Stralingsforcering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de klimaatwetenschappen gebruikt men de term stralingsforcering om het verschil uit te drukken tussen de invallende energie van de zon, en de energie van de straling die door de Aarde uitgezonden wordt naar de ruimte. De uitgezonden straling heeft twee componenten: gereflecteerde straling en warmtestraling.

Een positieve stralingsforcering zorgt voor een opwarming van het systeem, terwijl een negatieve forcering het systeem laat afkoelen. Oorzaken van een stralingsforcering zijn veranderingen in de inkomende straling (bijvoorbeeld door zonnecycli), veranderingen in de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer, of een veranderde concentratie aerosolen. Bekende aerosolen zijn wolken, mist en smog, maar ook zwevende zanddeeltjes, zoals Saharastof worden hiertoe gerekend.

Klimaatgevoeligheid is de mate waarin langdurige stralingforcering leidt tot temperatuurstijging.

Meting[bewerken]

Stralingsforcering wordt gemeten op verscheidene kilometers boven het aardoppervlak, in de tropopauze, gewoonlijk met weerballonnen. De meetwaarden worden meestal uitgedrukt in Watt per vierkante meter (W/m2).

Zie ook[bewerken]