De mus en zijn vier kinderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De mus en zijn vier kinderen is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM157. De oorspronkelijke naam is Der Sperling und seine vier Kinder.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een mus heeft vier jongen in een zwaluwnest. De jongen worden door een windvlaag meegevoerd. De vader had gewild dat hij ze voor alle gevaren in de wereld had kunnen waarschuwen voordat zij uit het nest gingen, dit was nu niet meer mogelijk. In de herfst komen de zonen met een zwerm mussen mee terug en vader ontmoet zijn zonen in een tarweveld. Hij hoort van zijn oudste zoon dat hij in de tuinen heeft geleefd van rupsjes, wormpjes en kersen. De vader waarschuwt de zoon voor mensen met lange groene holle stokken met een gat er in. Als de jongen vraagt wat hij moet doen als er een groen blaadje met was op het gat is geplakt, wil de vader weten waar hij dit heeft gezien. De jongen is in de tuin van de koopman geweest en de vader vindt dat hij nu voldoende wereldwijsheid opgedaan heeft.

De tweede zoon is aan het hof geweest en vader vindt dat hij daar niet hoort tussen het goud, fluweel en zijde. Dit is voor de uilen, sperwers en valken. De zoon hoort in de buurt van de paardenstal te blijven en kan dan elke dag een graantje haver meepikken. De tweede zoon vertelt dat de staljongens strikken maken en stroppen en netten tussen het stro zetten. De vader vindt hofjongens slechte jongens en vindt dat deze zoon zich nu ook kan redden in de wereld. Hij waarschuwt nog voor wolven, omdat ze ook slimme hondjes eten. De derde zoon vertelt dat hij in de straten en wegen graantjes vond. Vader wil dat hij uitkijkt naar mensen die stenen oprapen, maar de zoon vertelt over mensen die stenen onder hun kleding dragen.

De derde jongen is bij de mijnwerkers geweest en de vader vindt dit harde werkers, maar je moet wel oppassen voor de mannen. Ze brengen mussen om met kobalt. De derde zoon heeft nu ook genoeg gezien en beleefd en zal zich wel redden in de wereld. Dan vraagt vader wat de vierde zoon heeft gedaan, hij was altijd de domste en de zwakste en vader wil dat hij bij het nest blijft. Maar de jongen vertelt dat je eerlijk verkregen voedsel aan God moet toevertrouwen. De zoon is in een kerk terechtgekomen en at vliegen en spinnen van de ramen. De vader van alle mussen heeft het beestje de zomer lang gevoed en vader vindt het goed dat de zoon teruggaat naar de kerk. Daar zal de zoon veilig zijn, al is de wereld vol wilde en boosaardige vogels.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui