De drie zwarte prinsessen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De drie zwarte prinsessen is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM137. De oorspronkelijke naam is De drei schwatten Prinzessinnen.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De vijand van Oost-Indië wil zeshonderd daalders en degene die voor dit geld kan zorgen, zal burgemeester worden. Een arme visser is met zijn zoon aan het vissen en de zoon wordt door de vijand gevangen en de vader krijgt zeshonderd daalders. De vader gaat naar de stad om de zeshonderd daalders te brengen en wordt burgemeester. Iedereen moet hem heer burgemeester noemen, anders word je ter dood gebracht. De zoon ontsnapt aan de vijand en komt in een bos op een hoge berg. De berg gaat open en de zoon komt in een betoverd kasteel waar de stoelen, tafels en banken met doeken zijn bekleed. Er komen drie in zwart geklede prinsessen, alleen hun gezicht is wit. Hij kan hen verlossen en mag een jaar niet spreken en hen niet mag aankijken. Hij mag zeggen wat hij als beloning wil en na een jaar zal hij dit krijgen.

Hij wil graag naar zijn vader en krijgt een buidel met geld en kleren. Na acht dagen is hij terug in Oost-Indië en komt in de vissershut, maar zijn vader is daar niet langer. Als hij zijn vader niet meneer de burgemeester noemt, zal hij worden opgeknoopt. Hij komt bij zijn vader en vraagt: "Visser, hoe ben je hier gekomen". Zijn vader zegt dat de heren van de stad hem niet mogen horen als hij hem visser noemt. De jongen zegt het toch en wordt naar de galg gebracht en zegt dat hij de zoon van de arme visser is. Hij laat zijn eigen kleding zien en de mensen herkennen hem en vragen vergeving.

De jongen vertelt over de hoge berg en het betoverde kasteel. Hij vertelt over de drie prinsessen en de mensen raden hem aan een gewijde kaars aan te steken en gloeiende was op de gezichten te druppelen. De jongen gaat terug en doet wat de mensen hebben gezegd terwijl de drie prinsessen slapen. Hun gezichten worden halfwit en ze vervloeken hem, geen mens zal hen kunnen verlossen of hij moet nog geboren worden. De prinsessen hebben nog drie broers, die in zeven ketenen zijn geslagen. Deze broers zullen de jongen verscheuren en er klinkt geschreeuw uit het kasteel.

De jongen springt uit het raam en breekt zijn been, het kasteel zakt in de grond en de berg sluit en niemand weet waar hij is.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave (vertaald door Ria van Hengel in 2005)

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui