De zes dienaren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Langnek in het Sprookjesbos in De Efteling

De zes dienaren is een sprookje van Grimm, gepubliceerd in Kinder- und Hausmärchen als KHM134.

Door attractiepark de Efteling is een figuur uit het sprookje, Langnek, erg bekend geworden. Een borstbeeld van Kogeloog is in het park tegenover Langnek te vinden en ook is er een galerij met tekeningen van elke dienaar aanwezig.

Het sprookje[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een oude koningin is een tovenares en haar dochter is het mooiste meisje onder de zon. Ze wil mensen in het verderf lokken en laat iedereen onmogelijke opdrachten uitvoeren. Iedereen eindigt dan ook met een afgehakt hoofd. Op een dag hoort een koningszoon van de jonkvrouw en zijn vader wil hem niet laten gaan. Maar de zoon wordt ziek en ligt zeven jaren in bed, zonder dat een arts hem helpen kan. De vader laat hem dan gaan en de zoon gaat vrolijk op weg. Hij komt bij de heide en ziet een man met een enorme buik, hij ziet eruit als een berg. Dikzak ziet de reiziger en vraagt of hij hem in dienst wil nemen en vertelt dat hij nog drieduizend maal zo dik kan worden. Ze komen bij een man die met zijn oor op het gras ligt, de man vertelt dat hij alles hoort groeien. Ook hoort hij hoe een hoofd wordt afgehakt op het hof.

Venceslav cerny dlouhy siroky a bystrozraky.jpg

Ze gaan samen verder en komen bij een paar voeten, ze zien benen en dan niets. Na een tijdje lopen komen ze bij de romp en zien het hoofd. Bonenstaak zegt dat hij nog drieduizendmaal zo lang kan worden en gaat ook als dienaar mee. Ze komen bij een man met een blinddoek voor zijn ogen. De man vertelt dat zijn blik alles uit elkaar doet spatten en hij gaat met het gezelschap mee. Dan komen ze een man tegen die loopt te bibberen in de hete zonneschijn. Hij vertelt dat hij het kouder krijgt, hoe warmer het is. En hoe kouder het is, hoe warmer deze man het heeft. Ze nemen deze man ook mee en komen bij een man die zijn hals erg ver uitrekt om over de bergen te kijken. De man zegt scherpe ogen te hebben en de hele wereld te kunnen overzien.

De koningszoon gaat met zijn zes dienaren naar de oude koningin en vraagt wat zijn opdracht is. Hij moet drie opdrachten uitvoeren en daarna zal hij heer worden en haar dochter krijgen. Hij moet een ring halen die de koningin in de Rode Zee heeft laten vallen en Scherpoog ziet de ring aan een puntige steen hangen. Dikzak gaat liggen en drinkt het water op, waarna Bonenstaak de ring pakt. De koningszoon brengt de ring naar de oude vrouw en zij laat hem dan driehonderd vette ossen opeten. Ook driehonderd vaten wijn moeten leeggedronken worden, hij mag één gast meenemen. De koningszoon haalt Dikzak en alles is op als de oude vrouw komt kijken. Dan moet de koningszoon haar dochter in zijn kamer omhelzen en hij mag niet in slaap vallen. Om middernacht zal de oude vrouw komen kijken, als zij niet meer in zijn armen ligt is alles verloren.

De koningszoon laat zijn dienaren de wacht houden en als de nacht valt, brengt de oude vrouw haar dochter. Bonenstaak slingert zich om het tweetal heen en Dikzak gaat voor de deur staan. De maan schijnt door het raam en tot elf uur kijkt de koningszoon naar de mooie vrouw. Maar dan werpt de oude vrouw een betovering over iedereen en ze vallen in slaap. De jonkvrouw verdwijnt en iedereen slaapt tot kwart voor twaalf. Ze worden wakker en Luisterman hoort dat de vrouw op een rots zit te huilen, driehonderd uur hiervandaan. Bonenstaak loopt erheen en neemt Blinddoek mee op zijn rug. De rots springt na de blik van Blinddoek in stukken en ze nemen de jonkvrouw mee. Als de klok twaalf slaat, komt de oude tovenares aanlopen en denkt dat de koningszoon van haar is.

Maar de tovenares ziet haar dochter in zijn armen en fluistert haar dochter nog in het oor dat het een schande is dat zij dat gewone volk moet gehoorzamen. De trotse jonkvrouw wordt dan kwaad en ze wil wraak, ze wil dat driehonderd karren vol hout in brand worden gestoken. Pas als iemand in het vuur wil zitten, zal ze met hem trouwen. Koukleum gaat op de houtstapel en als de vlammen doven, staat hij te trillen. Dan moet de jonkvrouw wel trouwen en ze rijden naar de kerk. De oude vrouw stuurt soldaten achter het paar aan, maar Luisterman heeft dit gehoord. Dikzak spuwt wat zeewater uit en de soldaten verdrinken. Geharnaste ridders worden verslagen door de blik van Blinddoek en na het huwelijk in de kerk nemen de zes dienaren afscheid van hun heer.

De koningszoon ziet een varkenshoeder zijn kudde hoeden en vertelt dat het zijn vader is. Hij laat de waard en waardin de koninklijke kleding van zijn vrouw wegnemen en leggen oude kleding terug. De jonge vrouw denkt dat het haar verdiende loon is en hoedt de varkens met haar man. Na acht dagen komen mensen en nemen haar mee naar het paleis. Daar ziet ze haar man, maar ze herkent hem niet. Hij valt haar om de hals en kust haar, hij vertelt dat zij moest lijden omdat hij dat ook heeft gedaan. Dan wordt de bruiloft gevierd en de verhalenverteller was daar graag bij geweest.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui