Doornroosje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Doornroosje (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Doornroosje.
De Schone Slaapster geschilderd door Edward Burne-Jones
Doornroosje en de heks, Walter Crane
Sleeping Beauty, Edward Frederick Brewtnall (1846-1902)
Prins Florimond vindt de Schone Slaapster
De schone slaapster door Henry Meynell Rheam
Doornroosje / Moeder Aarde door Louis Sussmann-Hellborn
De prinses ziet de heks spinnen. Illustratie van Gustave Doré
Het betoverde bos rond het kasteel. Illustratie van Gustave Doré
De prins ziet de slapende wachters. Illustratie van Gustave Doré
Het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan. Illustratie van Gustave Doré
De schone slaapster en de prins. Illustratie van Gustave Doré
De drie nornen uit de Noordse mythologie, 1899

Doornroosje of De schone slaapster is een sprookje over een meisje dat in slaap valt na een prik met een naald, op grond van een voorspelling of vervloeking bij haar geboorte.

Verschillende versies[bewerken]

Onderzoekers zijn het niet eens over de oorsprong van het sprookje. Sommigen betwijfelen dat het sprookje een (belangrijke) mondelinge overlevering heeft gekend en zijn van mening dat het vooral een literair boekensprookje is geweest uit de middeleeuwen.[1] Anderen denken dat het sprookje een veel oudere oorsprong heeft en zien overeenkomsten met een verhaal uit de Siegfriedsage, waarin de walkure Sigfrida door de god Odin in slaap wordt gestoken.[1]

De oudste literaire versie van het sprookje staat in de Franse ridderroman Perceforest uit 1340[1] met als titel Histoire de Troïlus et de Zellandine (Verhaal van Troïlus en Zellandine).[2] 

Het sprookje werd voor het eerst gepubliceerd in 1634 door de Italiaan Giambattista Basile met de titel Sole, Luna e Talia (Zon, maan en Talia) als onderdeel van zijn Pentamerone. Bekender is de versie uit 1697[1] van de Franse schrijver Charles Perrault, onder de titel La Belle au bois dormant (De schone slaapster in het bos), voor het eerst gepubliceerd in 1697 als een van de verhaaltjes in De sprookjes van Moeder de Gans. In 1812[1] is het opgetekend door de gebroeders Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen onder nummer KHM50, met de titel Dornröschen (Doornroosje). Dit verklaart de twee verschillende Nederlandse titels.

Het sprookje uit Kinder- und Hausmärchen in de versie van de gebroeders Grimm komt uit Hessen en is door Jacob Grimm opgetekend uit de mond van Marie Hassenpflug (1788-1856) uit Kassel[1]. Het sprookje kwam zeldzaam voor in volksoverleveringen, de versie van Grimm kan heel goed gebaseerd zijn op het sprookje van Perrault omdat de vertelster een hugenoten-achtergrond (dus Frans) had[bron?].

De sprookjes werden in latere drukken gekuist, zodat ze voor een groot lezerspubliek geschikt zouden zijn. Seksuele elementen werden symbolisch weergegeven. Deze veranderingen zijn te volgen in de diverse Duitse uitgaven. De eerste versie van Grimm was al een stuk kindvriendelijker dan het Italiaanse origineel.

Een opvallend verschil tussen de versie van Basile en de latere versies is het ontbreken van figuren met bovennatuurlijke gaven; alleen het coma van Talia zou je als bovennatuurlijk kunnen beschouwen.

De versie Perceforest[bewerken]

De godin Themis is één van uitgenodigde godinnen op het geboortefeest van Zellandine. Themis wordt boos omdat er geen mes voor haar ligt en ze spreekt deze vloek uit: Zellandine zal zich aan een vlasnaald prikken en vervolgens sterven. Een andere uitgenodigde godin, Venus, verzacht deze vloek: Zellandine zal niet sterven, maar zij zal slapen totdat iemand de vlasnaald uit haar vinger zuigt. De wens komt uit en Zellandine valt in slaap. Later komt een held - Troylus - bij het kasteel met de slapende prinses. Hij vrijt met haar. De prinses raakt zwanger en bevalt van een jongetje. Als dit kind de naald uit haar vinger zuigt, ontwaakt Zellandine.

De versie van Giambattista Basile[bewerken]

De versie zoals opgetekend door Basile is anders dan de in Nederland bekendere versies;

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Als het meisje Talia wordt geboren, voorspellen waarzeggers haar vader dat de prik van een vlasnaald groot gevaar zal opleveren. Haar vader laat alle vlas- en hennepplanten uit de omgeving verwijderen, maar als Talia is opgegroeid, treft ze op een dag toch een spinnend vrouwtje aan. Een vlasnaald schiet onder haar nagel en ze valt als dood neer.

Haar vader zet haar op een gemakkelijke zetel; het kasteel wordt verlaten en afgesloten.

Op een dag komt er een jagende koning voorbij. Zijn valk vliegt door een open raam het kasteel binnen. De koning klimt het kasteel in, legt de slapende Talia op bed en verkracht haar. Nog altijd in toverslaap bevalt Talia na negen maanden van een tweeling. Twee feeën leggen de kinderen aan de borst van de slapende moeder. Op een dag zuigt een van de kinderen niet aan de borst maar aan de vinger van Talia: de vlasnaald schiet los en Talia ontwaakt. Later maakt de koning kennis met de ontwaakte Talia en zijn twee kinderen, die hij Zon en Maan noemt. De koning is echter al getrouwd en zijn jaloerse echtgenote komt achter de affaire. Ze wil de kinderen laten slachten en als maaltijd aan de koning voorzetten.

De kok die daartoe opdracht krijgt kan dat niet over zijn hart verkrijgen. In plaats van de kinderen bereidt hij twee geitjes. Dan laat de wrede koningin Talia zelf ontbieden aan het hof, met de bedoeling om haar in het vuur te werpen. De koning komt echter net op tijd tussenbeide. De boze koningin wordt in het vuur geworpen, de kok wordt beloond en de koning trouwt met Talia, en samen met de twee kinderen leefden ze nog lang en gelukkig.

De versie van Grimm[bewerken]

De bekendste versie van het sprookje is door de gebroeders Grimm opgetekend en gaat als volgt:

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een koning en koningin verlangen al heel lang naar een kindje. Als de koningin zich baadt, kruipt er een kikker uit het water en zegt: als het jaar voorbij is, zul je een dochter ter wereld brengen. Inderdaad bevalt de koningin na een jaar van een meisje en de koning organiseert een groot feest. Behalve familie, vrienden en kennissen nodigt hij ook de wijze vrouwen uit, zodat zij het kind een goed hart zouden toedragen.

Er zijn dertien wijze vrouwen in het rijk, maar de koning heeft slechts twaalf gouden borden en hij besluit daarom één vrouw niet uit te nodigen. Na het feest schenken de wijze vrouwen het kind wondergaven, zoals deugd, schoonheid en rijkdom. Elf wijze vrouwen hebben hun wondergave al gegeven, maar dan komt plots de dertiende binnen. Ze is boos omdat ze niet is uitgenodigd, en neemt wraak. Ze voorspelt dat de koningsdochter zich zal prikken aan een spintol als ze vijftien jaar is, en dat zij daardoor zal sterven.

De twaalfde wijze vrouw kan deze vervloeking niet opheffen, maar kan deze wel verzachten. De prinses zal niet sterven, maar honderd jaar slapen. De koning wil de vloek voorkomen en laat alle spintollen in het hele koninkrijk verbranden. De goede wensen van de wijze vrouwen komen allemaal uit. Het meisje is mooi, ingetogen, vriendelijk en verstandig en iedereen houdt van haar. Als ze vijftien wordt, zijn haar ouders niet thuis. Ze loopt door het kasteel en klimt in de oude toren. In de torenkamer ziet ze een oude vrouw met een spintol die vlas zit te spinnen.

De prinses weet niet wat een spintol is, en als ze hem wil pakken prikt ze zich. Ze valt op een bed en komt in een diepe slaap. Iedereen in het kasteel treft hetzelfde lot, ook de paarden in de stal, de duiven op het dak en de vliegen aan de muur. Zelfs het vuur beweegt niet meer in de haard en het vlees houdt op met pruttelen. De kok, die net het koksmaatje een klap wilde geven, de hofhouding en de koning en koningin vallen in slaap als de wind gaat liggen. Rond het kasteel gaat een doornhaag groeien en op een gegeven moment is het kasteel niet langer te zien, zelfs de vlag op het dak is verborgen.

In het land ontstaat een gerucht over het mooie slapende Doornroosje en vele koningszonen proberen door de haag heen te dringen. Dit lukt hen niet, ze komen vast te zitten in de stekels en sterven een voor een. Op een dag komt een koningszoon die al van zijn grootvader hoorde over Doornroosje. Hij weet dat velen die hem voorgingen zijn gestorven, maar wil toch een poging wagen. De honderd jaar uit de wens van de twaalfde wijze vrouw zijn inmiddels verstreken en als de koningszoon bij de doornhaag komt, ziet hij enkel mooie bloemen. De bloemen wijken uiteen als hij loopt en sluiten zich weer achter hem.

De koningszoon ziet iedereen in diepe slaap in het kasteel en komt in de toren. Hij ziet Doornroosje op het bed in de torenkamer en kust haar omdat ze zo mooi is. Als zijn lippen haar raken, ontwaakt ze en kijkt hem vriendelijk aan. Ieder mens en dier in het kasteel ontwaakt als ze samen de trap afdalen en iedereen gaat door met wat ze honderd jaar geleden deden.

Het paar trouwt en het huwelijk wordt groots gevierd, ze leven vrolijk en blij tot het eind van hun leven.

Afwijkende versie[bron?][bewerken]

Bij de doopplechtigheid van een lang verlangde prinses, offerden de als doopouders uitgenodigde feeën talenten als schoonheid, geestigheid, gratie en muzikaal talent. De boze fee was echter over het hoofd gezien en deze toverkol betoverde de prinses onder het mom van een talent, als ze volwassen werd zou zij haar vinger aan een spoel van een weefgetouw prikken en sterven.

Een goede fee (hoewel ze de betovering niet ongedaan kon maken) veranderde de toverspreuk zodanig dat de prinses niet zou sterven maar honderd jaar zou slapen, totdat zij zou ontwaken door een kus van een prins.

De koning verbood in het hele koninkrijk het spinnen of bezit van een weefgetouw op straffe des doods, maar tevergeefs. Toen de prinses vijftien of zestien jaar oud was, kwam ze bij toeval bij een oude vrouw in een kamer van een toren van het kasteel terecht, die aan het spinnen was.

De prinses vroeg de oude vrouw of ze het spinnen mocht proberen en het onvermijdelijke gebeurde. De betovering werd voltooid, de goede fee kwam terug en deed iedereen in het kasteel in slaap vallen.

Uiteindelijk hoorde een koningszoon het verhaal van de betovering, worstelde zich door de wilde rozen waaronder het kasteel was bedolven en drong het kasteel binnen. Hij kuste de prinses; iedereen in het kasteel werd wakker en ging verder met wat ze aan het doen waren. Het jonge paar leefde vele jaren lang en gelukkig.

De versie van Perrault[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Als er in het koninkrijk eindelijk een prinsesje geboren is wordt er een groot feest gegeven. Zeven feeën worden hierbij uitgenodigd als petemoei.[1] Zij ontvangen een prachtig gouden etui met gouden bestek erin. Dan verschijnt er als achtste een heel oude fee, die allang dood gewaand werd. De koning zorgt er weliswaar snel voor dat zij ook deel mag nemen aan de feestmaaltijd, maar een mooie etui zit er niet meer in, en de oude fee is kwaad dat ze over het hoofd is gezien.

Wanneer de feeën hun doopgaven uitspreken over de baby komt de oude fee als een na laatste aan de beurt: als het prinsesje zestien is zal ze zich prikken aan de spoel van een spinnewiel en sterven. Eén jonge fee voorzag echter de woede van de oude fee en spreekt snel de bezwering uit dat de prinses honderd jaar zal slapen waarna een prins haar met een liefdeskus zal wekken.

Ondanks de waakzaamheid van de koning prikt de prinses zich toch op haar zestiende waardoor ze in slaap valt. Na door een dwerg met zevenmijlslaarzen gewaarschuwd te zijn tovert de goede fee de hele hofhouding mee in slaap, zodat de prinses nog iets vertrouwds zal hebben als ze ontwaakt. Zodra de koning en koningin - die niet in slaap gevallen zijn - vertrokken zijn groeit er een woud om het kasteel heen. Pas na honderd jaar slaagt de zoon van de koning die toen regeerde om het kasteel te bereiken, en de slapende prinses wakker te kussen. Kort daarop volgt hij zijn vader op als koning.

De ellende is echter nog niet voorbij, daar zijn moeder menseneter is. Wanneer hij tijdens een lange reis de regering aan zijn moeder overlaat wil deze één voor één de kinderen van het jonge paar en uiteindelijk de koningin zelf voorgeschoteld krijgen. Een poging haar te bedriegen mag niet helpen, en uiteindelijk weet enkel de onverwachte terugkomst van de jonge koning het gezin te redden.

Parallellen[bewerken]

Moderne versies en andere toepassingen[bewerken]

Het sprookje van doornroose is diverse malen bewerkt en op andere manieren toegepast:

Afbeeldingen[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui