De roversbruidegom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De roversbruidegom, illustratie door Walter Crane in Household Stories by the Brothers Grimm, vertaald door Lucy Crane (1886)

De roversbruidegom is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen (KHM40), opgetekend door de gebroeders Grimm.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een molenaar wil zijn groot geworden dochter welverzorgd en goed getrouwd achterlaten en belooft haar hand aan een vrijer die heel rijk lijkt te zijn. Het meisje houdt niet zoveel van de man en vertrouwt hem eigenlijk niet. Als ze naar hem kijkt of aan hem denkt, voelt ze afgrijzen in haar hart. Op een dag zegt hij tegen haar: "Je bent mijn bruid, maar je komt nooit bij me op bezoek". Ze zegt dat ze niet weet waar hij woont en hij wijst haar naar het donkere bos. De volgende zondag zal hij as naar zijn huis strooien, zodat ze de weg kan vinden.

Het meisje stopt haar zakken vol erwten en linzen als ze die zondag op weg naar het bos gaat en strooit deze langs het pad. Ze komt bij een eenzaam en onheilspellend huis en hoort binnen een stem die haar waarschuwt om om te keren en het moordenaarshuis te verlaten. Ze ziet een vogel die de boodschap herhaalt. Ze loopt het hele huis door en gaat van kamer naar kamer, maar ziet geen mens. Dan komt ze in de kelder en ziet een stokoude vrouw die haar vertelt dat ze een ketel op het vuur moest zetten, waarin de bruid zal worden gekookt.

De vrouw verstopt het meisje achter de grote ketel en vertelt haar muisstil te zijn. Als de rovers slapen, zal ze haar laten vluchten. De roversbende komt thuis en ze sleuren een ander meisje met zich mee dat ze een glas witte, rode en gele wijn laten opdrinken. Ze hakken haar in stukken en strooien er zout op. Een rover ziet een gouden ring aan de pink van het dode meisje en hakt deze af, waarna hij op de schoot van de bruid belandt. Als de rovers de pink willen zoeken, zegt de vrouw dat die heus niet zal weglopen en schept het eten op.

Het meisje kan ontsnappen omdat de vrouw een slaapdrank in de wijn heeft gedaan. Ze kan via een spoor van ontkiemde erwten en linzen die te zien zijn naast het pad in het licht van de maan naar haar huis vluchten, de as is inmiddels weggewaaid. Op de dag van de bruiloft verschijnt de bruidegom, maar de molenaar heeft al zijn familieleden en kennissen uitgenodigd. Tijdens het eten vertelt ze haar bruidegom over een droom en laat hem dan een ring aan een vinger zien. De rover wil vluchten, maar de gasten houden hem tegen en leveren hem uit aan het gerecht. De roversbende wordt dan terechtgesteld.

Achtergronden bij het sprookje[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui