De duivel met de drie gouden haren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De duivel met de drie gouden haren is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM29. De oorspronkelijke naam is Der Teufel mit den drei goldenen Haaren.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De zoon van een arme vrouw komt met de helm ter wereld en er wordt voorspeld dat hij de dochter van de koning tot vrouw zal krijgen als hij veertien is. De koning komt naar het dorp en hoort van de geboorte en de boosaardige man doet zich voor als een aardig man en biedt geld voor het gelukskind. De koning doet het kind in een doos en gooit het in het water. De doos drijft naar een molen en de knecht haalt de doos uit het water. De jongen groeit op bij de molenaar en zijn vrouw, die geen kinderen hebben. De vondeling wordt veertien jaar later bekend bij de koning en hij wil geld geven als de jongen een brief naar de koningin zal brengen. De jongen moet worden gedood voordat hij terugkomt, maar hij komt in het bos bij een huisje terecht.

Een oude vrouw vraagt waar hij vandaan komt en zegt dat hij in een rovershol terecht is gekomen. Hij valt in slaap en als de rovers thuiskomen, lezen ze de brief en krijgen medelijden. Ze verscheuren de brief en schrijven dat de jongen met de koningsdochter trouwen moet. Het paar is gelukkig, maar als de koning terugkomt snapt hij het niet. Hij leest de brief en ziet dat het een andere is, hij eist drie gouden haren van het hoofd van de duivel uit de hel. Het gelukskind neemt afscheid en komt bij de wachter van de poort en deze wil weten waarom de fontein op de markt is opgedroogd.

De jongen vertelt het antwoord te geven als hij terugkomt en bij een andere stad wordt gevraagd waarom de boom met gouden appels nu zelfs geen bladeren draagt. Opnieuw belooft hij het antwoord te geven als hij terugkomt en bij een groot water vraagt de veerman wat zijn vak is. Hij vertelt dat hij alles weet en de man vraagt waarom hij steeds heen en weer moet varen. De jongen vertelt het pas als hij terugkomt en komt bij de ingang van de hel. Het is er zwart van roet en de grootmoeder van de duivel is alleen thuis en zit in haar leunstoel. De geluksvogel vertelt dat hij drie gouden haren wil en de vrouw verandert hem in een mier omdat ze medelijden heeft.

De mier vertelt de drie vragen en de grootmoeder zegt dat hij goed moet luisteren als ze de haren uittrekt. De duivel komt thuis en ruikt mensenvlees, maar kan niks vinden. De grootmoeder geeft hem eten en hij legt zijn hoofd in haar schoot en laat zich luizen. De duivel valt in slaap en de grootmoeder trekt een haar uit en zegt dat ze een nare droom had en stelt de eerste vraag. De duivel vertelt dat er een pad onder een steen in de fontein zit en als deze dood is gaat de wijn weer stromen. De grootmoeder luist hem opnieuw en trekt een haar uit, ze stelt de tweede vraag.

De duivel vertelt dat er een muis aan de wortel knaagt van de boom en als die dood gaat, zal de boom weer gouden appels dragen. De derde gouden haar wordt uitgetrokken en de duivel geeft antwoord op de vraag van de veerman. Als hij de vaarboom in de handen geeft van degene die naar de overkant wil, zal hij vrij zijn. De duivel valt weer in slaap en de volgende dag vertrekt hij. De mier komt uit de plooi van de rok van de grootmoeder en het gelukskind krijgt zijn menselijke gedaante terug. Hij krijgt de drie gouden haren en gaat naar huis. De veerman krijgt zijn antwoord als het gelukskind al aan de overkant is. Bij de dorre boom krijgt hij twee met goud beladen ezels als beloning en bij de droge fontein ook.

Het gelukskind komt bij zijn vrouw en als de koning vier ezels met goud ziet is hij voldaan en zijn schoonzoon mag trouwen. De jongeman vertelt over een rivier, waar goud aan de oever ligt. De koning is begerig en hoort over de veerman die mensen naar de overkant brengt. De koning gaat naar de rivier, maar als ze aan de overkant zijn geeft de veerman hem de vaarboom in handen en gaat weg. De koning moet vanaf dat moment heen en weer varen en nog steeds heeft niemand de vaarboom van hem overgenomen.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

  • Het is een "Schreckmärchen".
  • Het sprookje komt uit Zwehrn in Nederhessen en uit de Mainstreek.
  • In de eerste druk van de sprookjes was een verhaal over de vogel feniks opgenomen, dat op dit sprookje leek.
  • Varianten van dit verhaal zijn bekend in Nederland, Noorwegen, Zweden, Hongarije en Mongolië.
  • De tocht naar de onderwereld komt in vele sagen voor, zoals in de Odyssee.
  • De bron van wijn en water verwijst naar het wonder van Christus die water in wijn verandert.[bron?]
  • De boom van de gouden appels kan een verwijzing zijn naar de boom van kennis van goed en kwaad in het paradijsverhaal.[bron?]

Personages en attributen[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Grimm, volledige uitgave, in 2005 vertaald door Ria van Hengel

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui