Hans en Grietje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans en Grietje en de heks, afgebeeld door Arthur Rackham in The Fairy Tales of the Brothers Grimm van Mevr. Edgar Lucas uit 1909
Hans en Grietje eten van het peperkoekhuisje van de heks
Hans en Grietje
Grietje duwt de heks in de oven
Huisje in de Efteling
Hans en Grietje zoeken de weg in het schijnsel van de volle maan

Hans en Grietje (Duits: Hänsel und Gretel) is een Duits sprookje dat onder meer is opgetekend in Hessen.

De bekendste versie is die van de gebroeders Grimm, verschenen in Kinder- und Hausmärchen onder nummer KHM15. Het sprookje werd door Ludwig Bechstein overgenomen in de eerste editie van zijn Deutsches Märchenbuch (1845), onder de titel Vom Hänschen und Gretchen, die in die roten Beeren gingen.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Hans en Grietje wonen met hun vader, die houthakker is, en hun stiefmoeder aan de rand van een bos. Het gezin is erg arm. Op een nacht besluit de stiefmoeder, zeer tegen de wil van haar man, om de twee kinderen de volgende dag in het bos achter te laten, aangezien er niet genoeg eten meer is voor hen alle vier.

De kinderen liggen wakker door de honger en horen in de kamer ernaast het plan dat wordt besproken. Grietje is wanhopig, maar Hans heeft een plan; hij gaat zijn bed uit en zoekt buiten kiezelstenen die hij in zijn jaszak verstopt. Als ze de volgende dag met zijn vieren het bos in lopen, blijft Hans steeds even stilstaan. Wanneer hem gevraagd wordt waarom hij zo treuzelt, zegt hij dat hij naar zijn witte kat op het dak kijkt. Stiefmoeder zegt dat het de ochtendzon is die op de schoorsteen schijnt. Hans laat intussen een spoor van kiezelstenen achter. Als Hans en Grietje alleen worden achtergelaten op een open plek in het bos onder voorwendsel dat ze 's avonds weer worden opgehaald, kunnen ze de weg naar huis zelf terugvinden in het licht van de volle maan dat op de kiezelstenen weerkaatst. Als ze aankloppen, reageert hun stiefmoeder (die de schone schijn moet ophouden) boos omdat ze zo lang in het bos zijn gebleven. Vader daarentegen is erg blij ze terug te zien.

Na een tijdje is de nood weer erg hoog en opnieuw horen de kinderen hoe de stiefmoeder hun vader overhaalt hen maar in het bos achter te laten. Hans wil opnieuw kiezelstenen zoeken, maar de stiefmoeder heeft de deur van het huisje deze keer op slot gedaan. Hans blijft de volgende ochtend opnieuw vaak staan en zegt dat hij naar zijn duifje kijkt, waarna de stiefmoeder opnieuw zegt dat dit slechts het zonlicht op de schoorsteen is. Hans laat nu kruimeltjes van zijn brood vallen en als ze alleen zijn in het bos, deelt Grietje haar brood met hem. Als ze 's avonds het spoor van de broodkruimels zoeken, blijkt dit door de vogels te zijn opgegeten. Nu zijn ze dus werkelijk op zichzelf aangewezen.

De derde ochtend na het vertrek uit het ouderlijk huis komen ze een sneeuwwit vogeltje tegen, dat hen leidt naar een huisje dat gemaakt is van brood, met een dak van koek en ramen van witte suiker. De kinderen eten wat van het huisje en horen dan de stem van een oude vrouw, die verschijnt in de deuropening. De vrouw heeft rode ogen en een slecht zicht, maar komt heel vriendelijk over. Ze neemt de kinderen mee naar binnen en geeft ze melk en pannenkoeken. Daarna mogen Hans en Grietje ook bij haar overnachten.

De volgende morgen blijkt de vrouw echter een kwaadaardige heks te zijn, die het huisje speciaal heeft gebouwd om kinderen te lokken. Ze besluit Hans vet te mesten en hem daarna op te eten. Ze sluit hem op in een kooi en geeft hem goed te eten. De heks wil Grietje houden als slavin, en Grietje krijgt enkel kreeftenschalen te eten. De heks voelt elke dag aan de vingers van Hans om te controleren of hij al vet genoeg is. Hans steekt echter steeds een botje tussen de tralies door naar buiten. De heks, die dit niet goed kan zien, is verbaasd dat hij zo mager blijft. Na een tijdje besluit de heks het dik worden van Hans niet langer af te wachten en ze laat Grietje water halen met de bedoeling Hans hierin te koken. De oven is al gestookt en de heks is inmiddels van plan om ook Grietje hierin te duwen. Ze vraagt Grietje om het brood uit de oven te halen. Grietje, die de list doorheeft, doet alsof ze niet weet hoe de oven werkt. Als de heks het voordoet wordt ze door Grietje zelf de oven in geduwd, haar dood tegemoet.

Grietje bevrijdt Hans en ze gaan nu samen het huis binnen, waar ze kisten vol parels en edelstenen vinden. Deze stenen stopt Hans in zijn zak en Grietje laadt haar schortje vol. Ze lopen uit het heksenbos en komen bij een groot water, maar er is geen boot. Grietje vraagt een witte eend of ze hen naar de overkant wil brengen en de eend doet dit. Na een tijd gelopen te hebben, zien de twee kinderen het huisje van hun vader weer. De houthakker is erg somber sinds hij zijn kinderen moest achterlaten. De stiefmoeder is inmiddels gestorven. Ze zijn erg gelukkig om met z'n drieën weer samen te zijn en hoeven dankzij de schat van de heks niet langer in armoede te leven.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

  • Een bekende catchphrase zijn de woorden van de heks als ze de kinderen bemerkt: Knuper, knuper, kneischen, wer knupert an meinem Häuschen?, in het Nederlands vertaald als Knibbel knabbel knuisje, wie knabbelt (er) aan mijn huisje?
  • Het snoephuisje toont enige gelijkenis met het paard van Troje: een onschuldig aandoend voorwerp met een onverwacht gevaarlijke inhoud (in dit geval de heks).[bron?]
  • Het verhaal is in veel landen bekend, in meerdere varianten. Soms zit er een wolf in het huisje in plaats van een heks. Het begin en het einde vertonen overeenkomsten met het begin en einde van het sprookje Klein Duimpje en de reus van Perrault. Door de bewerking van Wilhelm Grimm heeft het sprookje een sterke structuur gekregen; het verhaal eindigt op de plaats waar het begint. Er zijn twee huisjes, twee boze vrouwen en twee witte vogels. Hans vindt twee soorten stenen, twee keer gaan de kinderen op weg (de eerste keer redt Hans de situatie, de tweede keer is dit Grietje).
  • In 1963 publiceerde Hans Traxler (onder het pseudoniem Georg Ossegg) een verhandeling genaamd Die Wahrheit über Hänsel und Gretel, waarin hij zijn zogenaamde zoektocht naar de waarheid achter het sprookje en zijn ontdekkingen (een moord op een vermeende heks in 1647) beschreef.

Psychologische aspecten[bewerken]

Een vrij duidelijke moraal die het verhaal uitdraagt is: vertrouw nooit zomaar een onbekende, al maakt deze nog zo'n sympathieke indruk. De heks kan worden gezien als de vreemdeling die zich aardig en gastvrij voordoet, maar in werkelijkheid slechte bedoelingen heeft.[bron?]

Een zeer belangrijk thema in het verhaal lijkt verder het opgroeien en zelfstandig worden, ofwel het zich losmaken van de moeder. Terwijl Hans en Grietje door de heks gevangen worden gehouden, leren ze langzaamaan op eigen benen te staan. Tekenend is hierbij ook dat ze het huis van hun vader vervolgens wel terugvinden, terwijl dat eerder niet lukte.[1] Volgens sommige analisten kan de heks zelf als een vervangende moederfiguur worden gezien. Daarmee zou haar rol in het verhaal in zekere zin juist positief zijn, aangezien ze de kinderen op weg helpt naar de zelfstandigheid.[2]

Het bos waardoorheen de kinderen kan worden gezien als symbool voor het leven, waarin men de weg moet zoeken.[bron?]

Broer en zus staan in sommige psychoanalytische interpretaties voor het mannelijke (handelende, verstandige) en vrouwelijke (gevoelsmatige, intuïtieve) in de mens, de anima en animus (ziel en geest). Denk ook aan het sprookje Broertje en zusje (KHM11).

Over de betekenis die aan de oven moet worden toegekend bestaan allerlei uiteenlopende theorieën. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar de hel. De oven kan echter ook symbool staan voor het dierlijke onderbewustzijn van de mens, en in die zin ook verwijzen naar het moederschap waar ook de heks mee geassocieerd wordt.[3] Vlak na de Tweede Wereldoorlog meenden bezorgde Amerikanen een verband te zien met het concentratiekamp Auschwitz.[2]

Opera[bewerken]

De Duitse componist Engelbert Humperdinck verwerkte het sprookjesgegeven in zijn zeer succesvolle opera Hänsel und Gretel.

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Hänsel und Gretel op de Duitstalige Wikisource