Het winterkoninkje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het winterkoninkje is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM171. De oorspronkelijke naam is Der Zaunkönig.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

In oude tijden had elk geluid een betekenis, geluiden van voorwerpen en ook van dieren. Iedereen verstond de taal van de vogels, terwijl het nu klinkt als getjilp en gefluit of als muziek zonder woorden. De vogels willen niet langer zonder heer zijn en besluiten een van hen te kiezen als koning. De kievit is hiertegen, hij wil vrij sterven zoals hij geleefd heeft. Hij roept dit niet, dit niet en trekt zich terug in eenzame moerassen. De vogels willen de zaak bespreken en op een morgen in mei komen ze samen. De koekoek en de hop en een heel klein vogeltje zonder naam zijn erbij. De kip kakelt en wil weten waarom er zo'n massa bijeen is en de haan kalmeert zijn lieve hennetje door te zeggen dat het rijkelui, rijkelui zijn. Degene die het hoogst kan vliegen, zal koning worden en de boomkikvors waarschuwt de vogels. De kraai zegt dat alles kalm an moet gebeuren en de vogels besluiten dezelfde ochtend op te vliegen. Een zwarte wolk rijst op en de arend vliegt het hoogst naar de zon. Hij ziet dat iedereen onder hem blijft en begint weer te dalen. Maar het kleine naamloze vogeltje had zich in zijn veren verstopt en vliegt nu omhoog en kan God op zijn troon zien zitten. Het vogeltje roept koning ben ik, koning ben ik en de vogels worden kwaad.

De vogels stellen een nieuwe voorwaarde omdat ze de streken en listen niet accepteren. Degene die het diepst in de aarde kan vallen, wordt koning. De haan graaft een kuil en de eend verstuikt een poot in een greppel. De naamloze vogel glipt in een muizengat en roept koning ben ik, koning ben ik. De andere vogels willen hem uithongeren en houden het muizengat in de gaten. De uil wordt als bewaker gekozen en moet zijn leven als borg geven. 's Avonds gaan de vogels met vrouw en kinderen naar bed, alleen de uil blijft staan. Hij doet één oog dicht en waakt met het andere. De naamloze vogel wil weg, maar de uil ziet hem en houdt hem tegen. De uil doet dan zijn ene oog dicht en het andere oog open. Hij blijft dit doen, totdat hij vergeet weer een oog te openen. De uil valt in slaap en de naamloze vogel ontsnapt. De uil mag zich overdag niet meer vertonen en hij jaagt op muizen, omdat ze zulke lelijke gaten maken. Ook het kleine vogeltje is bang en scharrelt in heggen rond. De andere vogels noemen hem spottend de heggenkoning en wij noemen hem het winterkoninkje. De leeuwerik is blij dat hij niet naar het winterkoninkje hoeft te luisteren en roept o, wat mooi, mooi is dat, mooi, mooi, o wat mooi als de zon schijnt.

Achtergronden[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui