Prins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Prins (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Prins.

Prins is in sommige landen de hoogste adellijke titel, maar kan ook een vorstelijke titel zijn. Het vrouwelijke equivalent is prinses.

Historie[bewerken]

De term 'prins' komt van het Latijnse princeps, dat voorste of eerste betekent (evenals het woord vorst).

Soorten prinsen[bewerken]

Adellijke en vorstelijke prinsen[bewerken]

Een voorbeeld van prins als adellijke titel is prins de Bourbon de Parme; en een voorbeeld van een vorstelijke titel is die van Prins der Nederlanden. In sommige landen (bijvoorbeeld in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) geldt de titel van hertog als hoger dan die van (niet-vorstelijke) prins; dit geldt bijvoorbeeld het Belgische geslacht d'Arenberg waarvan het hoofd van het geslacht, Leopold van Arenberg, naast de titel van prins die van hertog draagt.

Kerkelijke prinsen[bewerken]

De kardinalen zijn prinsen van de kerk maar gelden ook als prins omdat zij de paus, een heerser die met koningen gelijk gesteld wordt, kunnen opvolgen.[bron?] Zij worden in het protocol direct na de kroonprinsen en kroonprinsessen van de regerende koningshuizen geplaatst.[bron?]

Volgens de bul Urbem Roman van Paus Benedictus XIV zijn de broers en zusters van een paus ipso jure Nobili Romani, Romeinse edelen, en prinsen en prinsessen. Deze waardigheid wordt door hun wettelijke mannelijke nakomelingen geërfd. Men herkent deze families aan de Ombrellino die zij in hun wapen mogen voeren.

Prinselijke families in Nederland[bewerken]

De Nederlandse adel kent drie prinselijke families; zo bestaat er de titel Prins van Waterloo, in 1815 toegekend aan Arthur Wellesley, Hertog van Wellington; deze titel wordt nog steeds gevoerd door het geslacht, sinds 2014 door Charles Wellesley, 9e Prins van Waterloo (1945), na het overlijden van zijn vader Arthur Valerian Wellesley (1915-2014). Verder kent men het prinselijke geslacht De Riquet de Caraman dat weliswaar tot de Nederlandse adel behoort maar in België woont en tot de Belgische adel wordt gerekend. En er is sinds 1996 het prinselijke geslacht De Bourbon de Parme waarvan in dat jaar Carlos de Bourbon de Parme en zijn broer en twee zusters ingelijfd werden in de Nederlandse adel.

In Nederland wordt de titel van prins verder alleen nog gevoerd als vorstelijke titel door de huidige leden van het Koninklijk Huis of voormalige leden hiervan. De vermoedelijke troonopvolger voert de titel Prins van Oranje en de overige (ex-)leden de titels Prins der Nederlanden en/of Prins van Oranje-Nassau. De titels worden van geval tot geval vastgesteld en naast de Wet van de Adeldom apart geregeld door de Wet lidmaatschap koninklijk huis.

Prinselijke families in België[bewerken]

In België bestaan zo'n 10 prinselijke families, zoals aangegeven in de Lijst van Belgische adellijke families. Zelfs recent (in 2007) werd daar nog een prinselijke familie erkend in de Belgische adel: leden van het geslacht Swiatopelk-Czetwertynski.

Predicaat en kwalificatie[bewerken]

Prinsen van den bloede hebben recht op het predicaat Koninklijke Hoogheid; in België worden ze aangesproken met Monseigneur.

De leden van de Nederlandse familie De Bourbon de Parme dragen ook dat predicaat; daarover is na verlening in 1996 discussie ontstaan in adelsrechtelijke kringen, daar sommigen van mening zijn dat een dergelijke predicaat in Nederland voorbehouden zou dienen te zijn aan leden van het Nederlandse koningshuis, terwijl aan niet-regerende geslachten hooguit het predicaat doorluchtige hoogheid zou kunnen worden toegekend.

Rangkroon in België en Nederland[bewerken]

Rangkroon Prins.svg

De rangkroon die de adellijke prinsen in Nederland en België mogen voeren werd bij besluit van koning Willem I der Nederlanden in 1816 vastgesteld. Prinsen van adel bedienen zich van eenzelfde kroon als die van hertogen, namelijk een muts van scharlaken fluweel, met een gouden bol op de top, waaruit een vlam van hetzelfde metaal oprijst. Deze muts rust hierbij op een gouden ring met edelstenen. Echter bij prinsen, in tegenstelling bij die van hertogen, rust op de ring vijf bladeren, oftewel fleurons (en geen met parels getopte pieken).[bron?]

Sommige adellijke prinsen van de Nederlandse adel maar bovenal de Belgische adel voeren een rangkroon van het voormalige Heilige Roomse Rijk boven hun wapenschild, welke te herkennen valt als een met beugelkroon waaruit ook een rood-fluwelen muts uit oprijst. De ring van de kroon is afgezet met hermelijn en drie met parels bezette beugels rijzen op uit deze ring. Waar de beugels samen komen is op de top een kleine rijksappel te zien.[bron?]

De vorstelijke prinsen van zowel het Nederlandse als het Belgische koninklijke huis hebben afwijkende kronen boven hun persoonlijke wapenschild; veelal voeren zij de koninklijke kroon.[bron?]