De maan (sprookje)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Afbeelding bij het sprookje door Otto Ubbelohde, 1909
Driekwart van de maan
De helft van de maan

De maan is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM175, opgetekend door de gebroeders Grimm. De oorspronkelijke naam van het sprookje is Der Mond.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Lang geleden was er een land waar het nachtelijk licht voldoende was, er scheen geen maanlicht en er waren geen sterren te zien in de duisternis. Vier jongens gingen op ambachtsreis en ze komen in een rijk waar de zon 's avonds achter de bergen verdwijnt. Er staat een stralende bol op een eik en deze verlicht de hele omgeving. De jongens vragen een boer naar de bol, waarop de boer vertelt dat het de maan is. De schout heeft hem voor drie daalders gekocht en aan de eik vastgemaakt.

Elke dag moet hij olie geven en de maan moet worden schoongemaakt, zodat hij helder blijft. De jongens hebben thuis ook een eik en willen de lamp meenemen. Ze halen paard en wagen en de derde zoon klimt in de boom en boort een gat in de maan. Hij trekt een touw door het gat en ze binden de glanzende bol op de wagen. Ze bedekken de bol met een doek en gaan naar hun eigen eik. Iedereen is blij met het nieuwe licht en de dwergen komen en de aardmannetjes maken een rondedans.

De vier jongens geven olie aan de maan en snuiten de pit, ze krijgen elke week een daalder. Maar ze worden oud en de oudste voelt de dood naderen. Hij wil een kwart van de maan mee in het graf als bezit. De schout knipt een kwart van de maan en het licht neemt af. De tweede broer sterft ook en krijgt een kwart van de maan mee in het graf. Ook de derde broer sterft en neemt zijn deel mee. De vierde broer gaat dood en de duisternis treedt weer in. Mensen botsen tegen elkaar op de donkere aarde en in de onderwereld komen de delen van de maan weer samen.

Ze verlichten de duisternis en de doden ontwaken uit hun slaap. Ze zijn verbaasd weer te kunnen zien en kunnen zonlicht niet meer verdragen. Ze zijn vrolijk en dobbelen en dansen. Ze gaan naar de herberg en eisen wijn. Ze razen en tieren en ranselen elkaar af met knuppels. Het lawaai wordt steeds luider en Sint Petrus denkt dat de onderwereld in opstand gekomen is. Hij roept de hemelse heerscharen bij elkaar en ze moeten de vijand terugjagen. Niemand komt en hij rijdt alleen door de hemelpoort naar de onderwereld. Hij beveelt de doden weer in hun graven te gaan liggen en neemt de maan mee naar de hemel.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken | brontekst bewerken]

  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·