Surinaams

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Surinaams (Sranantongo)
Gesproken in Suriname, Nederland
Sprekers 100.000 als moedertaal[1]
500.000 als tweede taal
Taalfamilie
Alfabet Latijns
Taalcodes
ISO 639-2 srn
ISO 639-3 srn
Portaal  Portaalicoon   Taal

Surinaams ((srn) Sranantongo of Sranan Tongo) is de Nederlandstalige benaming voor een in Suriname gesproken taal (ook wel kortweg Sranan genoemd).

Het Sranantongo geldt, samen met het Nederlands, als de lingua franca van Suriname, een wijdverspreide contacttaal, die in het dagelijks leven door alle bevolkingsgroepen wordt gebruikt. Het is oorspronkelijk de moedertaal van de Creolen.

Naam[bewerken]

De naam 'Surinaams' wordt door mensen met een Surinaamse achtergrond als niet-correct gezien. Dit omdat er onder de bevolkingsgroepen van Suriname andere talen gesproken worden die beschouwd worden als even belangrijk als het Sranantongo. Een andere bekende Surinaamse taal is bijvoorbeeld het Sarnami Hindoestani wat de moedertaal van de Hindoestanen is. Sarnami betekent evenals Sranan 'Surinaams'.

Vooral vroeger werd de taal ook wel informeel aangeduid met 'taki-taki', 'nengre' of 'negerengels', maar die benamingen kunnen als denigrerend worden beschouwd.

Beschrijving[bewerken]

Het Sranantongo is een creoolse taal gebaseerd op het Engels en Nederlands; dat wil zeggen dat de (kern)woordenschat grotendeels van het Engelse en Nederlands afkomst zijn. De taal is echter moeilijk voor sprekers van het Engels en Nederlands verstaanbaar vanwege een afwijkende uitspraak; bij veel woorden valt de overeenkomst met hun Engelse en Nederlandse originelen niet op, alhoewel geschreven woorden soms te herkennen zijn. Een schatting uit 1997 gaf 300.000 tweede-taalsprekers, ofwel 80% van de bevolking van Suriname, alhoewel niet iedereen de taal volledig beheerst. De verschillende bevolkingsgroepen van Suriname spreken hun eigen moedertaal en het Nederlands; de officiële taal van het land.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Zoals alle creoolse talen is het Sranantongo begonnen pidgintaal; het is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op plantages tijdens de Engelse en Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels en Nederlands (samen ongeveer 85%) daarnaast Spaans, Portugees en Afrikaanse talen. Een op het Engels gebaseerde pidgin werd gebruikt op de Afrikaanse westkust en op de slavenschepen. Na de overname door de Nederlanders in 1668 bleef het Engelse karakter van de creolentaal gehandhaafd, al werd er een steeds toenemend aantal Nederlandse woorden in de taal opgenomen. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werden er contractarbeiders naar Suriname gehaald, het Sranantongo werd toen ook door hen overgenomen; dit heeft er mede voor gezorgd dat de taal door de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname wordt gesproken. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Met een creoolse taal wordt een taal bedoeld die in eerste instantie is ontstaan uit noodzaak om met elkaar te kunnen communiceren, omdat verschillende mensen in een bepaalde situatie elkaar niet konden verstaan. Zo'n taal ontwikkelde zich tot een 'echte' taal, met eigen (eenvoudige) grammaticale regels en heeft zich daarna tot een moedertaal ontwikkeld. In het Sranantongo zijn de invloeden van Afrikaanse talen duidelijk herkenbaar inde syntaxis en in het idioom. Het doorzichtige karakter van de taal maakt dat het over het algemeen makkelijk te leren is.[2]

Gebruik[bewerken]

De taal staat bekend als taal van de straat, maar er bestaat sinds het einde van de achttiende eeuw en vooral in de twintigste eeuw ook een enorm gegroeide geschreven literatuur in het Sranantongo. De straattaal die voornamelijk door jongeren in Nederland word gesproken bevat ook veel woorden uit het Sranantongo.

Sinds 1986 bestaat er een officieel afgekondigde spelling van de taal (resolutie 4501 van 15 juli 1986). Deze spelling is fonetisch onlogisch[bron?] en wordt door de meesten niet gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de klanken die op NG eindigen worden met een N geschreven en OE wordt U. Men schrijft dus “Sranan”, maar spreekt het uit als “Sranang” en men schrijft “dagu” (hond), maar spreekt het uit als “dagoe”.

Ondanks de ruime verspreiding van het Sranantongo onder de bevolking is de taal nooit de status van straattaal ontstegen. In tegenstelling tot het Papiaments wordt de taal nauwelijks als schrijftaal of bij openbare gelegenheden gebruikt. Een uitzondering is het schriftelijke gebruik van Sranantongo in (informele) online communicatie waar de taal vaak gemengd wordt met het Nederlands.[3] Algemeen overheerst in Suriname, ook bij de sprekers zelf, de opvatting dat de taal, bijvoorbeeld door de dubbelzinnigheid, ongeschikt is voor formeel gebruik. Ook geldt het Nederlands als cultureel neutraler, daar het niet de taal van een grote bevolkingsgroep in Suriname is. Vooral vroeger mochten veel Surinamers hun ouders en grootouders alleen in het Nederlands aanspreken; het Sranantongo zou ‘ongepast’ zijn.

Beknopte grammatica[bewerken]

Het Sranantongo is, zoals de meeste creooltalen, een isolerende taal. De wortel wordt ongewijzigd gebruikt voor verschillende woordsoorten, bijvoorbeeld zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. Het woord denki betekent zowel 'denken' als 'gedachte' en yuru staat zowel voor 'huren','huur' als 'tijd'. De taal staat bekend om zijn dubbelzinnigheid. Een woord kan zeer veel verschillende betekenissen en dubbele bodems hebben, bijvoorbeeld het woord baka (spreek uit 'bakka'): bakken, achterkant, rug (vgl. Engels: back), weer/opnieuw/terug. Een relatief geringe woordenschat is een veelvoorkomend kenmerk van creooltalen.

Er is evenmin vervoeging van werkwoorden. Ik denk, jij denkt, hij denkt etc. is allemaal ... denki. Het persoonlijke voornaamwoord geeft aan om wie het gaat. Tijdsaanduidingen (tegenwoordige tijd/verleden tijd/toekomende tijd) worden aangegeven door toevoegingen. Bij de tegenwoordige tijd zet men 'e' voor het werkwoord. Voor de verleden tijd wordt daar ben aan toegevoegd.

De toekomende tijd krijgt er sa of o bij en de gebiedende wijs 'mu' of, in meerdere mate, musu (moeten). Voor de onvoltooid verleden tijd (zouden) worden de vormen ben sa en ben o gebruikt. De twee soorten verleden tijd hebben in het Sranantongo dezelfde uitgangsvorm; hij wachtte en hij had gewacht: a ben wakti. In de voltooid tegenwoordige tijd wordt er geen toevoeging gebruikt: Ik heb gewacht Mi wakti.

Lidwoord; het of de = 'a'. Als een wordt gebruikt in de zin van 'één' dan wordt dat vertaald met wan (afgeleid van het Engelse one). Wan is ook een telwoord. Meervoud wordt aangeduid met het lidwoord den (spreek uit: ding). Er volgt geen verbuiging van het zelfstandig naamwoord. Het huis = A oso, Een huis = Wan oso en huizen = Den oso.

Opvallend is ook:

  • veelvuldig optreden van l/r alternantie (vooral bij aan het Engels ontleende woorden), dus; bribi = versta
  • klinkers aan het begin van een woord vallen weg, waarmee de klemtoon naar achteren wordt geschoven; in plaats daarvan is er vaak een suffix-i

Paradigma[bewerken]

  • Voorbeeld met het werkwoord wroko (werken)
mi e wroko (m'e wroko) ik werk
yu ben wroko jij was aan het werken
yu wroko jij hebt gewerkt
a wroko (kaba) het werk is "klaar"
a mu wroko / a musu wroko hij moet werken
wi ben wroko wij hadden gewerkt
unu sa wroko jullie zullen werken
den ben o (b'o) wroko zij zouden werken

Zie ook de Engelse oorsprong; mi e wroko; me are working, yu ben e wroko; you have been working). Enige woorden in het Sranantongo zijn:

  • morgu = goedemorgen
  • Fawaka = Hoe gaat het?
  • tamara = morgen
  • gran tangi = dank u wel
  • a bun = oké, het is goed
  • Mi lobi yu = Ik hou van je
  • bakra = Nederlander
  • mi o syi = tot ziens

Over het Sranantongo[bewerken]

  • Jan Voorhoeve, Voorstudies tot een beschrijving van het Sranan Tongo (Negerengels van Suriname). Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers-Maatschappij, 1953. (Diss.)
  • Jan Voorhoeve, Sranan syntax. Amsterdam: North-Holland Publishing Company, 1962.
  • Max Sordam & Hein Eersel, 'Sranan Tongo', Baarn, Bosch en Keunig (1983), tweede druk (1985), derde druk (1989)
  • Michiel van Kempen, Spiegel van de Surinaamse poëzie. Amsterdam: Meulenhoff, 1995.
  • Woordenlijst Wordlist; Sranan-Nederlands, Nederlands-Sranan, English-Sranan. Derde, herziene uitgave. Paramaribo: Stichting Volkslectuur/Vaco, 1995.
  • René Hart, Sranantongo; Leer-werkboek Surinaamse taal en cultuur. Arnhem: Angerenstein, 1996.
  • Eithne B. Carlin & Jacques Arends, Atlas of the languages of Suriname. Leiden: KITLV Press, 2002.
  • Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003. (2 dln.)
  • J.C.M. Blanker & J. Dubbeldam, Prisma woordenboek Sranantongo. Utrecht: Het Spectrum, 2005.
  • Ronald Snijders, "Surinaams van de straat/ Sranantongo fu strati". Amsterdam: Prometheus, 1994
  • I.D. Menke, "Grammatica van het Surinaams" 3e (herziene) druk 2006. VACO N.V. Paramaribo, Suriname
  • Michaël Ietswaart & Vinije Haabo, "Sranantongo: Surinaams voor Reizigers en Thuisblijvers" (6de druk). Zutphen: Walburg Pers, 2012

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Sranan Tongo; bezocht op 21 oktober 2006
  2. (nl) DBNL, De talen van Suriname · dbnl. DBNL. Geraadpleegd op 2018-06-28.
  3. Henning Radke: Die lexikalische Interaktion zwischen Niederländisch und Sranantongo in surinamischer Onlinekommunikation. In: Taal en Tongval. band 69, nr. 1, 1 september 2017, p. 113–136 (geraadpleegd op 12 januai 2018)

Externe links[bewerken]

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Surinaamse uitgave van Wikipedia.