De jonge reus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De jonge reus is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM90. De oorspronkelijke naam is Der junge Riese.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een boer heeft een zoon zo klein als een duim en hij groeit niet. Er komt een reus en de vader wil zijn zoon bang maken, zodat hij zoet zal zijn, en vertelt dat de boeman hem komt halen. De reus tilt het jongetje echt op en neemt hem mee en in zijn huis groeit de jongen, omdat hij aan de borst van de reus kan zuigen. De oude reus laat hem een boom uit de grond tillen en zoogt hem dan nog twee jaar. Daarna kan de jongen ook een oude boom uit de grond tillen en wordt nog twee jaar gevoed. De jongen kan nu de dikste eik uit het bos uit de grond tillen en hij wordt teruggebracht naar de akker van zijn vader.

De boer schrikt en herkent zijn zoon niet, maar de jongen begint te ploegen. Ook spant hij zichzelf voor de eg en neemt alles mee naar het bos. Hij neemt twee eiken uit de grond en tilt het paard mee naar het huis van zijn ouders. Ook moeder herkent haar groot geworden zoon niet en stuurt hem weg, maar hij brengt de spullen naar binnen en vraagt om eten. Hij eet alles op, zoveel eten de ouders in één week nog niet. De jongen begrijpt dat hij niet genoeg te eten kan krijgen en vraagt zijn vader om een ijzeren staaf, die hij niet kan kapotslaan op zijn knie.

De vader haalt een staaf met vier paarden, maar de jongen breekt hem als een bonenstaak doormidden. Met acht paarden haalt de vader een zwaardere staaf, maar de jongen breekt een stuk af en gaat de wereld in. Hij wordt smidsgezel en wordt voorslager, de smid is een vrek en de jongen wil geen loon. Hij zal de smid twee klappen geven als hij die andere werknemers het loon betaalt. De jongen slaat het aambeeld in de grond en wordt weggestuurd. Hij schopt de smid en die vliegt over vier vrachten hooi.

Hij komt bij een landgoed en vraagt de rentmeester of hij een knecht nodig heeft. Hij hoeft geen jaarloon, maar wil drie klappen geven. Hij blijft lang in bed liggen en kookt eerst soep en eet dit. Hij maakt een versperring van rijshout en als de anderen terugkomen, pakt hij twee bomen en kan als enige door de versperring door zijn paarden te tillen. Na een jaar krijgen de knechten hun loon en de rentmeester vraagt knecht de klappen kwijt te schelden en vraagt veertien dagen uitstel. Zijn schrijvers raden aan de knecht in de put te laten afdalen en een molensteen op zijn hoofd te laten vallen.

Met de molensteen als halsketting klimt de jongen uit de put en de schrijvers raden aan hem naar de betoverde molen te sturen. Niemand komt hier levend vandaan en de eerste knecht draagt acht mud koren naar de molen. Er komt een reusachtige tafel binnen met vlees en wijn en de stoelen schuiven aan. De jongen ziet vingers die met mes en vork eten en eet met het gezelschap mee. De kaarsen gaan uit en hij krijgt een klap in zijn gezicht, maar hij slaat terug. 's Ochtends ziet de molenaar dat hij nog leeft en de molen is verlost, hij wil een beloning uitdelen. Hij neemt het meel mee en gaat naar de rentmeester, die bang wordt en naar buiten wordt geschopt. De man komt niet terug en de vrouw wordt naar buiten geschopt, ze zweven misschien nog steeds en de jonge reus liep met zijn ijzeren staaf verder.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel, 2005)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui