krukje voor het vat en terwijl ze zit te wachten, ziet ze een kruisbeitel die de metselaar per ongeluk heeft laten zitten. Ze begint te huilen en beseft dat als Hans en zij een kind zouden krijgen, dit misschien de dood zal vinden als het bier zal tappen in de kelder. Het dienstmeisje wordt naar beneden gestuurd om te kijken waar Elsje blijft en hoort het verhaal, ook zij begint te huilen.

Ook de knecht wordt naar de kelder gestuurd en ook hij hoort het verhaal, waarna hij ook begint te huilen. Elsje's vader stuurt moeder naar de kelder en ook zij huilt al snel met de anderen mee. Vader gaat dan zelf naar beneden en ziet iedereen huilen, hij hoort het verhaal en begint zelf ook te huilen. Hans gaat na een tijdje zelf naar beneden en ziet het vijftal huilen. Hij hoort de reden en hij vindt haar pienter genoeg. Hij pakt Elsje's en viert boven bruiloft met haar. Op een dag gaat Hans werken en Elsje moet koren maaien voor het brood. Ze kookt wat moes en neemt dit mee naar het veld.

Elsje eet eerst en gaat dan slapen. Hans is al thuis en vraagt zich af waar zijn vrouw blijft. Hij ziet Elsje slapen in het koren en hij haalt een vogelnet met een belletje uit het huis. Hij hangt het net om Elsje heen en rent naar huis, waarna hij de deur op slot doet en aan het weefgetouw gaat werken. Het is al donker als Elsje wakker wordt en ze hoort gerammel en het belletje bij elke stap die ze zet. Ze vraagt zich af of ze wel pientere Elsje is en gaat naar huis. Ze vraagt Hans of Elsje thuis is en hij antwoordt ja. Niemand anders doet open, omdat ze de belletjes horen. Ze rent het dorp uit en niemand heeft haar ooit weer gezien.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·