De drie handwerksgezellen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De drie reizende gezellen of De drie handwerksgezellen is een sprookje dat werd genoteerd door de gebroeders Grimm voor Kinder- und Hausmärchen met volgnummer KHM120. De oorspronkelijke naam is Die drei Handwerksburschen.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Drie gezellen besluiten samen te blijven en komen in een stad, maar na een tijdje hebben ze niks om van te leven. Ze gaan weer op reis en besluiten de waard te schrijven waar ze zijn, zo kunnen ze in contact met elkaar blijven. Onderweg komen ze een rijk geklede man tegen en ze vertellen dat ze werk zoeken en samen willen blijven. De man zegt dat ze voorname heren zullen worden als ze doen wat hij zegt. Een van hen wil niet dat het hun ziel en zaligheid schaadt en de man zegt dat het hem niet om de mannen zelf gaat. Een ander heeft gezien dat de man een paardenhoef en mensenvoet heeft en wil niks met hem te maken hebben. De duivel zegt dan dat hij een ziel van een ander wil, die al voor de helft in zijn bezit is. De duivel vertelt wat de mannen moeten doen, de eerste moet op elke vraag het antwoord "wij alle drie" geven. De tweede moet zeggen "om het geld" en de derde "het was terecht".

Dit moeten de mannen steeds na elkaar zeggen en verder mogen ze geen woord spreken. Als ze wel spreken, zal al het geld verdwijnen. Als ze gehoorzamen, zullen hun zakken vol geld blijven. De duivel geeft zoveel geld als de mannen kunnen dragen en stuurt hen naar een herberg. Als ze in de herberg komen, vraagt de waard of ze iets willen eten. De mannen zeggen hun zinnetjes op en betalen meer dan de waard heeft gevraagd. De gasten vinden de mannen gek en er komt een koopman binnen. Hij wil dat de waard zijn geld bewaard en de gast mag boven in een speciale kamer slapen. De drie gezellen krijgen een slaapplaats beneden. 's Nachts gaat de waard met zijn vrouw naar de rijke koopman en slaat hem dood met een houthakkersbijl. Na de moord gaan ze weer slapen en de volgende ochtend is er een groot rumoer. De drie gezellen krijgen de schuld en als ze ondervraagd worden, antwoorden ze weer met hun eigen zinnetjes. 's Nachts komt de duivel en vertelt dat ze hun geluk niet moeten verspelen, er zal hen niks overkomen.

De volgende ochtend moeten ze voor de rechter verschijnen en opnieuw antwoorden de mannen op elke vraag met hun eigen zin, waardoor het lijkt dat ze de koopman terecht om het geld hebben vermoord met zijn drieën. De mannen worden tot de dood veroordeeld en worden de stad uit gebracht. De waard moet ook in de kring gaan staan en als de drie mannen worden beetgepakt door de beul komt een koets met vier bloedrode vossen aangereden. Er steekt een witte lap uit het raam en de scherprechter vertelt de mannen dat er gratie is verleend. De duivel stapt uit de koets in de gedaante van een zeer voorname heer en vertelt dat de drie onschuldig zijn. Ze mogen weer spreken en de mannen wijzen de waard aan als moordenaar. Ze vertellen dat er nog meer doden in zijn kelder hangen en de beulsknechten gaan naar de herberg en zien dat het waar is. De waard wordt onthoofd op het schavot en de duivel vertelt de drie dat hij de ziel heeft die hij wilde. De drie hebben genoeg geld voor hun hele leven.

Achtergronden[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui