Nederlandse Taalunie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse Taalunie
Taalunie.JPG
Bestuurscentrum Den Haag
Oprichting 9 september 1980
Werktaal Nederlands
Lidmaatschap Vlag van België België
Vlag van Nederland Nederland
Vlag van Suriname Suriname
Vlag van Aruba Aruba (kandidaat)
Vlag van Curaçao Curaçao (kandidaat)
Vlag van Sint Maarten Sint Maarten (kandidaat)
Vlag van Indonesië Indonesië (speciale partner)
Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika (speciale partner, Akademie)
Voorzitter Sven Gatz
Secretaris Jet Bussemaker
Website taalunieversum.org
Portaal  Portaalicoon   Nederlands

De Nederlandse Taalunie (kortweg de Taalunie) werd in 1980 opgericht door de Nederlandse en Belgische overheden ten behoeve van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van de Nederlandse taal en letteren. Sinds 2004 is Suriname ook geassocieerd lid[1] en de Taalunie werkt op diverse terreinen samen met Aruba en Curaçao. De Taalunie is verantwoordelijk voor een verscheidenheid aan zaken, zoals het bijhouden van databanken met gesproken Nederlands, het bevorderen van onderwijs in de Nederlandse taal in het buitenland en het samenstellen van het Groene Boekje.

Achtergrond[bewerken]

Met het ondertekenen van het Taalunieverdrag, officieel het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de Nederlandse Taalunie, werd op 9 september 1980 te Brussel de Nederlandse Taalunie ingesteld.[2] In het verdrag wordt de doelstelling van de organisatie als volgt omschreven:

Aanhalingsteken openen

De Taalunie heeft tot doel de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin.

Aanhalingsteken sluiten
Nederlandse Taalunie:

██ Lidstaten

██ Niet-Nederlands taalgebied in lidstaten

██ Speciale banden met de Taalunie

██ Andere gebieden waar Nederlands (of Afrikaans) wordt gesproken.

Vandaag werkt de Taalunie nog steeds voor een integraal taalbeleid, iets wat volgens haar noodzakelijk is "om te zorgen dat het Nederlands een volwaardige taal blijft die in alle maatschappelijke domeinen wordt gebruikt."[3]

Om dit te waarborgen, werd besloten tot:

  • Invoering van een gezamenlijke spelling in de drie landen.
  • Gezamenlijke ontwikkeling van (dure) hulpmiddelen, zoals naslagwerken.
  • Verzameling van expertise en ervaring rond onderwijs van het Nederlands.
  • Bijscholing van docenten Nederlands en van literair vertalers.
  • Taalbeleid in Europees verband.

Onder andere het Nederlandstalig onderwijs in West-Duitsland, anderstalig België en Noord-Frankrijk krijgt steun van de Nederlandse Taalunie. De Taalunie streeft naar nauwe banden met Zuid-Afrika, alhoewel het ondanks zijn grote aantal Afrikaanssprekenden geen lid is. Ook Namibië, waar Afrikaans weliswaar niet de grootste moedertaal is maar wel de meest begrepen taal, is geen lid. Indonesië, waar Nederlands nog een redelijk beheerste taal is, is een speciale partner. De Taalunie heeft geen observerende leden, zoals andere taalorganisaties wel vaak hebben.

Groene Boekje[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Groene Boekje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Nederlandse Taalunie houdt zich onder andere bezig met spelling en geeft daartoe het Groene Boekje uit. De eerste versie hiervan verscheen in 1865 onder de titel Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal. De voorlaatste versie dateert uit 1995. Sindsdien is het de bedoeling om elke tien jaar de spelling te actualiseren. In oktober 2005 verscheen een geactualiseerde versie. Begin juni 2008 deelde de Taalunie mee dat er in 2015 geen nieuwe herziening van de spelling zou komen. Er zou wel een nieuw Groen Boekje worden uitgegeven, maar dit zou alleen een aantal nieuwe woorden bevatten.

Het Groene Boekje (1954)

Comité[bewerken]

Er is een Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie. De comitéleden anno 2015 zijn Jet Bussemaker, Nederlands minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Sander Dekker, Nederlands staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor Vlaanderen Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaamse minister van Onderwijs en Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel.[4]

Geassocieerde leden en andere samenwerking[bewerken]

Artikel 20 van het Taalunieverdrag bepaalt dat onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring van de Hoge Verdragsluitende Partijen andere staten die aan activiteiten van de Taalunie wensen mede te werken met de Taalunie een associatieovereenkomst kunnen sluiten. De overeenkomst bepaalt de vormen en voorwaarden van deze samenwerking.

Op 12 december 2003 tekenden de Nederlandse staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur), als voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, en de Surinaamse minister van Onderwijs Walter Sandriman te Brussel een associatieovereenkomst.[5] De ratificatie door het parlement van Suriname vond in december 2004 plaats en op 12 januari 2005 trad de overeenkomst in werking.

In 2007 werd een associatieovereenkomst gesloten met de Nederlandse Antillen. Caribisch Nederland valt inmiddels onder verdragspartner Nederland. De Nederlandse Taalunie werkt op diverse terreinen ook nog steeds samen met Curaçao.

In november 2013 hernieuwden Aruba en de Nederlandse Taalunie hun uit 2011 daterende raamovereenkomst voor samenwerking op het gebied van de Nederlandse taal.[6]

Zuid-Afrika[bewerken]

De Nederlandse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans en de Vlaamse minister van Cultuur Bert Anciaux pleitten in 2008 voor de toetreding van Zuid-Afrika tot de Nederlandse Taalunie.[7] Op 20 november 2010 werd in Brugge, tijdens de viering van de dertigste verjaardag van de Taalunie, de intentieverklaring tot samenwerking ondertekend tussen Zuid-Afrika en de Nederlandse Taalunie.

In januari 2014 werd bekend dat de Zuid-Afrikaanse regering de in 2010 gesloten intentieverklaring betreurde en dat ze wilden afzien van verdere samenwerking.[8] De Afrikaanse Taalraad verklaarde dat "De vooroordelen en miskenning van de voordelen die de betrokken intentieverklaring voor het Afrikaans zou hebben, een rol gespeeld hebben bij een dergelijk besluit." De Taalunie verklaarde daarop: "De samenwerking op het terrein van de extramurale neerlandistiek verloopt al sinds 1994 naar ieders tevredenheid. Omdat het om een multilaterale overeenkomst gaat, is het goed rekening te houden met de wensen en verwachtingen van alle betrokken partijen. Als de samenwerking aan bijsturing toe is, nemen we ons voor dat in overleg met de Zuid-Afrikaanse overheid te doen."[9]

In september 2014 riep de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), na een lange voorbereidingstijd, een zelfstandige afdeling Zuid-Afrikaanse literatuur in het leven. De opbouw van de DBNL is mogelijk gemaakt door financiële steun van onder andere NWO en de Nederlandse Taalunie.

Sinds 2015 staat de positie van het Nederlands in het Zuid-Afrikaanse onderwijs onder druk. De grootste historisch Afrikaans-Nederlandstalige universiteiten (de Universiteit Stellenbosch, de Universiteit van Pretoria en de Universiteit van de Vrijstaat) hebben het Afrikaans als onderwijstaal afgeschaft en gaan hun curriculum ontdoen van koloniale kenmerken (waaronder het Nederlands), ondanks de status van het Afrikaans als inheemse minderheidstaal.

Prijsuitreikingen[bewerken]

Sinds 1986 is de Prijs der Nederlandse Letteren bij de Taalunie ondergebracht. Deze prijs bestaat sinds 1956 en wordt eens in de drie jaar uitgereikt voor oorspronkelijk Nederlandstalig proza of poëzie. Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie benoemt de onafhankelijke jury die de prijs toekent. De Taalunie reikt verder jaarlijks de Taalunie Toneelschrijfprijs uit aan een schrijver van een Nederlands toneelstuk dat in het theaterseizoen daarvoor in première is gegaan. Ten slotte kent de Taalunie de Inktaap, een literaire prijs die jaarlijks door scholieren uit de bovenbouw van het middelbaar en voortgezet onderwijs wordt toegekend aan een van de door de Taalunie genomineerde boeken.

Literatuurgeschiedenis[bewerken]

Op 23 februari 2006 werden het eerste (Middeleeuwen) en het laatste deel (1945-2005) van een nieuwe, negendelige geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur, geschreven onder auspiciën van de Taalunie, in de Grote Kerk in Breda aangeboden aan prinses Máxima van Nederland en prinses Mathilde van België.

Steunpunt Nederlandstalige Terminologie[bewerken]

Het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie werd op 1 april 2007 opgericht door de Nederlandse Taalunie en is in de eerste plaats een informatie- en adviespunt voor alle aspecten rond terminologie voor het hele Nederlandse taalgebied. Het steunpunt onderhoudt in opdracht van de Nederlandse Taalunie de website NedTerm, die fungeert als primaire informatiebron op het gebied van Nederlandstalige terminologie. Het ondersteunt bovendien het terminologiebeleid dat de Nederlandse Taalunie voert via haar Commissie Terminologie (CoTerm) en de activiteiten van de Vlaams-Nederlandse terminologievereniging NL-Term.

Algemeen secretaris[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]