Stokpaard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Stokpaardje)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een stokpaard is een nagebootst paardenhoofd op een steel. Aan het eind van de steel zitten soms twee kleine wieltjes. Kinderen "zitten" op het stokpaardje, door de steel tussen de benen door te steken en het paardenhoofd aan handvatten vast te houden.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vast staat dat stokpaarden door edelknapen in hun spel werden gebruikt als voorbereiding op hun ridderschap. Stokken met koppen van dieren of menselijke figuren behoorden ook tot de uitrusting van narren.

Spreekwoordelijk[bewerken | brontekst bewerken]

Stokpaardje wordt ook spreekwoordelijk gebruikt: als iemand op zijn stokpaardje zit, wordt bedoeld dat de persoon in kwestie over haar of zijn favoriete onderwerp spreekt, en wel op zo een manier, dat dit gespreksonderwerp altijd weer terugkomt.

Het berijden van een stokpaardje wil zeggen dat iemand spreekt over zijn geliefkoosd onderwerp of denkbeeld. De term is volgens F.A. Stoett ontleend aan het kinderspel. Een jongen zit graag op een stok met een paardenkop eraan en verbeeldt zich een ruiter te zijn; dat is een van zijn lievelingsbezigheden. Zo zit een volwassene op zijn stokpaardje, als hij mag spreken over wat hij aangenaam vindt. Op de oudste vindplaats van dit gezegde is er sprake van een hobbelpaard.[1]

Voorbeelden van het gebruik van hobbelpaard op deze manier zijn:

  • C. Wildsch. III, 204: De Heer de Groot had ondertusschen zulk een weg op zijn hobbelpaard afgelegd, dat hij niet zien kon dat Keetje geeuwde;
  • Busken Huet, Rembr.2 199: Elke eeuw heeft hare hobbelpaarden, waaronder edele. Het edel hobbelpaard der 17de was de vereering van het romeinsche [de Romeinse klassieken]

Een andere oude versie van stokpaard is ‘Elck Zot heeft zijn Marot en tijdverdrijf om spelen' (Joost van den Vondel). Dit werd oorspronkelijk gezegd van de nar van de Rederijkerskamers. Bij de plechtige intocht van de rederijkers maakt de nar grappen door tegen zijn "Marot" te spreken. Een Marot of zotskolf is een korte staf met een kop. ("Marotte" heeft in het Duits ongeveer dezelfde figuurlijke betekenis as "stokpaardje" in het Nederlands.) [2]

Dit spreekwoordelijk gebruik van het woord stokpaard lijkt op een oud-Romeins stokpaard van Cato, Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Een opmerking die (ad nauseam) telkens terugkwam, tot vervelens toe.

Ook in andere talen wordt het stokpaard figuurlijk gebruikt:

  • Engels: to ride one's hobby horse;
  • Duits: sein Steckenpferd reiten;
  • Zweeds: ha en käpphäst.

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. DBNL, F.A. Stoett
  2. Joost van den Vondel, elke zot heeft zijn marot
  3. In Osnabrück werd in 1948 toen het 300-jarig jubileum van de Vrede van Westfalen gevierd werd, een tocht op stokpaardjes voor kinderen ingevoerd. Daarbij werden (en worden) speciale voor die gelegenheid gecomponeerde liedjes over vrede gezongen. Basisscholen geven die dag speciale lessen en organiseren activiteiten met vrede als thema. Dit is in die stad een jaarlijkse, in oktober plaatsvindende, traditie geworden.
Zoek stokpaard op in het WikiWoordenboek.
Zie de categorie Hobby horses van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.