De witte en de zwarte bruid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De witte en de zwarte bruid is een sprookje, opgetekend door de gebroeders Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen als KHM135. De oorspronkelijke naam is Die weiße und die schwarze Braut.

Synopsis[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Onze Lieve Heer vraagt vrouwen in het veld naar de weg naar het dorp. De vrouw zegt dat hij die zelf maar moet zoeken en de dochter zegt dat hij maar een gids moet nemen. De stiefdochter wil de weg wel wijzen en Onze Lieve Heer keert zijn rug toe aan de vrouw en haar dochter. Hij spreekt een vloek uit over de twee, ze worden zo zwart als de nacht en zo lelijk als de zonde. De stiefdochter vindt genade en wordt gezegend, ze mag drie dingen kiezen. Ze wil rein worden als de zon en een beurs die nooit leegraakt, ook wenst ze toegelaten te worden in het hemelrijk na haar dood. Ze komt thuis en de stiefmoeder en haar dochter zijn erg jaloers. De stiefdochter vertelt haar broer Reinier wat er is gebeurd en hij wil haar schilderen, maar moet beloven het schilderij aan niemand te tonen. Hij hangt het portret in zijn kamer in het paleis van de koning, want hij is koetsier.

De koningin is overleden en de koning is in rouw. De hovelingen vertellen hem over het schilderij van de koetsier en de koning ziet dat de vrouw op zijn overleden echtgenote lijkt. Hij laat het meisje halen en Reinier gaat naar zijn zus, maar de stiefmoeder gebruikt heksenkunsten en de man wordt halfblind. De witte zuster wordt halfdoof en ze gaan gezamenlijk naar het koninklijk paleis en Reinier zegt zijn zus iets om te slaan, zodat ze niet vies wordt. De zuster verstaat hem niet en de stiefmoeder vertelt dat ze haar gouden gewaad moet uittrekken en dit aan haar stiefzus moet geven. Ze trekt het grijze jakje aan en opnieuw zegt Reinier haar iets om te slaan. De stiefmoeder zegt dat ze haar gouden kap moet afzetten en ze gaat met bloot hoofd verder. Een derde maal waarschuwt Reinier zijn zus en de stiefmoeder zegt dat ze naar buiten moet kijken.

Op een brug wordt ze uit de koets geduwd en een sneeuwwitte eend komt uit het waterspiegel tevoorschijn. De broer merkt niks en komt bij het paleis, hij ziet niet dat zijn zus niet in de koets zit en brengt de zuster naar de koning. De koning ziet de lelijke vrouw in mooie kleding en laat de koetsier in een kuil met adders gooien. De oude heks verblindt de koning en hij trouwt toch met haar dochter. De zwarte bruid zit op schoot van de koning en door de gootsteen komt een witte eend de keuken in. Ze vraagt de koksmaatjes het vuur aan te maken en ze vraagt hoe het met haar broer Reinier gaat. Ze hoort het verhaal en vertrekt, dit herhaalt zich de volgende dag. Op de derde dag gaat het koksmaatje naar de koning en vertelt wat er gebeurd is.

De koning pakt de kop van de eend en hakt deze af, waarna de eend verandert in het mooie meisje van het schilderij. De koning laat mooie kleren halen en hoort hoe ze bedrogen is en verdronk in de rivier. Reinier wordt uit de slangenkuil gehaald en de koning vraagt de heks om een goede straf te bedenken. Ze zegt dat de overtreder naakt in een ton met spijkers gestopt moet worden en een paard moet dit voorttrekken door de wereld. De oude vrouw en haar lelijke dochter worden gestraft en de koning trouwt met de mooie witte bruid en de broer wordt beloond en rijk.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui