Strafschop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Strafschop (voetbal))
Ga naar: navigatie, zoeken
Een strafschop, gescoord door Lionel Messi, op 22 september 2007
Een strafschop genomen door Ciro Bilardi
Een strafschop genomen door Ryan Valentine
Een strafschop tijdens Ivoorkust - Servië en Montenegro
Een strafschop tijdens een wedstrijd straatvoetbal

Een strafschop, penalty of elfmeter is een strafmaatregel die tijdens een voetbalwedstrijd kan worden getroffen door de scheidsrechter. Uit een strafschop kan rechtstreeks worden gescoord, maar dit is niet verplicht.

Geschiedenis[bewerken]

De penalty werd ingevoerd in 1891, 25 jaar na de invoering van buitenspelregel.

Beschrijving[bewerken]

De maatregel houdt bij voetbal in dat een speler de bal vanaf de strafschopstip mag schieten, zonder dat er een verdediger tussen hem/haar en het doel staat. Indien de bal in het spel is, wordt een strafschop toegekend tegen de partij die binnen het eigen strafschopgebied een overtreding begaat waarvoor buiten dat gebied een directe vrije schop zou zijn toegekend.

Uitvoering[bewerken]

De bal wordt op de stip gelegd (11 meter van het doel; om precies te zijn: 12 yards) en alleen de strafschopnemer mag in de buurt staan. Alle andere spelers moeten zich buiten het strafschopgebied bevinden, op een afstand van minimaal 9,15 meter (10 yards). Deze afstand wordt aangegeven met een cirkelboog voor het strafschopgebied. De doelman moet op de doellijn staan en tussen de doelpalen, met zijn gezicht naar de strafschopnemer, en mag de lijn pas verlaten als de bal aangeraakt is. Als de doelman de bal terugkaatst mogen alle spelers proberen in het bezit van de bal te komen en te scoren. Als de bal via de paal of lat, of (in een theoretisch geval) via de hoekvlag, scheids- of grensrechter, terug bij de speler komt, mag deze speler de bal niet aanraken, immers, een speler mag de bal bij een vrije trap niet twee maal achtereen spelen zonder dat er een andere speler contact heeft gehad met de bal. Als de doelman de bal vangt, of de bal wordt naast geschoten, mag hij de bal uitnemen. De nemer van de strafschop mag zijn aanloop niet onderbreken. Na het nemen van de strafschop wordt direct het spel hervat. Dat wil zeggen dat alle spelers de bal direct mogen spelen, mits deze in het veld blijft. De wedstrijd moet worden verlengd voor een strafschop die wordt genomen aan het einde van een helft of aan het einde van een verlenging.

Strafschoppenserie[bewerken]

Bij sommige wedstrijden van het knock-out-systeem wordt bij een gelijkspel (als zowel de eerste twee helften als de twee verlengingen onbeslist zijn) de wedstrijd beslist door een strafschoppenserie. Dit gebeurt door het om en om nemen van vijf strafschoppen door elke partij. Er wordt geloot wie mag beginnen. Is na het nemen van vijf strafschoppen de uitkomst onbeslist, dan wordt er om en om door de spelers die niet bij de eerste vijf nemers zitten een enkele strafschop genomen om te bepalen wie wint. Met andere woorden: de zesde strafschop kan de beslissing brengen. Als alle effectieve spelers een strafschop hebben genomen en er nog geen beslissing is gevallen, begint de eerste strafschopnemer opnieuw.

In tegenstelling tot een gewone strafschop is bij een strafschoppenserie na elke genomen strafschop het spel dood. Er mag dus niet bijvoorbeeld bij een van de keeper of paal terugkaatsende bal een tweede poging 'in de rebound' worden ingeschoten.

De langste strafschoppenserie in de geschiedenis vond plaats in 2005 in het bekertoernooi van Namibië: KK Palace en Civics hadden er 48 nodig voor een beslissing. KK Palace won de serie met 17-16. De langste serie tijdens een internationaal toernooi vond plaats in de halve finale van het Europees kampioenschap voetbal onder 21 - 2007. Jong Oranje en Jong Engeland moesten er in totaal 32 nemen voor een beslissing: 13-12 voor Jong Oranje.

Bijzondere strafschoppen[bewerken]

  • De Panenka-strafschop: voor het eerst uitgevoerd door Antonin Panenka in 1976. Het betreft een stiftje, vaak gericht naar het midden, waarbij de bal tergend traag in het doel verdwijnt.[1]
  • De penalty in drieën, met twee spelers: het best bekend als de één-twee tussen Johan Cruijff en Jesper Olsen in de wedstrijd tussen AFC Ajax en Helmond Sport op 5 december 1982 (5–0 eindstand, tweede doelpunt). Beeldmateriaal van de VRT heeft echter bewezen dat Rik Coppens deze techniek al eerder toepaste, in een interland tussen het Belgisch en IJslands elftal.
  • De Ezequinha: de speler pretendeert met het ene been te schieten, maar houdt deze uiteindelijk achterwege en schiet met zijn andere been.