Tenryū-klasse lichte kruisers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag
Tenryū en Tatsuta
Vlag
Tenryū in 1921
Overzicht
Type lichte kruiser
Eenheden 2
Geschiedenis
Besteld 1916
Kiellegging 1917
Tewaterlating 1919
In dienst gesteld 1919
Uit dienst gesteld 1944
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 4.011 t
Lengte 142,9 m
Breedte 12,3 m
Diepgang 4 m
Techniek en uitrusting
Aandrijving 3 Brown Curtis-turbines
Machinevermogen 38.000 Kw
Snelheid 33 knopen (61 km/u)
Bewapening 4 x 140mm-kanonnen
1 x 80mm-geschut
2 x 13mm-luchtafweergeschut
6 x 553mm-torpedobuizen
Pantser gordel: 63 mm
dek: 25 mm
commandotoren: 51 mm
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Tenryū-klasse lichte kruisers waren de eerste lichte kruisers in dienst bij de Japanse Keizerlijke marine. De klasse bestond uit twee schepen, de Tenryū en de Tatsuta. Beide schepen hebben dienst gedaan in de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijk waren er zes kruisers gepland.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

De Tenryū-klasse was ontworpen als vlaggenschip voor een groep torpedobootjagers. De schepen waren een mix van de Chikumaklasse pantserdekschepen en de Kawakaze-klasse torpedobootjagers. Ook was een deel van het ontwerp afkomstig van de Arethuasa-klasse kruisers van de Royal Navy en de Koninklijke Canadese marine. De Japanse Keizerlijke marine en Japanse scheepswerven hadden nog steeds een goed contact met Britse werven dankzij de Anglo-Japanse Alliantie; op deze manier kon er door de Japanners geprofiteerd worden van de moderne Britse technologieën.

Plannen voor de schepen werden rond 1915 gemaakt, de bestelling kwam gedurende 1916. De kosten waren waarschijnlijk zo'n 4.550.000¥.

Snel na de oplevering van de twee schepen, werd de bouw van de andere vier stopgezet. Nieuwere Japanse torpedobootjagers van de Kawakaze-klasse hadden een veel hogere snelheid (39 knopen) dan de lichte kruisers, dus was dat volgens Japanse admiralen een betere investering.[1] Later bleek dat een goede beslissing; het Amerikaanse antwoord op de kruisers was de Omahaklasse, een lichte kruiser die sneller was én beter bewapend.

Rond 1935-36 werd er overwogen om de klasse te specialiseren in luchtafweer of anti-onderzeeboot oorlogsvoering. Er zouden dan acht dubbeltorens van 127mm komen, acht keer 25mm geschut en vier dieptebomrekken, waarvan elk de beschikking over negen dieptebommen zou hebben. In 1937 werd besloten dit plan uit te voeren. Echter werd dit weer afgelast omdat de scheepswerven er te weinig capaciteit voor bleken te hebben. Rond 1938-1939 kwam het plan nogmaals aan bod, maar de voorkeur lag toch bij nieuwe Akizuki-klasse torpedobootjagers.[1][2]

Ontwerp[bewerken | brontekst bewerken]

De Tenryū-klasse lichte kruisers waren ontworpen om leiding te geven aan het eerste- en tweedeklasse torpedobootjagers van de Japanse marine.[3] Opvallend bij deze schepen waren de turbines: de turbines van de Tenryū-klasse leverden het dubbele in paardenkracht dan de Chikumaklasse. Het schip had drie turbines en tien olieketels, verdeeld over drie ketelkamers.[2]

Anderzijds was de bewapening van de Tenryū-klasse zwakker dan die van andere lichte kruisers. Het hoofdgeschut van de kruiser bestond uit vier 140 mm kanonnen, waar tegenstanders (zoals de Omahaklasse) beschikten over 152 mm. De secundaire bewapening van de Tenryū-klasse bestond maar uit één 80 mm kanon en verschillende 13 mm machinegeweren. Hoewel het schip wel beschikte over torpedo's, konden de torpedobuizen niet herladen worden.[2]

Buitenlandse reacties[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland

Door oplopende spanningen met de Japan besloot Nederland te antwoorden op de Tenryū-klasse met de twee lichte kruisers van de Javaklasse. De hoofdbewapening van deze schepen bestond uit tien kanonnen van 150 mm en vier keer 75 mm-geschut. (Later is dit veranderd in 40mm-luchtafweergeschut.) Ook waren de schepen zwaarder bepantserd.[4]

Verenigde Staten

De Verenigde Staten, destijds de aartsvijand van Japan, antwoordde met de Omahaklasse lichte kruisers. Deze schepen beschikten over twaalf 152 mm kanonnen, twaalf 75 mm kanonnen en zes torpedobuizen van 553 mm. [5]

China

De reactie van China op de Japanse agressie waren de Ning Hai-klasse lichte kruisers. Deze lichte kruisers hadden zes 140 mm kanonnen, vier 533 mm torpedobuizen, drie keer 74 mm-geschut, dieptebommen en luchtafweergeschut.

Inzet[bewerken | brontekst bewerken]

Tenryū[bewerken | brontekst bewerken]

Vóór de Tweede Wereldoorlog nam de Tenryū deel aan de Siberische Interventie, diverse patrouilletaken, en het begeleiden van landingstroepen in de Tweede Chinees-Japanse Oorlog. In het begin van de Tweede Wereldoorlog participeerde Tenryū in de slag om Wake en de invasie van de Salomonseilanden, Nieuw-Guinea en Tulagi. Tijdens haar diensttijd heeft ze één schip tot zinken gebracht, de zware kruiser USS Quincy. Ze is gezonken door de USS Albacore in 1943.

Tatsuta[bewerken | brontekst bewerken]

Vóór de Tweede Wereldoorlog nam de Tatsuta deel aan de Siberische Interventie, diverse patrouilletaken, en het begeleiden van landingstroepen in de Tweede Chinees-Japanse Oorlog. In het begin van de Tweede Wereldoorlog deed de Tatsuta mee aan de Slag om Wake en de invasie van de Salomonseilanden, Nieuw-Guinea en Tulagi. Het schip werd tot zinken gebracht in 1944 door USS Sand Lance.