Taalracisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Taalracisme, ook bekend als taaldiscriminatie of glottofobie[1][2][3] is een uitdrukking om het mechanisme te kunnen benoemen dat mensen die zich vanwege hun moedertaal beter voelen dan anderstaligen, de laatsten als minderwaardig behandelen. Het past aldus in het jargon van de Vlaamse taalstrijd.

Het begrip moet onderscheiden worden van racisme, waarvan afkeer van iemands taalonbekwaamheid en andere cultuur als "alledaags racisme"-uitingen deel van kunnen zijn. Taalracisme omvat de gevallen waarin de groepen taalgebruikers op zich gelijkwaardig zijn, zonder feitelijke of getalsmatige of juridische of sociologische meerderheids- of minderheidspositie. Ook de taal heeft dezelfde positie en waarde. Andere kwesties, namelijk klassentegenstellingen, particratie, communautaire en andere conflicten waarbij taal- en cultuurtegenstellingen als middel gehanteerd worden, bepalen de achtergrond van taalracisme.

Vlaanderen pleit daarom voor een actieve taalpolitiek binnen de Nederlandse Taalunie, uit angst voor verdere verfransing, zoals die van Brussel, en tegenwoordig ook als middel tegen de oprukkende verengelsing. Bij de taalstrijd in België hoort dan weer dat indien de taalpolitiek van Vlaanderen de positie van Vlaamse Franstaligen aan dreigt te tasten de Franstalige Gemeenschap direct de Vlamingen van taalracisme beschuldigt en de Raad van State en het Arbitragehof inschakelt om de Vlaamse maatregel ongeldig te laten verklaren.

Taalwetgeving[bewerken | brontekst bewerken]

Taaldiscriminatie (glottofobie, taalracisme) lijkt een sociaal geaccepteerde vorm van discriminatie, in tegenstelling tot anderen vormen van discriminatie, die duidelijker gebaseerd zijn op ras of nationaliteit. Qua wetgeving slagen de meeste landen er nog steeds niet in hun burgers hiertegen te beschermen[4].

België[bewerken | brontekst bewerken]

Taalracisme wordt in België beschouwd als een vorm van discriminatie en is strafbaar gesteld. Geen enkel ander land in Europa heeft het begrip juridisch ingekaderd en de strafbaarstelling wordt dan ook door geen enkel supra- of internationaal verdrag ondersteund. De Raad van Europa heeft het niet opgenomen in het EVRM-verdrag. Ook in de Europese Conventie of nooit unaniem geratificeerde Grondwet kreeg het geen plaats: in het Europees Parlement werd discriminatie op grond van taal, op te nemen in de Grondwet, in november 2005 weggestemd.

Ook het Europees Verdrag ter Bescherming van de Nationale Minderheden kent het begrip niet. België heeft mede om die reden dit verdrag niet willen ratificeren. Daarnaast biedt het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden totale bescherming aan taalminderheden, terwijl in België het tot de communautaire twisten hoort of de taalfaciliteiten definitief zijn, gaandeweg uitdoven dan wel uitdrukkelijk uitzonderingsgevallen zijn volgens de Omzendbrief-Peeters.

Belgen stellen dat de taalsituatie in hun land uniek is: nergens anders zijn de taalgemeenschappen vrijwel even groot. Zij verklaren daarmee het buitenlandse onbegrip over het item.

Het FDF wordt aan Vlaamse zijde vaak verweten Vlaams-hatend en Franstalig imperialistisch te zijn (Corridor Brussel-Wallonië).

Actiegroepen[bewerken | brontekst bewerken]

Het Taal Aktie Komitee, de Vlaamse Volksbeweging, Brussel Ook Onze Stad en de Stichting Taalverdediging zijn taalactivistische organisaties die systematisch de gevallen van tegen het Vlaams gerichte taalracisme in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Rand en in de faciliteitengemeenten aankaarten. In de laatste twee gebieden komen de Franstaligen dan weer op tegen het in hun ogen taalracistisch beleid, vervat in de omzendbrieven "Peeters" en "Martens", wat volgens de Vlamingen integratiemaatregelen zijn.

Andere gevallen[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland zijn in de 1895 de Friese gebroeders Hogerhuis de gevangenis ingedraaid omdat zij weigerden Nederlands voor het gerecht te gebruiken[5] In 1951 was het Kneppelfreed een uiting van volkswoede over taalracisme tegenover de Friezen. Het Fries is inmiddels in Friesland erkend als tweede officiële taal.

In Spanje mocht tijdens het Franco-regime niets anders dan Castiliaans-Spaans gesproken worden - gebruik van talen als Andalusisch, Baskisch, Catalaans of Galicisch was in het openbaar verboden.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Wordt discriminatie op basis van taal of accent strafbaar in Frankrijk?, Radio 1, 29 oktober 2018
  2. Glottofobie binnenkort strafbaar in Frankrijk?, VRT Taal.net, 29 oktober 2018
  3. Philippe Blanchet (auteur van Discriminations : combattre la glottophobie, 2016, éditions Textuel, ISBN 978-2-84597-544-6) definieert glottophobie als «le mépris, la haine, l’agression, le rejet, l’exclusion, de personnes, discrimination négative effectivement ou prétendument fondés sur le fait de considérer incorrectes, inférieures, mauvaises certaines formes linguistiques (perçues comme des langues, des dialectes ou des usages de langues) usitées par ces personnes, en général en focalisant sur les formes linguistiques (et sans toujours avoir pleinement conscience de l’ampleur des effets produits sur les personnes)»
  4. (fr) Raquel Magalhães, "Glottophobie : restons-en là", Unbabel,
  5. De gebroeders Hogerhuis in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland