De koningszoon die nergens bang voor was

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De koningszoon die nergens bang voor was is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM121. De oorspronkelijke naam is Der Königssohn, der sich vor nichts fürchtete.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een koningszoon besluit de wereld in te trekken en hij komt bij het huis van een reus. Hij ziet op het erf enorme ballen en kegels en speelt hiermee. De reus hoort het verhaal en ziet de kleine man, hij vraagt zich af hoe hij zo sterk kan zijn. De man vertelt dat hij alles kan waar hij zin in heeft en de reus wil dan dat hij een appel van de boom des levens haalt voor zijn verloofde. De reus kan de boom zelf niet vinden en hij vertelt dat er een ijzeren hek om de tuin staat. Voor het hek liggen wilde dieren en ze laten niemand binnen. Voor de appelboom hangt een ring waar je je hand door moet steken en nog niemand heeft een appel kunnen plukken. De jongeman vindt de wondertuin en ziet de slapende dieren. Ze worden niet wakker en hij klimt over het hek. Midden in de tuin staat de boom des levens en de appels zijn rood. De man steekt zijn hand zonder moeite door de ring en plukt de appel. De ring sluit zich en de man voelt een enorme kracht door zijn aderen stromen.

De jongeman opent de poort en gaat naar buiten. De leeuw is wakker en volgt de man, die de appel naar de reus brengt. De reus geeft de appel aan zijn verloofde, maar ze ziet dat hij de ring niet om zijn arm draagt. De reus zegt dat hij de ring thuis zal halen en eist de ring op. De koningszoon en de reus worstelen, maar de toverkracht is erg sterk. De reus verzint een list en wil afkoelen in de rivier. De koningszoon kent geen valsheid en ze kleden zich uit aan de oever. De koningszoon doet de ring van zijn arm en springt in de rivier. De reus grijpt de ring en rent weg, maar de leeuw achtervolgt hem en brengt de ring terug naar zijn meester. De reus gaat achter een eik staan en als de jongeman zijn kleren aantrekt, steekt hij zijn ogen uit. De koningszoon is blind en de reus leidt hem aan zijn hand naar een hoge rots. Hij laat hem staan, maar de leeuw haalt zijn meester van de rots.

De reus brengt de koningszoon via een andere weg terug naar de rots, maar de leeuw redt zijn meester opnieuw en duwt de reus van de rots. De leeuw brengt zijn meester naar een rivier en spat water in het gezicht van de man, waarna de jongeman een vogeltje tegen een boom ziet vliegen. Het vogeltje baadt zich en vliegt dan moeiteloos tussen de bomen door en de koningszoon herkent een teken van God. Hij wast zich met het water en zijn ogen zijn scherper dan ooit. De man komt met zijn leeuw bij een betoverd kasteel en in de poort staat een zwarte jonkvrouw. Ze wil dat de man haar verlost en hij moet drie nachten in de grote zaal doorbrengen, zonder vrees in zijn hart. Hij mag geen geluid maken en om middernacht komt er een enorm lawaai uit alle hoeken. Er komen kleine duiveltjes en ze maken een vuur en gaan dobbelen. De jongeman is niet bang en maakt geen geluid als hij wordt afgeranseld.

De volgende ochtend is hij uitgeput, maar de jonkvrouw komt met een flesje levenswater. Alle pijn verdwijnt en hij ziet dat haar voeten wit zijn geworden. De volgende dag herhaalt alles zich en de ochtend erop geneest de jonkvrouw de man met het levenswater. Tot aan haar vingertoppen is ze nu wit en de derde nacht volgt. De man maakt geen geluid en ligt bewusteloos als de jonkvrouw de zaal betreedt. Ze giet het levenswater over de man en hij ontwaakt uit zijn slaap. De jonkvrouw is sneeuwwit en zo mooi als het licht van de dag. Ze vertelt dat de man driemaal met zijn zwaard over de trap moet zwaaien en iedereen in het kasteel wordt bevrijd van de betovering. De jonkvrouw is een rijke koningsdochter en de dienaren hebben de tafel gedekt. Ze eten en drinken samen en 's avonds wordt de bruiloft gevierd.

Achtergronden[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui