Sarnami Hindoestani

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sarnami Hindoestani
Gesproken in Suriname, door migratie ook in Nederland
Sprekers max. ±500.000
Taalfamilie Indo-Europese talen
Indo-Iraanse talen
Indische talen
Bihari
Caribisch Hindoestani
Sarnami Hindoestani
Officiële status
Officieel in nergens
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Sarnami Hindoestani (ook wel Sarnami Hindi, meestal kortweg Sarnami genoemd) is de Surinaamse variant van het Caribisch Hindoestani. De taal ontstond door een vermenging van de verschillende talen en dialecten van Brits-Indische contractarbeiders en is tegenwoordig de moedertaal van hun nakomelingen, de Hindoestanen.

Ontstaan[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Hindoestanen voor een algemener overzicht van de Hindoestaanse migratie naar Suriname

De taal ontstond voornamelijk door vermenging van verschillende dialecten of taalvarianten uit en rond de huidige Indiase staten Bihar en Uttar Pradesh, de gebieden waar de circa 34.000 contractarbeiders die tussen 1873 en 1916 naar Suriname vandaan werden gehaald door de Nederlandse koloniale overheid, om de intussen bevrijde slaven als arbeidskrachten te vervangen. Circa 23.000 van hen besloten zich na afloop van het tienjarig contract blijvend in Suriname te vestigen.

Het woord Sarnami betekent letterlijk "Surinaams". De naam Sarnami Hindoestani werd voor het eerst gebruikt in 1961 door J.H. Adhin.

Status[bewerken]

De taal is de moedertaal van maximaal circa 500.000 Surinaamse mensen binnen en buiten Suriname. De circa 150.000 Sarnami-sprekers in Suriname wonen in het noordelijk kustgebied. Daarnaast wordt het Sarnami ook door vele, met name oudere Surinaamse immigranten in Nederland gesproken. Buiten Suriname worden andere varianten van het Caribisch Hindoestani ook door minderheden in Guyana en Trinidad en Tobago gesproken.

Waar het Standaard Hindi ook binnen Suriname geldt als een prestigetaal, wordt het Sarnami algemeen gezien als een volkstaal.

Spelling[bewerken]

In Suriname wordt het Sarnami geschreven in het Latijnse alfabet, terwijl het Hindi en andere Hindoestanitalen/dialecten in het devanagari wordt geschreven. In 1986 kreeg de intussen ontwikkelde voorlopige standaardspelling van het Sarnami officieel goedkeuring van de Surinaamse overheid. Er is nu ook een Sarnami Woordenboek met een deel Nederlands-Sarnami en een deel Sarnami-Nederlands, samengesteld door Eline Santokhi en Lydius Nienhuis. Van dezelfde auteurs verscheen in 2006 500 Spreekwoorden en Gezegden uit het Sarnami en het Hindi.

Hindoestaanse Surinamers die hebben bijgedragen aan het op schrift stellen van de grammatica en de woordenschat waren onder meer de gebroeders Jit Narain en Rabin Baldewsingh, en Moti Marhé, de grondlegger van de Sarnami emancipatiebeweging (1971). Dr. Theo Damsteegt heeft de belangrijkste bijdragen geleverd tot de wetenschappelijke beschrijving van de taal.

Literatuur[bewerken]

Twee belangrijke dichters: Jit Narain en Shrinivási

Als de eerste Hindoestaanse literator geldt de Munshi Rahmān Khān die kort na de Tweede Wereldoorlog twee dichtbundels publiceerde. Eerst na 1977 werd het Sarnami goed op de literaire kaart gezet met het werk van Jit Narain, Chitra Gajadin, Rabin Baldewsingh, Cándani en anderen (zie Surinaamse literatuur).

Kenmerken[bewerken]

De meeste invloed op het Sarnami heeft allereerst het Bhojpuri en daaraan verwante Biharitalen gehad. Ook het Awadhi (een variant van het Purvi-Hindi); daarnaast het Magadi en het Hindoestani in het algemeen. Ook is het Sarnami beïnvloed door andere talen van Suriname, zoals als het Surinaams, het Nederlands en het Engels. Veel leenwoorden uit die talen zijn in Sarnamiwoorden terug te herkennen, zoals respectievelijk hakua (Sranan: bacove), nemnar (Ned.: limonade) en bingha (Eng.: vinegar (azijn)).

Het verschil met het Standaardhindi zit voornamelijk in de grammatica. Het Sarnami kent bijvoorbeeld niet de twee naamvallen uit het Hindi, evenmin mannelijke/vrouwelijke invloed op de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord. Een invloed van het Nederlands op de Sarnamigrammatica is bijvoorbeeld dat de stam van het werkwoord en de gebiedende wijs overeenkomen (doe, schrijf, ga). De syntaxis van de twee talen is nagenoeg gelijk.

Voorbeeldzinnen en -woorden[bewerken]

Woorden

  • Adja/Dada = De vader van jouw vader
  • Adjie/Dadi = De moeder van jouw vader
  • Nana = De vader van jouw moeder
  • Nani = De moeder van jouw moeder
  • Baap = vader
  • Maai = moeder
  • Beta = zoon
  • Betiya = dochter
  • Behien = zus
  • Bhai = broer
  • Larka = kind
  • Haa = ja
  • Naa = nee
  • Tjouri = meisje
  • Londa = jongen
  • Soete = slapen
  • Boerhiya = oude vrouw
  • Challe = lopen
  • Botel = fles (voorbeeld van een woord dat uit het Engels komt)
  • Siekhe/parhe = leren/lezen
  • Daroe = alcohol

Zinnen

  • Baap re baap. = (Wordt gebruikt als) O mijn God.
  • Ham djai la. = Ik ga.
  • (Tu) Dja. = Ga (jij). (gebiedend)
  • Ham khai tjukli. = Ik heb al gegeten.
  • Dekh (spreek uit: dikh) = kijk
  • Tu ka bolé? = Wat zeg jij?
  • Tu kontjie karehe? = Wat doe jij?
  • Ab ka hoi. = Wat zal er nu gebeuren?
  • Hum boek parhie la. = Ik lees een boek.
  • Hum tose mangi la bihaa karre. = Ik wil met je trouwen.
  • Humaar koi ka kariyi? = Wie kan mij wat doen?
  • Hum toke chahila. = Ik vind je leuk.


Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuuroverzicht[bewerken]

  • Theo Damsteegt, 'De basis van het Sarnami.' In: Lalla Rookh, 8 (1983), nr. 6, november, pp. 10–16.
  • Theo Damsteegt, 'Sarnami taal en literatuur.' In: Jorg Funke & Lourina de Voogd (red.), Literatuur en talen van Suriname: een kennismaking. Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1984, pp. 15–23.
  • Theo Damsteegt, 'Kenmerken en ontwikkeling van het Sarnami.' In: Oso, 4 (1985), nr. 2, december, pp. 159–168.
  • R.M. Marhé, Sarnami byákaran: een elementaire grammatica van het Sarnami. [Leidschendam]: Stichting voor Surinamers, [1985].
  • Theo Damsteegt, 'Sarnami: a living language.' In: Language transplanted: the development of overseas Hindi. Ed. by Richard K. Barz and Jeff Siegel. Wiesbaden: Otto Harrassowitz, 1988, pp. 95–120.
  • Theo Damsteegt, 'De Sarnami-beweging.' In: Corstiaan van der Burg, Theo Damsteegt en Krishna Autar (red.), Hindostanen in Nederland. Leuven-Apeldoorn: Garant, 1990, pp. 22–44.
  • Theo Damsteegt, 'Het Suriname-beeld in de Hindostaanse literatuur.' In: De Gids, 153 (1990), nr. 10/11, oktober-november, pp. 904–915.
  • Theo Damsteegt, 'Hindi and Sarnami as literary languages of the East Indian Surinamese.' In: Mariola Offredi (ed.), Language versus dialect: linguistic and literary essays on Hindi, Tamil and Sarnami. New Delhi: Manohar, 1990, pp. 47-63.
  • Theo Damsteegt & Jit Narain, Ká Hál: leerboek Sarnami, Surinaams Hindostaans. Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1987.
  • Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003. (2 dln.)
  • Eline Santokhi & Lydius Nienhuis, Sarnami Woordenboek. Den Haag: Communicatiebureau Sampreshan, 2004.
  • Eline Santokhi & Lydius Nienhuis, 500 Spreekwoorden en Gezegden uit het Sarnami en het Hindi. Zoetermeer: Communicatiebureau Sampreshan, 2006.

Centrale groep

1rightarrow blue.svg Zie ook Lahnda talen, zoals Westelijk Punjabi

Oost-centrale groep

Oostelijke groep

Noordelijke groep

Noordwestelijke groep

1rightarrow blue.svg Zie ook Oostelijk Punjabi

Singalees-Maldivisch

Zuidelijke groep

Niet geclassificeerd

Sanskriet