Javaklasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag
Javaklasse
Vlag
Luchtfoto van Hr.Ms. Java
Luchtfoto van Hr.Ms. Java
Overzicht
Type Lichte kruiser
Naamgever Eiland Java
Eenheden 2 gebouwd
Geschiedenis
Werf Koninklijke Maatschappij De Schelde Vlissingen en Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij Amsterdam
Bouwnummer 165 en 148
Kiellegging 31 mei 1916 en 15 juli 1916
Tewaterlating 6 augustus 1921 en 29 december 1920
In dienst gesteld 1 mei 1925 en 26 mei 1926
Uit dienst gesteld 27 februari 1942 en 19 april 1944
Status Gezonken
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 6670t, volgeladen 8078t
Lengte 155,3 meter
Breedte 16 meter
Diepgang 5,5 meter
Bemanning 526
Techniek en uitrusting
Aandrijving 3 stoomturbines, aangedreven door 8 ketels
Machinevermogen 53637 en 60250kW
Snelheid 31 knopen
Bewapening Oorspronkelijk
10 × 150 mm kanon
4 × 75 mm kanonnen
6 × 40 mm luchtafweergeschut
6 × .50 Browning Machine Gun
dieptebommen
nevelinstallatie
Pantser gordel: 75 mm
dek: 25 mm
brug: 125 mm
geschutskoepels: 100 mm
Vliegtuigen en helikopters 2 × Fokker C-11W watervliegtuigen
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Javaklasse was een scheepsklasse bestaande uit twee lichte kruisers, die dienst deden bij de Koninklijke Marine van 1925 tot 1943.

Schepen in klasse[bewerken]

Naam Kiellegging Tewaterlating In dienst Uit dienst
Java 31 mei 1916 6 augustus 1921 1 mei 1925 27 februari 1942
Sumatra 15 juni 1916 29 december 1920 26 mei 1926 29 april 1944
Celebes 14 juni 1917 x x x

Hr.Ms. Java[bewerken]

Op 1 mei 1925 werd Hr.Ms. Java in dienst gesteld. Het schip deed dienst tot 27 februari 1942, toen het ten onder ging bij de Slag in de Javazee.

Hr.Ms. Sumatra[bewerken]

Op 26 mei 1926 werd Hr.Ms. Sumatra in dienst gesteld. Het schip deed dienst tot 29 april 1944, toen het uit dienst ging om vervolgens als golfbreker bij Operatie Overlord te dienen.

Hr.Ms. Celebes[bewerken]

Op 14 juni 1917 werd een begin gemaakt met de kiellegging van het derde schip, de Celebes, bij de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord in Rotterdam. In 1919 werd door een aantal politieke partijen in Nederland de voorkeur uitgesproken voor een algehele opheffing van de Koninklijke Marine. Hier was geen meerderheid voor in de Tweede Kamer maar de minister van marine, Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, kon de afbouw van de Java en de Sumatra alleen goedgekeurd krijgen door af te zien van de afbouw van de Celebes en de overige drie kruisers die nog op de planning stonden. De bouw van de Celebes werd stilgelegd en de dertig ton rompmateriaal die reeds bewerkt waren werden gesloopt.

Aanloop[bewerken]

Aan het einde van de 19e eeuw kroop Japan politiek en economisch gezien uit zijn schulp en ontwikkelde zich razendsnel. Dat leverde in Nederlands-Indië vage onrust op over de plannen die het Keizerrijk had. In 1902 maakte die vage onrust plaats voor de overtuiging dat Japan een aanval op de Nederlandse kolonie zou wagen. De vraag was alleen wanneer. Nederland zou die aanval helemaal alleen moeten opvangen, want in dat jaar sloten Japan en Groot-Brittannië een samenwerkingsverdrag waardoor de Britten hun eenheden terugverplaatsten naar de Noordzee. In 1913 kwamen de eerste plannen, er moesten (oorspronkelijk) negen slagschepen gebouwd worden, 6 kruisers en tientallen torpedobootjagers, wilde Nederland zichzelf effectief verdedigen tegen de Japanse expansiedrift.[1] De Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten, het veroorzaakte economische problemen en na de oorlog was er een sterk pacifistisch idee aanwezig dat er nooit meer zo'n grote oorlog mocht komen. Hierdoor waren de Nederlandse bevolking en de Tweede Kamer tegen een vlootuitbreiding. De plannen voor de slagschepen gingen niet door, maar de kiel van drie kruisers van de Java-klasse waren toen al gelegd. Later werd besloten dat twee van deze afgebouwd mochten worden.[2][3] De schepen, ontworpen door Krupp Germaniawerf, waren toen ze besteld werden erg modern. Echter, door schade aan de romp, verouderingen in het ontwerp, brand bij het bedrijf wat de voorstuwing van Sumatra leverde, de invoering van de 8-urige werkdag, stakingen en de stagnatie van aanvoer van vooral buitenlandse bouwmaterialen door de Eerste Wereldoorlog en de economische nasleep van deze oorlog kwamen de schepen erg laat in dienst, waardoor ze eigenlijk al verouderd waren voordat ze missie hadden gevaren.[4]

Ontwerp[bewerken]

Totstandkoming ontwerp[bewerken]

De Duitse slagkruiser SMS Moltke
De lichte kruiser Java

In 1915 kwam het Duitse Krupp Germaniawerf met een voorstel wat leek op de indrukwekkende Duitse Moltke-klasse slagkruisers gebouwd voor de Eerste Wereldoorlog. In principe waren de lichte kruisers slagkruisers, maar dan een tandje kleiner. Zo bestond de primaire bewapening uit tien 150 mm kanonnen en was de waterverplaatsing 6670 ton. De Koninklijke Marine had veel baat bij een zwaar bewapende lichte kruiser, omdat het een antwoord nodig had op de Japanse Tenryū-klasse lichte kruisers. Uiteindelijk heeft de Koninklijke Marine dit ontwerp ook gekocht.[4]

Aandrijving Java[bewerken]

De aandrijving van Java bestond uit drie Curtis-Parsons-AEG stoomturbines, aangedreven door acht olie-gestookte ketels en direct aangesloten op de schroefassen. Dit gaf het schip een machinevermogen van 53637kW, waarmee het een maximumsnelheid van 30 knopen kon halen. Als het schip met een snelheid van 12 knopen voerde, kon het 7725 kilometer afleggen. Het schip had drie driebladige schroeven met een diameter van 4,1 meter.[4][5]

Aandrijving Sumatra[bewerken]

Hr.Ms. Sumatra

De aandrijving van Sumatra bestond uit drie Zoelly stoomturbines, aangedreven door acht olie-gestookte ketels en via reductie via tandwielkasten op de schroeven aangesloten. Dit gaf het schip een machinevermogen van 60250kW, waarmee het een maximumsnelheid van 31 knopen kon halen. Als het schip met een snelheid van 12 knopen voerde, kon het 8050 kilometer afleggen. Het schip had drie driebladige schroeven met een diameter van 4,1 meter. Sumatra had een andere aandrijving dan Java, omdat haar oorspronkelijke aandrijving bij een brand in een pakhuis van de leverancier was verwoest. Later zal dit nog veel problemen opleveren.[4][5]

Bewapening[bewerken]

Beide schepen hadden een primaire bewapening van tien 150 mm kanonnen. De secundaire bewapening bestond uit 75 mm kanonnen. Voor luchtafweer beschikten de schepen over zes maal 40 mm luchtafweergeschut en zes .50 Browning machinegeweren. Verder hadden de schepen beschikking over dieptebommen een nevelinstallatie en twee Fokker C-11W watervliegtuigen.[3][4][5]

Modificaties[bewerken]

Eind jaren '30 en tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben beide schepen enkele veranderingen gehad in het wapenassortiment. Zo zijn er twee 75 mm kanonnen geschrapt en vervangen door 40 mm snelvuurkanonnen, heeft Java twee maal extra 40 mm luchtafweergeschut ontvangen en zijn de dieptebommen verwijderd.[4]

Dienst[bewerken]

Java terwijl het wordt aangevallen door Japanse bommenwerpers

Beide schepen hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst gedaan, hieronder een overzicht.

Dienst Java[bewerken]

Op 15 februari 1942 werd Java, terwijl het meevoerde met een gedeelte van de ABDA-vloot, aangevallen door Japanse bommenwerpers. Het schip werd niet direct getroffen.

Op 18 februari 1942 participeerde Java bij de Slag in de Straat Badoeng. Hier richtte het geen schade aan en werd het nauwelijks beschadigd.

Op 27 februari 1942 ging Java verloren bij de Slag in de Javazee. Na enkele artillerie gevechten werd het schip gezonken door een torpedo afkomstig van de Japanse zware kruiser Nachi.

Dienst Sumatra[bewerken]

Sumatra als golfbreker

In de nacht van 11 mei 1940 vluchtte Sumatra naar Engeland.

Op 2 juni 1940 bracht Sumatra samen met de lichte kruiser Hr.Ms. Jacob van Heemskerck Prinses Juliana en haar kinderen naar Canada, omdat Koningin Wilhemina Engeland te onveillig achtte.

Op 23 juni escorteerde Sumatra een schip met Canadese militairen naar Jamaica.

Eenmaal aangekomen op Jamaica escorteerde Sumatra hetzelfde schip naar Curaçao. Het schip had 280 Britse infanteristen aan boord.

Tot begin augustus 1940 bleef Sumatra in Caribische wateren. Hier heeft het nog tevergeefs gezocht naar de Duitse raider Widder.

15 oktober 1940 arriveerde Sumatra te Soerabaja voor grootschalig onderhoud.

Op 27 februari 1941 werd Sumatra naar Engeland geëvacueerd. Dezelfde dag werd een gedeelte van de Nederlandse vloot vernietigd tijdens de Slag in de Javazee, zo ook zusterschip Java.

Op 31 oktober 1942 meerdde het schip af in Engeland. Het heeft hierna nooit meer in oorlogsdienst gevaren.

29 april 1944 ging het schip uit dienst om vervolgens afgezonken te worden in Normandië als golfbreker voor Operatie Overlord, omdat het wegens frequente aandrijvingsproblemen niet geschikt was als gevechtsschip.

Zie ook[bewerken]

Galerij[bewerken]